Ecclesia

‘Kom binnen, Ecclesia.’ Ze is een wat statige dame met een spits hoofd en een zangerige stem. ‘Heb je geen hoedje op?’
‘Paulus, met die opmerking dat vrouwen iets op hun hoofd moeten dragen kom je vandaag echt niet meer weg.’
‘Wat zijn mensen toch zot,’ mompelt de apostel.

Zijn ogen glimmen bijna net zo hevig als zijn kale hoofd. ‘Die ene miskleun van mij nemen ze serieuzer dan de vrijheid waar ik in grote letters over schreef!’
‘Paulus, luister, ik zit als kerk met een probleem. Mijn Nederlandse kinderen… die willen me niet meer zien. Terwijl ik toch mijn best doe om hen geborgenheid en adviezen te geven. Kanselboodschappen en zo.’
‘En dat lusten ze zeker niet meer?’
‘Nee. Ze zeggen dat ze het bij mij benauwd krijgen. Ze komen alleen nog met de feestdagen thuis, zoals met Kerst.’
‘Ecclesia, je hebt mijn stoutste verwachtingen overtroffen!’
‘Hoezo?’
‘Jij hebt er toch voor gezorgd dat de mensen op eigen benen kunnen staan? Jij bent gezondheidszorg en sociale hulp voor iedereen begonnen. En denk aan al die scholen, het onderwijs! Ben je vergeten hoe je de universiteiten liet groeien uit de theologiestudie? En dan de landbouw, de kunsten en wetenschappen, de  individualisering en democratisering van de Reformatie – om niet te spreken van de werkethiek en welvaart. Zelfs de Griekse en Romeinse filosofie, de basis van het humanisme, heb jij in je kloosterbibliotheken bewaard zodat atheïsten vandaag ook iets hebben om in te geloven. Goeie genade, jouw werk is één groot Pinksteren geweest waarin je de wereld met je gaven verwend hebt!’

Ecclesia bloost, dan: ‘maar ik heb ook fouten gemaakt….’
‘Klopt. Soms ben je net een mens. Maar ondertussen heb je je kinderen wel voldoende melk gegeven om zelfstandig te worden. Ze hebben nu bestaanszekerheid en hangen niet meer aan jouw religieuze rokken. Je zorg komt vandaag betuttelend over. Geen wonder dat ze wegblijven.’
‘Denk je echt dat ze me niet meer nodig hebben?’
‘Hard nodig zelfs, maar heel anders dan vroeger.’
‘Ze zijn veranderd, dat is waar….’
‘De mensen zijn toe aan hartig, vast voedsel. Zoals ze vroeger jouw hulp nodig hadden om autonoom te worden, hebben ze je nu nodig om die autonomie weer uit handen te geven.’

‘Je leven verliezen om het nieuw te vinden?’
‘Precies. Want almaar op je eigen benen staan en middelpunt van de wereld zijn gaat op den duur knap doorwegen. Het leven wordt een spiegelzaal waarin je alleen maar jezelf tegenkomt.’
‘Maar normen en waarden moet ik toch nog wel bijbrengen?’
‘Schei toch uit, Ecclesia. Mede door jou zijn de bijbelse geboden overheidsbeleid geworden, laat die dat nu verder opknappen. Stoppen met dat gemoeder.’
‘Maar wat zal ik dan doen?’
Een plagerig lichtje verschijnt in de ogen van de apostel. Zijn kromme benen over elkaar slaand, antwoordt hij: ‘Ga eens op je hoofd staan. Gooi eens wat spiegels in. Steek de draak met de illusies van de moderne burger. Schud hem wakker uit de droom dat alles om hem draait. Toon de vreemde weg van de Meester, de weg van overgave aan de Eeuwige.’

‘Dat zullen ze niet leuk vinden.’ 
‘Echte liefde is vaak irritant. Je weet toch wat ik allemaal over me heen heb gekregen? Zweepslagen, de kerker en op het laatst mijn kop eraf.’ Hij voelt met een vinger langs de snede in zijn hals.
‘Maar een paar enthousiast gebleven kinderen zeggen juist dat ik me aan de moderne cultuur moet aanpassen.’
‘Dan heb je de mensen niet lief maar bevestig je ze alleen maar in hun eenzame waan dat ze de schepper van zichzelf zijn. Alsof niet elk mens eindigt als een fietsenrek, zoals een van jullie dichters heeft gezegd.’ Grinnikend wrijft hij over   zijn ribbenkast. ‘Je ziet, ik houd nog steeds mijn poëzie bij.’
‘Als ik verander, denk je dat ze dan weer vaker bij mij op bezoek komen?’
‘Dat denk ik niet, dat weet ik zeker. In mensen is er een diep zuchten naar een overgave die hen van zichzelf bevrijdt. Dat komt vooral naar boven wanneer ze gesetteld zijn en met het tikken van de centrale verwarming het grote schrijnen nadert. Om die reden wordt elke charismatische politicus of zanger die hen daarvan lijkt te verlossen opgehemeld als een messias. Maar de aarde trekt ze altijd weer naar beneden. Het levert spectaculaire uitvaarten op, dat wel.’

Ecclesia staat op. ‘Bedankt Paulus. Ik zie nu dat ik eerst zelf mijn identiteit moet verliezen om die nieuw te hervinden. Maar zeg eens: als ik straks geen moeder van de gelovigen, mater piorum, meer ben, wat dan wel?’
‘Het gaat om levenskunst. Wat dacht je van: gekke, wijze zus?’
‘Dat zal wennen zijn. Tot ziens.’
‘Had je echt geen hoedje op?’

 

Uit de bundel: God & zo

Jean-Jacques Suurmond
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *