En het geschiedde in die dagen…

Het verhaal moest worden vastgelegd. Het verhaal van de geboorte. Met een naam, een plaats en een datum. Eenvoudige middelen voor een Oosterling om een gebeurtenis te dagtekenen voor het nageslacht.

Een plaats en een tijd: toen Quirinius landvoogd was en keizer Augustus al die mensen op weg stuurde om zich voor een volkstelling te melden in  hun geboorteplaats.

In dìe dagen, toen gebeurde het. Toen een Jozef en een Maria – waarvan er dertien in een dozijn bestonden – zich bij een loket moesten laten tellen. Voor de ambtenarij van de keizer was je niet meer dan een naam en een nummer. Zo gaan mensen met mensen om: geteld, geteld en nog eens geteld – meer is niet nodig. Het telsysteem van de keizer telt Jozef en Maria keurig mee en ziet hen tegelijkertijd over het hoofd. Zien en zien is twee: je ziet tenslotte alleen wat je van belang vindt, de rest ontgaat je. Macht der gewoonte.

O ja, toen was er ook die ster boven Bethlehem. Die bijzondere ster die niet onopgemerkt kon blijven – toeval bestond niet in die tijd en een bijzondere ster gaf reden tot nader onderzoek.

Een bijzondere ster in een gewone nacht, waarin bij gewone mensen een kind ter wereld wordt gebracht. Zo gaat God met mensen om: een zwangere vrouw, bijna uitgeteld, voor wie nergens plaats is, draagt het begin van nieuw leven. Van een nieuwe mens, wiens volgelingen later een schare zullen vormen die niemand tellen kan.

Het kerstverhaal van Lucas groeit toe naar een grootse en eigenlijk ook onmogelijke vergelijking. Zoals ooit die kleine David voor koning Saul harp speelde en het eindspel van diens koningschap inluidde, zo wordt hier een kind geboren – onopvallend nog – tegen wiens overmacht van liefde later alle machten van de wereld te hoop zullen lopen. Het machtige Rome en het nietige Bethlehem. Die vergelijking van groot met klein – naar de maatstaf en het begrip van de wereld onvergelijkbaar – behoorde wel degelijk tot de geestelijke en culturele bagage van iedere Jood. ‘Gij Bethlehem in Efrata, al zijt gij klein onder Juda’s geslachten toch zal er, zeg Ik, iemand uit u komen die over Israël gaat heersen.’ Ze kenden hun profeten, de rabbi had ze er zogezegd ingestampt. En nu… nu heeft Lucas, de respectabele huisarts, zomaar dat beeld weer opgepakt. 

Van het grote dat het tegen het kleine aflegt. Van de liefde die overwint, want daaraan zouden ze dit kind later immers leren kennen. De keizer in Rome heeft al zijn schaapjes geteld en is verguld met zijn macht. Maar in deze Jezus is iemand aan het licht gekomen die helemaal van onderaf aan begint: bij de mensen die niet in tel zijn, de daklozen, de hongerenden, de armen die niemand kent. Nauwelijks interessant om een kaartenbak mee te vullen. De verliesrekening van het Middellandse Zeegebied die Rome liever niet in kaart gebracht ziet.

Lucas borduurt heel zorgvuldig voort op deze vergelijking van Rome en Bethlehem. Alsof hij de coulissen al klaar zet waartegen later het verhaal van Jezus’ leven zich zal afspelen. Een Joodse jongen uit Bethlehem die op het spoor wordt gezet van het  Nieuwe Jeruzalem. Een levenslange voetreis naar Jeruzalem – liefdewerk. Want een voetreis naar Rome, een gooi naar de macht, dat is zijn stijl niet. Liefde gaat de weg van de meeste weerstand, de weg van onderop, waar herders en koningen elkaar zullen kunnen ontmoeten.

Lucas schrijft geschiedenis naar beproefd voorbeeld: oorsprong, doel en zin van dit geboortefeest geeft hij weer. Kind van de oudste stam van David, geboren aan de schaduwkant van het leven, als een ster die boven alles zal uitsteken.

Hij verstaat de kunst van het recepten schrijven en hij begint met de feiten: in die dagen en toen en het geschiedde.

Maar hij brengt ook dingen met elkaar in verband: door zijn beeldende taal laat hij zien dat het de woorden van de profeten zijn die tot leven worden gewekt door wat waarlijk gebeurd is. Zo plaatst hij feiten in een zinvol verband met oude gedeclameerde profetenwoorden: Bethlehem, Efrata, Zoon van David.

En aan dit onmogelijke verhaal waarin het kind een kraamkamer heeft gemaakt van de herberg, geeft hij op onnavolgbare wijze het slot: Lucas roept de openbaarheid erbij. De herders komen in beeld. Wie anders zijn op dat tijdstip nog wakker. 

Herders moeten het onhaalbare van dit geboortetafereel met hun spontaan-verrast-zijn en verbazing naar buiten brengen en doorvertellen. Zij geven door wat onder geen beding verborgen mocht blijven. Het kerstverhaal zal de taal van Lucas wel nooit ontgroeien, want herders weten van lammeren en schapen. En van Jezus – het Lam Gods –  wordt verteld dat hij met overtuiging en kracht sprak over de mensen die hij als zijn schapen wilde weiden.

Het is geschiedenis, niet als een stukje verleden tijd maar als een onophoudelijk en ondeelbaar hier-en-nu. Het is een verhaal dat aan ons geschiedt en dat door ons en in ons geschiedenis maakt. De overmacht van de liefde die naar God smaakt kan in onze harten en handen dagelijks herboren worden en sterker zijn dan alle machten van de wereld. Die heilzame spanning hoort ook bij kerst – van het kleine dat het grote kan overwinnen, het licht dat het duister van de nacht verdrijft.

Dit vieren is geen spelletje met belletjes en engeltjes en kaarsjes. 
Dit waarlijk vieren is een heilig spel.

“Geloven lijkt op hoe kinderen spelen: Als je echt goed aan het spelen bent vergeet je dat het maar spelregels zijn waaraan je je houdt; je wòrdt het spel”,  zo mooi verwoord door Jan Hanlo, volgens Willem Jan Otten.

Vierende volken hebben meer paradijs in hun mars dan ooit met marcheren  bijeen is gebracht. ‘Zie ik verkondig u grote blijdschap! Christus is geboren.” Dat gaat alle perken te buiten, daar wil je wel een boom voor opzetten. Daarvoor wil je het kind in jezelf van harte voeden; opdat het niet sterft aan de grote daden van de grotemensenwereld die wij kunnen maken of breken. 

Het geschiedde…..
in die dagen
èn in de onze.

Heine Siebrand
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *