Emmaüsgangers

Els van Dunné-de Bijll Nachenius – In ‘Reisgenoot’ vertolkt Huub Oosterhuis de twijfel die lijkt te horen bij het leven van de ik-persoon. Die twijfel drukt zwaar op hem, maar de liefde laat hem niet los. Is de ik-persoon zich van dat laatste bewust?

Op mijn levenslange reizen,
twijfel donker achtervolgt mij
liefde blind holt voor mij uit,
zing ik op steeds andere wijze…’ 

De Emmaüsgangers verlaten Jeruzalem en gaan naar huis. Er is een medereiziger voor nodig om hen in alle hevigheid hun teleurstelling te laten uiten. Over het uitblijven van wat eigenlijk? Opstanding? Bevrijding? De medereiziger voegt zich als vanzelfsprekend bij hen en laat hen eerst uitrazen. Vervolgens zet hij hen met bekende en toch ook nieuwe vragen aan het denken. Zo worden ze gedwongen om opnieuw, met alles wat er gebeurd is onder ogen te zien wat hun traditie te bieden heeft aan houvast en troost. De medereiziger – nog altijd herkennen de Emmaüsgangers hem niet – legt alle onderdelen uit een én voegt ze weer samen; de uiterste consequentie, die Jezus onderging, kan niet los gezien worden van het voorzegde vervolg.  De Emmaüsgangers zien het niet; de oude woorden zijn vertrouwd en vreemd tegelijk en moeten in hun bestaan nog hun nieuwe betekenis krijgen. Later zullen ze zeggen: ‘Was ons hart niet brandende in ons?’. Voorlopig weten ze er geen raad mee.

De medereiziger vertolkt zijn rol in het verloop van het verhaal steeds op een andere manier; als er geraasd wordt, luistert hij; als de Emmaüsgangers bedaard zijn, stelt hij vragen en is hij kritisch. Tenslotte treedt hij als gastheer op en op dat moment ‘wordt hij onttrokken aan hun blik’. Ze zien met andere ogen en hun gastheer heet ze welkom in hun eigen huis, leven, traditie.

In hun relaas van wat ze in Jeruzalem meegemaakt hebben, melden de Emmaüsgangers dat ze in verwarring waren gebracht door vrouwen. Zij hadden immers gezegd dat het graf van Jezus leeg was en engelen hadden gezegd dat hij leefde. Op zich zouden ze opgelucht moeten zijn door de mededeling van de vrouwen, maar het gebeurt niet. De teleurstelling, de indruk die de gebeurtenissen op hen hebben gemaakt, hebben hun vertrouwen in hun eigen waarnemen en weten op losse schroeven gezet. De gebeurtenissen van Goede Vrijdag én van Paasmorgen hebben hen beide overweldigd en ze slagen er niet in de fragmenten van hun bestaan tot een geheel te maken.

Wat veroorzaakt uiteindelijk de omslag? Of moeten we ons meer afvragen wanneer die plaatsvindt? Ze herkennen – kennen opnieuw – wat hen van oudsher is aangereikt. Onwillekeurig lijken ze er al iets van gemerkt te hebben zonder het te kunnen benoemen. Rilke noemt het in een van zijn gedichten ‘leven met vragen’. Daarin legt hij de nadruk op het niet te krampachtig zoeken naar antwoorden en op het leren leven en kunnen leven met vragen, wat naar Rilke’s inzicht al iets van een antwoord kan zijn.

Zo weet Lukas in zijn vertolking van het Paasverhaal het belang van omzien naar elkaar, aandacht voor de betekenis van vrouwen en de plaats in de wereldgeschiedenis met elkaar te verweven. Het verhaal moet de wereld in en Lukas weet op meesterlijke wijze de verschillende tradities van zijn toehoorders in elkaar te vlechten. Die gezamenlijke maaltijd en het herkennen van de gastheer, hier Jezus, zijn motieven die we terugvinden in het Oude Testament (Genesis 18 en 19; Abraham en Sara onthalen drie vreemdelingen) en in Handelingen (14; Paulus en Barnabas worden ontvangen, twee generaties na Ovidius…). Die motieven van de gezamenlijke maaltijd en het herkennen van de gastheer kennen we ook uit de mythologie van de oudheid. Een oud echtpaar Philemon en Baucis ontvangen gastvrij twee vreemdelingen en zetten hen ondanks hun armoede een heerlijk maal voor. Als ze Zeus en Hermes hebben herkend worden hun twee grote wensen vervuld: voor altijd de twee goden te aanbidden én bij elkaar te blijven (Ovidius’ Metamorfosen VIII 626-724).

Lukas legt met deze motieven de nadruk op het universele belang van luisteren, op kritisch zijn en gastheer zijn, van en voor onszelf, en op het behouden van de droom die ons is aangereikt. Huub Oosterhuis besluit:

Spoorloos trok voorbij de twijfel
waar ik lag. De liefde keerde,
zag mij, bracht mij drank en spijze,
deed mij opstaan uit de dood.
Nog een leven zal ik reizen
nooit meer zonder reisgenoot. 

Els van Dunné-de Bijll Nachenius is Remonstrants predikant

Bron: Adrem maart 2013

Claudia Pietryga
Claudia deed zowel een sociaal-agogische als journalistieke opleiding en is alweer bijna tien jaar freelance journalist. Ze schrijft het liefste over maatschappelijke onderwerpen en publiceerde onder meer stukken in de Flair, Hallo Jumbo, Spits, Het Parool, diverse blogs, lokale bladen en uiteenlopende (online) media voor met name ondernemers.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *