Waarom duurzaamheid geen ledig begrip is

Duurzaamheid. Een begrip dat sinds de definiëring in het Brundtland-rapport uit 1987 zou moeten verwijzen naar ‘een ontwikkeling die tegemoetkomt aan de noden van het heden, zonder de mogelijkheden van toekomstige generaties om in hun behoeften te voorzien in het gedrang te brengen’.

Inmiddels voelt het woord uitgemolken en clichématig aan: objecten, voedingsmiddelen, bedrijven en processen krijgen te pas en te onpas het predicaat duurzaam, terwijl intussen de poolkappen smelten, de zeespiegel stijgt en giraffes bij bosjes neervallen. Dan rijst de vraag wat we dan in godsnaam aan het doen zijn. Al die zogenaamd duurzame projecten – je zou toch denken dat ze ergens goed voor zijn. Is er dan nog hoop?

Verlichting

Om de leefbaarheid voor toekomstige generaties te kunnen bewaren, moet eerst inzichtelijk worden gemaakt waar het ooit is misgegaan. Hoe is het zover gekomen dat wij nu duurzaamheid nodig hebben als antidotum? Daarvoor moeten we terug naar de Verlichting, de oorsprong van ons rationele denken. Het verlichtingsdenken plaatste fenomenen buiten hun context om ze vervolgens individueel te bestuderen. Daarna zien we op allerlei gebieden in de samenleving isolatie ontstaan. Op politiek niveau bijvoorbeeld in de vorm van ministeries en in de wetenschap wordt alle context, ook het zelf, buiten beschouwing gelaten.

Een groot voordeel van de focus op fenomenen als op zichzelf staande dingen, is het bevorderen van specialisatie of diepgravend onderzoek. Maar bovenal is deze benadering effectief: besluiten kunnen worden gemaakt zonder rekening te houden met een al te breed spectrum aan factoren. Voor bedrijven kan gelden dat de gehele bedrijfsvoering ingesteld is op het genereren van winst, waarbij eventuele gevolgen voor het milieu niet in acht worden genomen.

Grijze stroom

Isolatie is kortom effectief en overzichtelijk. Dat laatste geldt ook voor een ander opvallend kenmerk van onze samenleving, namelijk centralisatie. Hoewel Nederland officieel een gedecentraliseerde eenheidsstaat genoemd mag worden, zouden veel zaken decentraler georganiseerd kunnen worden. Neem bijvoorbeeld de distributie van energie: die is nu in handen van een aantal grote energiebedrijven die meestal werken met fossiele brandstoffen, terwijl er ook duurzame energiebronnen zoals zon, wind en aardwarmte bestaan. Maar de overstap op duurzame energiebronnen is niet gemakkelijk.

De ‘grijze stroom’ van de grote nutsbedrijven is geschikt om grootschalig opgeslagen te worden en kan dus naar gelang de energiebehoefte worden vrijgegeven. Aardwarmte, zonne- en windenergie daarentegen kunnen (nog) niet of alleen in kleinere hoeveelheden worden opgeslagen. In het geval van duurzame energie hebben we dus meer baat bij meerdere kleine leveranciers en dat vergt een decentrale organisatie.

Transitiemanagement probeert decentralisatie te stimuleren en gelooft in de ‘maakbaarheid van de samenleving’. Hieruit zou de oplossing voor het klimaatprobleem moeten voortvloeien. We zouden allereerst af moeten van het verlichtingsdenken. Met andere woorden: er is kritisch zelfinzicht nodig, evenals het besef dat elke actie gevolgen heeft op een ander gebied. We moeten af van de vanzelfsprekendheid van ons handelen en de structuur van de maatschappij: zo kan er ruimte en ontvankelijkheid ontstaan voor verandering.

Ozonlaag

In die ontstane openheid probeert transitiemanagement vervolgens experimenten te belichten en te bevorderen, in de hoop dat er een kantelpunt ontstaat waarbij het experiment de nieuwe standaard gaat bepalen. Dat klinkt misschien als toekomstmuziek, maar we zijn al een eindje op weg. Interdisciplinaire wetenschap wordt steeds belangrijker en decentralisatie is bijvoorbeeld zichtbaar bij de overdracht van overheidstaken op gemeenten. Daarbij hebben we in het verleden op deze manier al aardige successen behaald, zoals het terugdringen van de zure regen en het herstel van de ozonlaag.

Wel is het zo dat het probleem van de opwarming van de aarde met alle gevolgen van dien een urgente kwestie is die om subiet handelen vraagt, terwijl de oplossing ervan, dankzij de huidige structuur van de samenleving en ons denken, decennia in beslag kan nemen. Er is dus nog hoop, maar we moeten wel een beetje opschieten.

Met dank aan Odile Basedow.

Bron foto: mrslorettarsmith0 via Pixabay

Mimy Jadoenathmisier
Mimy Jadoenathmisier is musicologe en impresario voor klassieke musici (Nachtmusik.nl). Eerder schreef ze teksten met een muzikale inslag voor o.a. Cleeft.nl en DeFusie.net en werkte ze bij de programmering van Het Concertgebouw. Ze gelooft in de kracht van het interdisciplinaire en haalt inspiratie uit filosofie, kunst, cultuur en natuurlijk muziek.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *