Doorgeven van het verhaal dat ons inspireert (1)

De Remonstranten en Doopsgezinden vieren dit jaar dat ze al 400 jaar ‘verkering’ hebben. Daarom maakten ze onder andere een dubbelnummer van Doopsgezind NL en Adrem. Voor dit nummer werd de algemeen secretaris van zowel de doopsgezinden, Henk Stenvers, als die van de remonstranten, Tom Mikkers, geïnterviewd. Over de achtergrond van beide kerkgenootschappen en over de samenwerking.

Het zijn geen mannenbroeders, die term past niet, maar gebroederlijk zitten ze wel aan tafel in Utrecht. Eind september spraken Henk Stenvers, algemeen secretaris van de Algemene Doopsgezinde Sociëteit, en Tom Mikkers, die dezelfde functie bij de Remonstrantse Broederschap bekleedt, over de lange relatie tussen  beide kerken. Een gesprek over herkenning en gedeelde smart, over historische gegevenheden en de blik op de weg die voor ons ligt.

Kennen we elkaars geschiedenis? Hoe hebben beide kerken te maken gehad met vervolging en weerstand?
Henk: ‘De doopsgezinden zijn voortgekomen uit de radicale reformatie, een 16e eeuws antwoord op de beleefde corruptie in de katholieke kerk en in de religieuze beweging die door Luther werd geleid. Via Zuid – Duitsland en Zwitserland is het doperse gedachtegoed naar Nederland gekomen. Kenmerk van de wederdopers is het herdopen van volwassenen op basis van belijden en de afstand die zij houden tot de overheid. Ook beschouwen zij het avondmaal niet als transsubstantiatie (term om de verandering van brood en wijn in het lichaam en bloed van Christus, die volgens de katholieke leer tijdens de eucahristieviering of mis plaatsvindt, filosofisch-metafysisch te omschrijven), maar als een symbolische handeling.  Wederdopers werden als ketters gezien en voor ketters gold de doodstraf. Duizenden wederdopers zijn in de 16e eeuw ter dood gebracht. In 1534 grijpt een groep wederdopers onder leiding van Jan van Leiden naar de wapens en vestigt in Münster voor korte tijd een dopers koninkrijk. Menno Simons bracht vanaf 1535 in Nederland verspreide groepen wederdopers  tot een eenheid. Als reactie op de uitwassen van ‘Münster’ en  op de dood van zijn broer die omkwam bij een doperse aanval  op een klooster,  streeft hij volledige geweldloosheid na. Vijfentwintig  jaar lang is hij vervolgd, maar uiteindelijk is hij in 1561 een natuurlijke dood gestorven. Na de  Unie van Utrecht in 1579 werden de wederdopers in Nederland gedoogd en mochten zij schuilkerken hebben. Wederdopers die in de 16 e eeuw hun geloof niet mochten belijden trokken weg. In eerste instantie naar het Oosten, naar Pruisen, Rusland en de Oekraïne. Later trokken zij vaak via Friesland naar Canada, de VS en Midden – en Zuid – Amerika. Via de missie zijn doopsgezinden ook in Afrika, India en Indonesië terecht gekomen. Vervolging van doopsgezinden vindt  nu nog plaats in o.a. Ethiopië, Vietnam, en Latijns – Amerika.’

Tom: ‘De remonstranten stammen af van een andere familie, zij zijn een spruit aan de reformatie van Calvijn en Zwingli. Willem van Oranje omarmde dit calvinisme in een humanistische variant. Eind 16e eeuw  heroveren de Spanjaarden de Zuidelijke Nederlanden. De calvinisten werden er weggejaagd. Er komt een stroom van vluchtelingen naar het Noorden op gang. Deze mensen hadden een sterke afkeer van de Spanjaarden en zij waren harder in de leer. Mede door  die tegenstelling is  in het begin van de 17e eeuw het conflict tussen rekkelijken en preciezen, tussen de theologen Arminius en Gomarus ontstaan. In 1610 dienen de medestanders van Arminius bij de Staten van Holland een remonstrantie (verzoekschrift) in.  Zij bepleiten godsdienstvrijheid en het bijeenroepen van een kerkvergadering over de vragen die Arminius op het punt van de predestinatie had gesteld bij de Nederlandse Geloofsbelijdenis. De afloop is bekend: tijdens de Synode van Dordrecht (1618-1619) worden de remonstranten veroordeeld en veel predikanten verbannen naar Antwerpen. Een aantal van hen  sticht in Noord-Duitsland de vrijplaats Friedrichstadt, waar later ook wederdopers hun toevlucht vinden. Vanaf 1625 na de dood van prins Maurits nemen de godsdiensttwisten af. De remonstranten keren terug naar de Nederlanden, waar zij schuilkerken stichten.’

Hoe stonden remonstranten en doopsgezinden in die vroege jaren ten opzichte van elkaar?
Tom: ‘We moeten een goed beeld krijgen van die tijd. Het was een soort Afghanistan, waarin religies elkaar beconcurreerden op het scherpst van de snede. Geweld werd niet geschuwd. Doopsgezinden en remonstranten waren in die tijd groepjes zeer bevlogen gelovigen, die daarmee een grote aantrekkingskracht hadden op anderen. Er waren geen landelijke bureaus die de contacten met elkaar onderhielde. De gereformeerden als staatskerk hadden een vorm van structuur, zij konden als enige gebruik maken van de overheidsdiensten. De reformatie was trouwens ook niet met een druk op de knop een feit. Er was in de zestiende en zeventiende eeuw eerder sprake van een kudde die bewoog. In de vroegste periode van de Reformatie ging men ‘s ochtends misschien naar de mis en ’s middags naar een hagepreek luisteren. Lokaal waren er dus contacten, remonstranten en dopers behoorden beiden tot groepen die alleen in schuilkerken bij elkaar mochten komen, maar inhoudelijk waren er grote verschillen.’  
Henk: ‘Het oudste document van de wederdopers is een verslag van de eerste wederdoop op een zolderkamertje in Zurich in 1525. Het waren jonge mensen die daartoe  besloten, er zat heroïek in, de toetreders verzetten zich tegen de bestaande orde.  Wederdoper worden maakte vrij uit de ketenen van de staatskerk, het bevrijdde van een ijzeren dogmatiek. Beide kerken kunnen gezien worden als voorlopers van de religieuze emancipatiebeweging.’  

Wordt vervolgd

Dit artikel komt uit het Adrem-gedeelte van het nummer, dat hier te downloaden is.

Michel Peters
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *