Doopsgezind NL: Een grote verantwoordelijkheid

Kenmerkend voor de doopsgezinde wereld is dat overal jonge lekenprekers voorgaan. Mensen die na een korte cursus de kerkdienst leiden en verder geschoold worden door de praktijk. Twee van de lekenprekers waar Doopsgezind NL mee sprak gaan wat dieper in op hun ervaringen. Waar lopen zij tegenaan? Zijn zij vernieuwend bezig, en hoe? Door Martin Maassen.

Graag Reactie (Rik Harmsen, 35 jaar)

‘Ik ben de doopsgezinde wereld ingerold op mijn zeventiende, via Dopersduin in Schoorl. Daarna ben ik lid geweest van de ‘Jongeren Doopsgezinde Vredesgroep’ en van het bestuur van de ‘Vredesgroep’, één van de voorlopers van ‘WereldWerk’. In 2009 heb ik belijdenis gedaan in Utrecht; als kind was ik al gedoopt. Sinds de afronding van de lekenprekerscursus heb ik naar schatting tien keer gepreekt in verschillende doopsgezinde gemeenten. Meestal vind ik het leuk om te doen, al vind ik het wel lastig om een goede preek te maken bij een willekeurige tekst. Mijn oorspronkelijke preek heb ik gemaakt op basis van een tekst die mij heel erg aansprak: dan is het makkelijker om iets te maken waar je zelf tevreden over bent.’

‘Voorgaan in een dienst en de dienst leiden vind ik leuk, al vind ik het ook een grote verantwoordelijkheid. Vaak krijg je naderhand óf positieve reacties, óf helemaal geen reactie. Het valt me, ook bij andere bijeenkomsten, op dat veel mensen na afloop niets loslaten over wat ze ervan vonden. Terwijl het wel zo prettig is om dat te horen. Natuurlijk is dat lastig als de dienst of de preek je niet zo aanspreken, en ik zou ook niet willen oproepen om de lekenprediker na afloop te bestormen om te vertellen wat je allemaal niet goed vond. Maar goed gebrachte kritiek is interessant om te horen. Kortom, laat een lekenprediker, en een voorganger in het algemeen, vooral weten wat je ervan vond.’

‘Een keer heb ik achteraf een e-maildiscussie gehad over de inhoud van de preek. Dat was best lastig, maar ik vond het ook nuttig en interessant. Ik ben erop uit om mensen aan het denken te zetten – ik vind dat in doopsgezinde diensten soms te makkelijk alleen maar naar het goede, het mooie wordt gekeken. Terwijl het leven niet altijd zo is. Als een van oorsprong pacifistische kerk hebben we soms de neiging vooral te wijzen op zaken die goed gaan, en daarnaast troost te bieden bij de moeilijke dingen in het leven. Dat is heel belangrijk natuurlijk, maar ik denk dat het soms ook nodig is om stil te staan bij wat er niet goed gaat, en elkaar daar ook op aan te spreken, te vermanen. Mijn eerste preek ging dan ook over dat thema.

‘Tot dusverre heb ik bewust de traditionele opzet van de dienst aangehouden. Dat geeft duidelijkheid aan de gemeente waar ik te gast ben. Met een lekenprediker die een wat andere invalshoek kiest in zijn preek, is er immers al genoeg verandering. Maar het lijkt me wel leuk om in een gemeente die me meer vertrouwd is, bijvoorbeeld mijn eigen gemeente, eens te experimenteren met andere vormen, bijvoorbeeld met meer interactie, of met muziek of stilte.’

Uit de hand gelopen hobby (Jantine Huisman, 24 jaar)

‘Ik kom mijn hele leven al in de doopsgezinde kerk. Ik ben opgegroeid in Joure, waar ik eerst bij de kinderoppas in de kerk het kerkuurtje volmaakte, en daarna bij de zondagsschool. Sinds m’n twaalfde doe ik mee aan de jongerengroep en vanaf m’n veertiende ben ik actief als vrijwilliger op Dopersduin. Daar leerde ik andere jongeren kennen. Via hen ben ik bij de lekenprekerscursus terechtgekomen. Ondertussen kan ik wel zeggen dat het lekenpreken een beetje een uit de hand gelopen hobby is geworden. Begon ik nog met drie keer preken in mijn eerste jaar, tegenwoordig moet ik soms nee zeggen en houd ik een maximum aan van twintig tot vijfentwintig diensten per jaar.’

‘Het invullen van diensten vind ik erg leuk, hoewel ik altijd nog een boel ruimte voor verbetering zie in mijn aanpak. Ik gooi maar bij een paar diensten per jaar de structuur helemaal om, en ik praat nog altijd een tikkeltje te snel voor bejaarde oren. Vaak valt me op dat veel ouderen in de kerk het ‘zo leuk vinden dat eens een jongere de dienst verzorgt’. Ik hoop dan maar dat ze mijn dienst niet alleen leuk vinden omdat ik een jongere ben, maar ook omdat ik iets nuttigs te zeggen heb.’

‘Wat mij soms remt is dat verschillende kerken een orde van dienst meegeven die ‘gebruikelijk is’, of aangeven dat die orde van dienst gevolgd moet worden. Dat laat weinig ruimte voor verandering of vernieuwing. De vernieuwing van mijn diensten is in de meeste gevallen trouwens niet heel erg vergaand. Ik gebruik altijd een popliedje dat aansluit bij het thema van de overdenking of de boodschap die ik mee wil geven. Die liedjes variëren sterk in stijl en genre. Zo gebruik ik zowel christelijke rapliedjes, als liedjes uit musicals of nummers uit de jaren ’80. In veel gemeenten zijn de mensen er enthousiast over. Maar het is soms wel lastig om een goede muziekinstallatie te vinden. Ik neem daarom nu altijd zelf een laptop met boxjes mee. Een paar keer is het voorgekomen dat mensen de muziek niet mooi of te luid vonden. Eén mevrouw noemde het ‘herrie’ en vond dat het niets met de kerk te maken had. Ik ben dan ook niet opnieuw in die gemeente uitgenodigd, haha!’

‘Heel soms doe ik een dienst helemaal anders, voornamelijk in gemeenten waarvan ik zeker weet dat de mensen daarop zijn voorbereid. Ik heb bijvoorbeeld een keer een soort geboortedankzeggingdienst gedaan over het verhaal van Ruth, met beschuit met muisjes bij de koffie, en ballonnen en slingers in de kerk. Of een dienst over sporters en geloof, met op de beamer stukjes uit interviews met diverse sporters. Vaak zijn de aanwezigen heel positief over mijn diensten, al vraag ik me wel af of dat is omdat ik er veel energie in heb gestoken en dat gewaardeerd wordt, of dat de dienst oprecht heel leuk wordt gevonden.’

Rik Harmsen woont in Utrecht, naast de doopsgezinde kerk. In het dagelijks leven is hij werkzaam voor de Nederlandse Wind Energie Associatie, de brancheverenging voor windenergie in Nederland. Daarvoor heeft hij ruim zeven jaar gewerkt voor de Tweede Kamer fractie van de PvdA. Harmsen deed een universitaire studie Milieubeleid en de lerarenopleiding Aardrijkskunde.

Jantine Huisman is net afgestudeerd als godsdienstwetenschapper. Zij schrijft op dit moment een scriptie voor de master pedagogische wetenschappen en werkt daarnaast als tekstschrijver.

Photo Credit: Tjeerd Wiersma via Geloofinontwikkeling.

Doopsgezind NL
Het maandblad van de Doopsgezinden in Nederland.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *