Doopsgezind NL: Wie leidt de Lusthof?

Nazomer, pelgrimagetijd. Eens per jaar pak ik met mijn oeroude soulmate Jan Philipsz Schabaelje – JéPé voor intimi – een pilsje in het tuttige toeristenstraatje van Zoutelande vol Duitsers, achter de Westerscheldedijk. Schabaelje was hier in 1592 op Walcheren geboren, als zoon van een meniste molenaarsfamilie die wegens vervolging ooit Steenvoorde, onder Poperinge, ontvluchtte. Door Piet Visser.

‘Strammer Max’ met vragen

Ziezo daar ben ik, doe mij maar een Duvel’, roept hij van verre, zodra hij mij, omringd door zonverbrande vetrollen en overrijpe facelifts uit het Ruhrgebied, ontwaart. Ik wijs hem op de lege stoel tegenover mij op het terras van restaurant ZieZo aan de Langstraat. Even lijkt het alsof dichter Nico Dijkshoorn – nee, nog sprekender, de vrijzinnige ‘visiting professor’, Erik Borgman – mij begroet: ‘Pieter Johanneszoon!’ ‘JéPé, m’n beste! Long time no see!’ Brasa: onze stoppelwangen raken elkaar, een warme welkomstklap op ieders schouder. ‘Huggen heet dat tegenwoordig, toch?’ Zo’n 360 jaar geleden was hij gestorven in Amsterdam – toch blijft hij een tijdloze kerel die zich al eeuwen moeiteloos aan elke tijd aanpast. Dopers eigen? ‘Hoe komt het toch JéPé’ vraag ik, terwijl ik aan een boerenomelet begin en zijn verbaasde ogen een ‘Strammer Max mit Schinken und Käse’(?!) verslinden, ‘dat er nu zo’n grote behoefte aan leiderschap is: op ons werk, in de kerk, in ons land? Liefst charismatische leiders vol visie, stimulerend en inspirerend? Kijk naar wat zo’n jonge Trudeau in Canada teweegbrengt! Zie hoe die nieuwe inpalm-paus de hele wereld charmeert! Waarom stelt Obama eigenlijk teleur, en is onze glunderende Rutte ineengeschrompeld tot een Facebook-smiley zonder smoel? En hoe komt het toch dat zoveel bange burgers zich ziende blind een rad voor ogen laten draaien door een namaakblonde populist? Wat zien zij niet? Wat missen wij, JéPé? Waar hunkert iedereen zo naar? Wat ontbreekt mij, man?

Afgedropen doper

Godsamme, noem je zo’n buitenproportionele pub-quiz ‘effe chillen’? Je zet me aan het werk! Had ik dat geweten, dan had ik me nog een jaartje in m’n graf omgedraaid. Maar o.k., jij je zin. Wie betaalt bepaalt, niet dan? Jij kent dat boek van mij toch? De Lusthof des Gemoeds , dat ik in 1635 als een soort boetetherapie na zondige schanddaad heb geschreven?’ ‘Je doelt op jouw onfortuinlijke slippertje met Judith? Toen jij als schapenschurft uit de gemeente van makke lammeren werd verbannen door herder Hans de Ries? En Judith van de weeromstuit haar bevlekte heil bij het kuise Kruis van Rome zocht? Verleden tijd, JéPé! Weet je dat jouw gênante bijslaap van toen tegenwoordig ‘rondneuken’ heet, en dat dat in sommige kringen eerder tot eer dan tot schande strekt?’ ‘Hé, hallo, mag het ietsje zachter en wat minder ironisch, alsjeblieft? Is iedereen zo bot gebekt bij jullie? Dat had ik nooit achter jou gezocht.’ Ik bestel vlug een tweede Duvel om het goed te maken – zeventiende-eeuwers drinken bier als thee. ‘Sorry Jan, maar als enige Schabaelje-kenner ter wereld ken ik al jouw vleselijke zwakheden. Wist je trouwens’ – om hem weer mild te stemmen – ‘dat er maar liefst 103 Nederlandse herdrukken van jouw Lusthof zijn verschenen? Jij bent veruit de populairste schrijver van jouw tijdperk!’ Ik verzwijg maar dat heel Nederland nog altijd in de waan is dat ‘Vader’ Cats, ook van Walcheren, die eer toekomt. ‘En weet je dat jouw boek nog altijd een bestseller is bij de Amish?’

Open deur

Als het laatste geel van zijn spiegelei verdwenen is en de kleinste kruimel van het bord gevingerd, gaat hij over op de praatstand. ‘O.k. dan, dat leiderschap. Die Amish zijn schatten, hun zelfverzekerde zwartepakkengedoe sust vaak gekwelde geesten van elders, maar ik heb liever kritischer types. Hun soort zekerheden ken ik niet. Daarom snap ik des te beter die hunkering naar voorbeeldige voorgangers, zieners, wegenwijzers en leidslieden. Dat verlangen is niet van vandaag of gisteren – ik zocht al niet anders. Maar het blijken altijd weer kwakzalvers, charlatans te zijn die de serieuze zoekers bruuskeren. Evenzo de nepprofeten, zoals Jan van Leyden met z’n Münsterse sjoemelsoftware. Of schijnmachtigen als Nebukadnezar die droomde van gouden standbeelden, maar ondertussen Jeruzalem verwoestte en koning Jojakim met zijn volk tot horigheid en heidendom bracht! Herlees mijn Lusthof nog eens goed, Pieterman, en laat tot je doordringen dat niets hier blijvend is. Zelfs de machtigsten der aarde vallen, geen rijk houdt stand. De gulden mond, het gouden beeld doorstaan de eb en vloed der eeuwen niet. Macht is schijn, schijnmacht verderf. Volg nooit één leider, maar gehoorzaam de stem van je geweten, van God.’ ‘Beetje een vrijzinnige open deur, JéPé – ik had iets beters van je verwacht.

#godismijnschepping

‘Mag je vinden, maar die deur heb ik in de Lusthof expres wijd open gezet in een inleiding van ruim 70 pagina’s. Helaas gaat kennelijk niemand stapsgewijs door dat essentiële voorportaal heen – de Amish al helemaal niet. Men wil direct de aardse lusthof van Adam en Eva beloeren, het ‘Luctor et Emergo’ van Noach en Mozes meemaken, of de Judaskus op Jezus’ wang voelen! Echter, juist in dat eerste stuk betoog ik wat de kern van geloof is, dat er drie soorten godsdienst bestaan. Ten eerste de ceremoniële religie, zoals de rooms-katholieke santenkraam met wijwater en wierook, of de protestantse preekkitsch van kaarsje-aan-en-uit. Dan is er het opiniërend geloof, gebaseerd op geleerde theologische interpretaties en meningsverschillen, maar ook op sentiment en vooroordeel. Dat leidt tot kerkelijke (dis)kwalificaties als orthodox en vrijzinnig, dogmatisch, confessioneel of ongebonden, om over de tsunami van geloofsrichtingen maar te zwijgen! Waar het werkelijk om gaat is de derde soort: het spiritualistische geloof. Dat is het ultieme level van de levens-app die godsdienst heet. Daarin verinnerlijk, vergeestelijk je heel Gods schepping, de geschiedenis van Israël en de wereld met Hem. Daarin incorporeer je het leven en lijden van Jezus Christus – onze virtuele Instagram top-tag – in de kern van je gemoed, het geweten. Een kathedraal of kerk is daarvoor niet nodig: ruïne is hun lot. En “de bijbel wordt ooit toch ook door muizen opgevreten”, zo sprak Judith’s en mijn grote leider én zedenmeester van toen, Hans de Ries. Maak daarom heel de macrokosmos tot jouw spirituele microkosmos: jijzelf bent de schepper van alle goed en kwaad, jij creëert jouw God, jij bent Zijn Zoon/Dochter mét en in jouw Heilige Geest. De Lusthof, dat ben jij!’

‘Nog één Duvel dan, om de drie-eenheid te vervolmaken, JéPé?’ Helaas verwaait mijn aardse snaaksheid in de Westerscheldewind: de Schabaelje-stoel is leeg! ‘ Bitte schön, € 28,50, pin oder cash?’, spreekt een ober in vele tongen. Op straat, achter hem, zie ik in Duits gedruis zowaar Borgman voorbij schichten, of toch Dijkshoorn? JéPé wellicht…? ‘Spoor bijster’ sms ik naar huis, ‘hoe kom ik thuis?’

Piet Visser is emeritus hoogleraar geschiedenis van het doperdom aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Doopsgezind NL
Het maandblad van de Doopsgezinden in Nederland.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *