Doopsgezind NL: Worstelen met leiderschap

Nederlanders en leiderschap, het is een ongemakkelijke combinatie. ‘Een leider die bij zijn eerste aantreden te kennen geeft dat hij ook maar een eenvoudige jongen is die niet begrijpt dat hij het woord mag voeren – beter kan in Nederland eigenlijk niet’, zegt professor Yme Kuiper. Hoe komt dat? En waarom hebben doopsgezinden misschien nog wel meer moeite met leiderschap dan de doorsnee-Nederlander? Door Kalle Brüsewitz.

Om te beginnen. Wat is een leider?

‘Er zijn verschillende typen leiders. En de behoefte aan leiders is heel wisselend. Ik ben bijvoorbeeld gefascineerd door het fenomeen charismatisch leiderschap. De Duitse socioloog Max Weber heeft daar indringend over geschreven. Hij stelt dat charismatisch leiderschap niet gebaseerd is op traditie of rationele overwegingen, maar slechts bij uitzondering voorkomt. Aan charismatische leiders worden, door mensen die in hun kracht geloven, uitzonderlijke kwaliteiten toegedicht. Ze zijn in staat anderen te inspireren, of hen er bijvoorbeeld van te overtuigen dat er bijzondere tijden aanbreken. Het zijn nagenoeg altijd begenadigde, bevlogen redenaars. Weber stelt dat deze vorm van leiderschap alleen bestaat bij de gratie van een bijzondere band tussen de leider en diens volgelingen. Het gaat dus om een relationeel begrip. Weber beschouwde de profeten uit het Oude Testament als charismatische leiders. Ze zetten in moeilijke tijden een koers voor mensen uit.’

Is er ook natuurlijk leiderschap?

‘Dat bestaat eigenlijk niet, daar ben ik als antropoloog van overtuigd. Wel in het dierenrijk, zullen veel biologen zeggen. Zelfs de succesvolle jager in de Inuït-samenleving die op het poolijs optreedt als leider, heeft zijn jachtexpertise van zijn vader geleerd. Leiderschap is altijd afhankelijk van de context. In crisissituaties zal de behoefte aan leiders snel toenemen.’

Is dat alles?

‘Nee natuurlijk. Er is voor de werking van charismatisch leiderschap meer nodig dan een crisissituatie. Zo’n type leider moet wel degelijk bepaalde talenten hebben en enige prestaties laten zien. Ook moet de timing goed zijn. Overigens beschreef Weber al dat een charismatisch leider het nooit lang volhoudt. Op den duur wordt zijn charisma routineus en verdwijnt de magie ervan. De oorspronkelijke crisissituatie is bijvoorbeeld veranderd en de volgelingen hebben hun doorgaans overdreven verwachtingen bijgesteld. Charismatische leiders zijn vaak mannen, maar dat hoeft niet. Ook aan vrouwen kunnen uitzonderlijke kwaliteiten worden toegeschreven. Is Angela Merkel een charismatisch leider? Een betrouwbaar en deskundig leider wel, zou ik zeggen. Maar charismatisch? Hier aarzel ik. Wel empathisch, gezien haar huidige opstelling in de vluchtelingenproblematiek in Europa.’

Wat is de rol van de volgeling?

‘Zoals ik al aangaf dicht een volgeling zijn of haar leider kwaliteiten en talenten toe die hij of zij zelf niet heeft, of denkt niet te hebben. En, misschien nog wel belangrijker, niet zelf durft te gebruiken. Daar komt bij dat mensen door en door sociaal wezens zijn en graag bij een groep willen horen. Afgeschoven verantwoordelijkheid is voor velen eenvoudiger. Je draagt immers een deel van je verantwoordelijkheden over aan iemand anders: de leider. Denk aan de dramatische voorbeelden van totalitaire regimes in de geschiedenis van de vorige eeuw. Met als dieptepunt de invloed en het optreden van Adolf Hitler en zijn trawanten. Grofweg waren onder zijn grote schare volgelingen dwepers, meelopers en opportunisten. Slechts een heel klein deel van de Duitse bevolking kwam in verzet. Ik zie in deze tijd opvallende parallellen met de radicale, gewelddadige jihadisten die hun moordpraktijken uitoefenen uit naam van Allah.’

Is dat niet het gevaar van geloof in leiderschap?

‘Idealiter moeten er in een open, democratische samenleving altijd checks-and-balances zijn rond leiderschap. Om met de filosoof Popper te spreken: we hebben sterke instituten nodig die de leiders controleren. Koester die instituten en niet zozeer de leiders, zou ik zeggen. Een leider moet altijd verantwoordelijkheid kunnen en willen afleggen. En het instituut moet zo gezagvol zijn dat dat ook gebeurt.’

En Jezus dan? Hij kon niet gecontroleerd worden – was hij dan gevaarlijk?

‘We moeten hier goed kijken naar de context van zijn leven. Jezus trad op in de periferie van het grote, op militaire macht gestoelde Romeinse rijk, als charismatisch leider van een soort protestbeweging. Er waren meer van dergelijke bewegingen in die streek destijds. Pas later zou Jezus’ religieuze boodschap meer weerklank krijgen. En nog later kwamen er religieuze instituties om die boodschap vast te houden en verder te verspreiden. In onze tijd is van belang hoe mensen naar hun eigen biografie kijken. Op welke wijze identificeren zij zich met Jezus? Hoe komt het dat iemand zijn volgeling wordt? Dat kun je tot op zekere hoogte onderzoeken als afstandelijk ingesteld wetenschapper, bijvoorbeeld als historicus die zorgvuldig bronnenonderzoek doet, of als antropoloog die goed naar mensen luistert. En toch – het leven van Jezus zelf en wat voor leider hij geweest zou kunnen zijn, is heel moeilijk te achterhalen. Dat geldt in het alge- meen voor charismatische leiders. Eigenlijk is de enige conclusie die je kunt trekken dat Jezus het als leider aardig lang volhoudt, tenminste als ‘leider’ in dit verband nog steeds de juiste term is. Langer dan veel andere charismatische leiders. Dat heeft dan weer te maken met allerlei andere ontwikkelingen, onder meer van wereldse en religieuze regimes, met de dominantie van de westerse wereld in mondiaal perspectief vooral op het gebied van technologie en media, en deels ook met toeval.’

Het lijkt alsof doopsgezinden, toch ook volgelingen van Jezus, moeite hebben met leiderschap?

‘ja, dat klopt denk ik wel.’

Hoe komt dat?

‘De Nederlandse doopsgezinden zijn na verloop van tijd steeds beter gaan passen in de Nederlandse samenleving en cultuur. Doopsgezinden kun je van oudsher met name aantreffen in de kustprovincies Holland, Friesland en Groningen. Ondanks de rijkdom van het platteland daar, is de samenleving er qua mentaliteit vooral stedelijk-maritiem, en meer egalitair dan in de rest van Nederland. Vanaf 1600 hebben wij Nederlanders ons steeds meer ontwikkeld richting een burgerlijke natie, met in dat collectieve zelfbeeld ook een plaats voor de boeren. Er was in ons land niet heel veel adel en onze vorsten waren maar stadhouders, althans tot aan het begin van de negentiende eeuw. Als we naar het religieuze veld kijken, staan hiërarchie en formeel leiderschap veel centraler bij de katholieken dan bij de protestanten. Die zijn, inclusief de dopersen, ooit in verzet gekomen juist tegen deze aspecten van de katholieke kerk.’

Jan van Leyden en Menno Simons waren toch leiders van de doperse beweging. Hoe verklaart u dan die omslag naar onze moeizame relatie met leiders?

‘Misschien kun je zeggen dat het doperse probleem met leiderschap in Münster is begonnen. De doopsgezinden hebben mogelijk een trauma opgelopen vanwege het uit de hand gelopen militante en militaire leiderschap. Dat trauma, in combinatie met de tot in onze tijd doorlopende migratie- en repressiegeschiedenis, hebben het doperdom in Nederland gemaakt tot misschien wel de meest door secularisatie en individualisering beïnvloede vorm van doperse religiositeit ter wereld. Bovendien ‘e’ en ‘e’: egalitair en eigengereid, tenminste in het zelfbeeld. In de praktijk van alledag en in de omgang met andere stromingen in het doperdom zullen niettemin steeds informele leiders – mannen en vrouwen – invloed uitoefenen. Ik denk trouwens niet dat doopsgezinden sterk afwijken van veel andere Nederlanders, voor wie alleen al het gebruik van het woord ‘leider’ een soort taboe is, of op zijn minst wantrouwen oproept.’

Hoe doorbreken we als doopsgezinden dat taboe aangaande leiderschap?

‘Moet dat dan? Zou er voor jullie doopsgezinden niet eerder een probleem schuilen in het gebrek aan een overtuigend en goed verhaal over wie jullie als collectief zijn en willen zijn? Jullie doopsgezinden hebben een heel authentiek verhaal te vertellen, als nazaten van vele generaties vluchtelingen in de mondiale geschiedenis. Althans zo lijkt me, als betrokken buitenstaander. Onderhoud en actualiseer dat verhaal – dat zou mijn ongevraagd advies zijn. Het verhaal over al die vluchtelingen is toch uiteindelijk net iets belangrijker dan degene die het vertelt.’

Even over de recente aanslagen in Parijs. Wat kunnen we, gezien het feit dat het nu allemaal akelig dichtbij komt, verwachten van politiek leiderschap?

‘Dit is nu zo’n typische crisissituatie waarin mensen behoefte hebben aan leiderschap. Voor troost, rouw, duiding, beleid, en vooral voor: hoe verder? Bovendien zie je, mede door de snel reagerende media, naast al het menselijk leed ook het verdriet van de wetenschap. Want weliswaar is begrijpelijk te maken waarom politiek leiders, van Obama tot Hollande, van Merkel tot Rutte, oproepen tot de grootst mogelijke eenheid onder de verschillende bevolkingslagen in hun land, inclusief moslims. Maar een overheidsbeleid dat een herhaling van dit soort terreuraanslagen voorkomt, hebben deze leiders niet direct bij de hand. Dat dit type aanslagen iedereen kan treffen, zorgt voor veel angst, maar brengt ons qua inzicht niet veel verder. Datzelfde geldt voor het malicieuze en verknipte gezichtspunt van de ISIS-strijders dat Parijs de hoofdstad van het ‘verdorven Europa’ is, dat ‘kruisvaarders’ naar het Midden-Oosten stuurt om ISIS te bestrijden. Hier is een hele cocktail van factoren in het geding, waarbij het extra lastig is om hun belangrijkheid ten opzichte van elkaar in te schatten: armoede, achterstelling, ressentiment, politieke en religieuze indoctrinatie, eergevoel, martelaarschap, en last but not least: vormen van leiderschap. There is no easy way out. Maar deze constatering is niet defaitistisch bedoeld. Zonder vertrouwen in de politieke instituties van onze open, democratische samenleving is er weinig kans op vermindering van dit soort leed. Het is de taak van politiek leiders juist dat vertrouwen te activeren.’

Yme Kuiper (1949) is emeritus hoogleraar historische en religieuze antropologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij onderzoekt de historische en culturele inbedding van actuele veranderingen in de verhouding tussen religie, samenleving en cultuur. Zijn expertise ligt onder andere bij de antropologie van leiderschap en elite.

Photo Credit: Rienk van der Star

Doopsgezind NL
Het maandblad van de Doopsgezinden in Nederland.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *