Een aanslag op de machtelozen

Vandaag zijn twaalf mensen op de redactie van het Franse satirische blad Charlie Hebdo omgebracht. Het wordt omschreven als een laffe en barbaarse aanval op de vrijheid van meningsuiting. Dat is het ook. Het is ook een aanslag op de machtelozen.

Geen daden maar woorden

Satire en politiek kennen uiteraard een lange geschiedenis. Satire is kritiek op de politieke status quo. Eigenlijk is het kritiek op alles (vaak ook op de satirici zelf). Het is tegelijkertijd machteloos. Het zijn vaak de grappen van mensen die onmachtig zijn. Je ziet dissonanten in de samenleving en in de politiek. Die kun je niet in je eentje oplossen. Dat voelt onprettig. Het beste wat je dan kan doen is het erover hebben.

Dat kan zich uiten in politiek activisme. Maar door er grappen over te maken neutraliseer je eigenlijk die laag van urgentie. Iemand kan zich niet lachend boos maken. Satire valt misschien te verwijten dat het politieke misstanden bagatelliseert. Er kan nooit gesteld worden dat politieke actie, laat staan revolutie, het directe gevolg is van satire. Het kan mensen hoogstens aan het denken zetten, maar dat is dan een bij-effect. Het gaat om het lachen.

De botte bijl van de machtelozen

Satire moet daarom eigenlijk niet als wapen gezien worden. Het is een botte bijl. Een opium van het volk hoogstens. Satire erkent de eigen machteloosheid, neutraliseert zichzelf als bedreiging, en doet dat wat zij die machteloos zijn rust: grappen maken. Het is waarom satire troost kan bieden als hoogste goed.

De relatie tussen satire en de gevestigde orde is nooit gemakkelijk geweest. We hoeven maar aan de Culture Wars van de jaren negentig te denken om ons te herinneren hoezeer satire bestreden werd. Vreemd eigenlijk, want juist van satire viel niet veel te vrezen. Het is op zijn best een luis in de pels. Het enige werkelijk kwetsende effect dat satire kan hebben is dat je er niet om kunt lachen.

Satire moet over politiek gaan maar nooit politiek zijn. De redactie van Charlie Hebdo voelde al langer de dreiging, maar dat is niet hoe het hoort. Satire zou een middel moeten zijn voor de gematigden, de twijfelaars en misschien de laffaards die geen actie willen voeren. Niet schreeuwend op het plein maar veilig op zolder met een potloodje. Niet iedereen vertellen hoe het zit, maar alle zekerheden in twijfel trekken.

Vreedzame grappenmakers

Satire zou buiten schot moeten blijven, het moet een buut-vrij plek zijn. Het moet de plek zijn waar vreedzame mensen die wel onvrede voelen terecht moeten kunnen. Satire is een vorm van wat Hans Achterhuis waarschijnlijk “vreedzaam vechten” zou noemen. Een manier om buiten direct geweld wel deel te nemen aan het gesprek in de publieke arena. Zelfs dan nog gematigd, omdat het maar grappen zijn.

Satire is daarmee een instituut. Het is een van de kanalen waarmee bruut geweld omgesmeed kan worden tot geweldloze uitlatingen. Door het in grappen te vatten zelfs nog onschuldiger verpakt. Juist dat instituut is nu met geweld platgelegd. Dat is een verdrietige aanslag op de machtelozen. Misschien zelfs een aanslag op de machtigen die hun macht opgaven omdat ze zagen dat bruut geweld onverstandig is.

Bezoek de site van Charlie Hebdo.

Lucas van Heerikhuizen
Lucas van Heerikhuizen is afgestudeerd als master in de godsdienstwetenschappen. Momenteel is hij werkzaam als webdeveloper en WordPress docent. Tevens is hij actief als redacteur voor Zinweb.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *