Een mening is een vrijheid

“Fragt aber gehört” – Immanuel Kant in Beantwortung der Frage: Was ist Aufklärung? (1784)

Van de eerste filosofen, tot aan de denkers van nu; als ze over de vrijheid van meningsuiting hebben gedacht, dan was dat als onderdeel van uiteenzettingen over staatsvorming en kunst. Dat is waarschijnlijk omdat men binnen de filosofie op zoek is naar universele waarheden; men zoekt naar abstracte en normatieve ideeën, niet een beoordeling van elke specifieke situatie of mening op zich. Desondanks is er in onze ideeëngeschiedenis wel een lijn te ontwaren die laat zien hoe ons denken over vrijheid veranderd is.

Zo schroomden de antieke denkers niet om het idee van de vrijheid te verwerpen. In de oudheid is bij de Griekse denker Plato (427-347 v.Chr.) al de spanning rondom vrijheid van meningsuiting te vinden. In zijn boek De Staat is Plato voorstander van censuur in de kunst en literatuur, want de kunsten zijn belangrijk om de opvoeding van de burgers te bevorderen. Al haar schoonheid ten spijt, toont de kunst ons echter niet de waarheid, aldus Plato. De waarheid behoort immers toe aan de goden en wij bootsen die schone waarheid enkel na met onze kunst: het begrip mimesis. Zodoende is het voor Plato dus ook niet verkeerd om censuur uit te oefenen – het is tenslotte niet alsof je werkelijke originaliteit of nieuwe inzichten tegenhoudt. Volgens Plato zorg je daarmee alleen maar dat de slechte invloeden geen kans krijgen.

Volledig subjectief
In lijnrechte tegenstelling tot Plato’s totalitaire ideeën, vinden we in de moderne tijd filosofen die voor absolute vrijheid zijn, zoals Kant of Mill. Volgens Immanuel Kant (1724-1804) moeten we ons in de moraliteit laten leiden door de rede. En ondanks dat ook hij maatschappelijke orde heel belangrijk vind, moeten we juist door ons gezonde verstand erkennen dat de persoonlijke smaak volledig subjectief is, iets dat niet van het object afhankelijk is. Doordat het niet objectgebonden gevoelens zijn, zeggen ze dus niets over het daadwerkelijke object, en zijn ze dus niet waarachtig.

We kunnen wel over dingen verschillen van mening; desalniettemin moeten we niet simpelweg vervallen in het relativeren van de mening. Er zijn zoveel meningen dat je je kunt afvragen wat het er nog toe doet, maar er is nog steeds een rationele waarheid die we moeten volgen. We moeten hoe dan ook uiteindelijk handelen volgens ons verstand en niet volgens ons gevoel.

De persoonlijke voorkeuren moeten volledig vrij zijn binnen hun relativiteit, maar als nodig wijken voor de burgerlijke plicht. Kant ziet hierdoor de vrijheid van meningsuiting als goed uitvoerbaar, zolang iedere burger de scheiding tussen mening en burgerlijke verantwoordelijkheid kent. Al ben je het er niet mee eens, als de samenleving het behoeft, dan moet je je mening opzij zetten.

Fout
Een van de grootste filosofische voorstanders van de vrijheid van meningsuiting is John Stuart Mill (1806-1873). Hij staat bekend als vader van het utilisme, een filosofie waarin het grotere geheel voorop staat. Bij het maken van een keuze dient men te kiezen wat het beste is voor het grootste aantal mensen. Dit is typisch een filosofie die abstract en normgevend goed werkt, maar je zult maar net diegene zijn die opgeofferd wordt om de rest van de groep te redden.

Mill’s ideeën over vrijheid en meningen werken op dezelfde manier. Volgens Mill moeten we meningen zo veel mogelijk vrij laten, zodat we ervan kunnen leren. Ook van fouten is te leren, sterker nog, juist van fouten is te leren. Dat is een mooi idee in theorie, maar bijna elk filosofische kritiek over meningsvrijheid werpt hier gelijk voorbeelden tegen op als kinderpornografie en racisme. Sommige dingen kun je beter voorkomen, dan er achteraf als fout van te moeten leren.

Helaas zijn dit ook nog ‘fouten’ die keer op keer begaan worden, die van alle tijden zijn en waarvoor nog geen permanente oplossing is gevonden. Of zoals de US Supreme Court Justice Arthur Goldberg ooit zei: “Ondanks dat de Constitution beschermt tegen inbreuk op individuele rechten, is het geen zelfmoordpact.” Het lijkt erop dat volledige vrijheid van meningsuiting, hoe mooi ook in Mills theorie, in feite niet realiseerbaar is.

Vandaag de dag bestaan er de nodige democratieën die de vrije kunsten en het vrije woord hoog in het vaandel hebben staan. Toch is er geen democratie te noemen die de vrijheid van meningsuiting zo ver heeft doorgetrokken zoals Immanuel Kant of John Stuart Mill graag gezien hadden. Als we de consequenties overzien, zouden we dat waarschijnlijk ook niet eens willen.

Verder lezen
Van Plato’s Staat zijn er veel versies verschenen. Een vertaling door Gerard Koolschijn is uitgegeven in 2012

Een uitleg van Plato’s ‘democratische’ ideeën om ernaast te houden is De aanval op de democratie dat eveneens geschreven is door Gerard Koolschijn.

Het boek van Kant waarin hij over meningen schreef is Kritiek van het oordeelsvermogen. Dat kan vrij pittig zijn om te lezen, daarom is het nuttig om een goede inleiding te zoeken zoals Kant van Roger Scruton dat deel uitmaakt van de Kopstukkenserie

Mill’s Over Vrijheid is goed te lezen.

Volgende keer het derde deel: De toekomst van de meningsvrijheid
Lees ook het eerste deel ‘Een mening zegt wat’

Foto: Drausio Haddad @Freeimages.com

Sharon Hagenbeek
Sharon Hagenbeek is afgestudeerd in de Literatuurwetenschappen en Filosofie. Als freelance journalist schrijft zij over deze onderwerpen. Zij is bovendien oprichter en hoofdredacteur van de {tussenwoord} website. Als filosoof houdt zij zich in het bijzonder bezig met het werk van Heidegger en Sartre.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *