Doperscafé: Ahmed Marcouch

Verslag van het optreden van politicus Ahmed Marcouch bij het Doperscafé, met Thijs Broer als gespreksleider.

Charlie Hebdo

Marcouch riep moslims op na de aanslag op Charlie Hebdo om afstand te nemen van extremisme. Gespreksleider Thijs Broer vraagt zich af waarom. Marcouch legt uit dat de islam voor Nederland een hele nieuwe godsdienst is. Als er een groep komt die in naam van die islam wandaden pleegt, die als aanslag op de rechtstaat worden opgevat, is dat tevens een aanval op de vrijheid van godsdienst en op de islam zelf. “De aanslag is fysiek maar veel breder, ook moreel en mentaal”, legt Marcouch uit. Hij stelt:

“Omdat het in naam van islam is gebeurd [is het van belang] om als moslims ook dat statement te maken. Niet zozeer omdat je er persoonlijk verantwoordelijk voort bent […] maar vanuit een verantwoordelijkheid elkaar vast te houden, en ervoor zorgen dat deze aanslag of welke dreiging dan ook niet het effect krijgt dat deze mensen wensen, namelijk dat wij tegenover elkaar komen te staan.”

Marcouch begrijpt tegelijkertijd wel het chagrijn van moslims als die worden aangesproken op daden of standpunten die ze niet eigen zijn. Door zich tegen de daden uit te spreken zouden ze zich dan ironisch genoeg als terecht in de verdachtenbank geplaatst profileren. Op het moment dat er echter zo iets groots gebeurt als de aanslag op Charlie Hebdo, stelt Marcouch dat je je eigen burgerschap voorrang moet geven en je er tegen uit moet spreken, ook als moslim.

Jihadloverboys

Broer merkt op dat na de aanslag op Charlie Hebdo de geschiedenis zich leek te herhalen, waar de nasleep erg deed denken aan wat er gebeurde na de moord op Theo van Gogh, tien jaar geleden. Wat hebben we nou politiek geleerd in die afgelopen tien jaar over islam en radicalisering, vraagt hij zich af.

Marcouch stelt dat we nu wel wijzer zijn. Marcouch merkte tien jaar geleden dat bestuurders op sleutelposities eigenlijk niets wisten over de islamitische geloofsgemeenschap. Men deed, naar de opvatting van Marcouch, heel lang onverschillig over het gelovige leven van migranten. De eerste maatschappelijke reactie was er één van wat genoemd kan worden irrationele angst, waar het niet over kansen en uitdagingen ging, maar het idee heerste: “De samenleving is aan het islamiseren.”

Marcouch roept in deze toestand op om eerst eens te analyseren wat er aan de hand is en wat er gedaan kan worden. Zijn aanpak is zeer praktisch. Het gaat hem erom de werking van “jihadloverboys” op het spoor te komen, eerder dan om te blijven discussiëren over een islamisering van de samenleving. Het tekent hem misschien als politicus en voormalig politiebeambte om eerst maar eens de structuren boven tafel te krijgen voordat men aan een ideologisch debat begint. De angst voorbij en met betere kennis van structuren zijn we inmiddels wellicht toch verder dan tien jaar geleden.

Dromen, emoties en de rede

Marcouch geeft op een gegeven moment duiding bij waarom jongeren zich door jihadisme kunnen laten verleiden. Hij beschrijft hoe hij destijds de Mujahideen ervaarde. Ayatollah Khomeini, een gewichtig man met een grote mooie tulband, met een droom van een kalifaat, dat soort beelden en opvattingen maakten ook op Marcouch veel indruk. Jihad vandaag de dag appelleert ook aan emotie en adrenaline, misschien zelfs wel aan een avontuurlijk gevoel. Ronselaars zijn hierop berekend, en die wachten het juiste moment af, en zeggen dan “als jij iets voor de Syriërs wilt doen, dan weet ik hoe dat moet, dan moet je er naartoe.”

Het is de omgeving die ook van belang is in dit soort zaken. Het ronselaars moeilijk maken om jongeren te bereiken helpt, maar ook een remmende werking van de directe omgeving kan het verschil maken. Marcouch merkt op dat verstandige mensen om hem heen destijds tegen hem zeiden “als je de Afghanen wilt helpen, ga dan collecteren, of ga dan vertellen over hun zaak.” Het advies was vooral: “Zomaar daarheen gaan en daar die mensen voor de voeten lopen, daar help je ze niet mee.” Rationele kritiek kan zo de emotionele toestand bedaren.

Fundamentalisten aan het twijfelen krijgen

Broer vraagt Marcouch: “Je hebt wel eens gezegd dat je zelfs fundamentalisten aan het twijfelen kan krijgen. Hoe doe je dat?” Marcouch lacht in eerste instantie een al te grote eer die aan die opmerking kleeft weg. Hij merkt tegelijkertijd wel de potentie van opvoeding op. Hij spreekt zich impliciet uit tegen een waakhondsysteem in de klas:

“Ik zie de discussie in het onderwijs: ‘We moeten radicalisering signaleren.’ Maar mijn doel is vooral: Laten we maar opvoeden. Laten we ook als onderwijs, ook in het voortgezet onderwijs, ook in het middelbaar onderwijs, jongeren durven aan het twijfelen te brengen. En dat kan, door op z’n minst gewoon vragen te stellen.”

Marcouch treedt zelf soms ook voor de klas op. Hij begint dan wat uitdagend met de vraag “waar gaan jullie het over hebben?” terwijl hij de klas al een beetje scant. Dan wordt er wat gechiegeld, en klinkt het even zo provocerend terug: “Laten we het over homo’s hebben.” Marcouch weet vervolgens dat die opmerking klinkt omdat ze Marcouch vast willen zetten, omdat ze zelf van mening zijn dat je niet moslim kunt zijn én voor homo’s kunt opkomen. Marcouch stelt vervolgens de vraag: “Hoe zit het dan met jouw opstelling? Zijn homo’s dan geen mensen? Islam is toch een geloof van barmhartigheid en compassie?”

Het verandert al de houding van de orthodoxe sceptici in de klas, die vervolgens “rechtop gaan zitten, want aanvankelijk denk ze: ‘Hij weet er niets van.’” Vervolgens legt Marcouch ze voor: “Homo’s zijn toch geschapen door God, dat is Zijn schepping, waar haal jij het lef vandaan om […] over de schepping van jouw Schepper te oordelen en te spreken?” Op zo’n manier weet Marcouch jongeren aan het twijfelen te brengen.

Stad van Allah

Marcouch vertelt tegen het eind van de bijeenkomst over spraakverwarring. Men schrikt nog wel eens als men hoort dat de meeste moslims vóór een islamitische staat zijn. Het wil nog wel eens het idee wekken dat iedereen een gewelddadig fanaticus is. Het probleem zit hem echter in wat er onder islamitische staat verstaan wordt.

Als iemand die zelf geen moslim is deze term hoort, kan hij denken aan de huidige, concrete toestand in Syrië en Irak. Voor veel mensen betekent het echter net zoiets als wat voor een Christen de Augustiniaanse Stad van God zou kunnen betekenen, een symbool voor een ideale samenleving. De Doopsgezinden weten als geen ander hoe een opvatting van een heilstaat mank kan gaan, waar een van de toehoorders ook nog Münster in herinnering roept.

Foto: Thijs Broer in gesprek met Ahmed Marcouch.

Dit evenement is georganiseerd door het Doperscafé, bezoek de site van het Doperscafé voor het volledige programma van dit seizoen.

Lucas van Heerikhuizen
Lucas van Heerikhuizen is afgestudeerd als master in de godsdienstwetenschappen. Momenteel is hij werkzaam als webdeveloper en WordPress docent. Tevens is hij actief als redacteur voor Zinweb.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *