Dichtbij en veraf

Het is al weer heel wat jaren geleden dat ik er voor het eerst kwam. Het ligt verscholen in de bossen tussen Doetinchem en Varsseveld: een romaans klooster dat onderdak biedt aan zo’n twintig monniken, de St. Willibrordsabdij Slangenburg.

Een innemend gebouw, oud aandoend, maar door de monniken eigenhandig opgetrokken tussen 1948 en 1952. Bedoeld als voorlopig onderkomen voor de monniken die zouden bouwen aan het grote klooster, dat er nooit is gekomen. Kerken en kloosters beleefden zwaar tij, de aanwas bleef uil. Dat is spijtig, maar men is er niet rouwig om. Een geloofsgemeenschap gelooft niet in de macht van het getal. Overal ter wereld zijn kleine gemeenschappen van gelovigen doende zich te verdiepen in de woorden van hel Boek. Het appèl dat van buiten op deze gemeenschappen wordt gedaan is groot en neemt nog toe.

Voor een klooster is een dergelijk appèl van buitenstaanders een grote zorg. Men kan de vraag haast niet aan. Wanneer men niet met grote voorzichtigheid met de (hulp-)vraag van buiten zou omgaan, zou de beslotenheid van de kloostergemeenschap daaronder lijden. Een klooster leeft van de stilte en de teruggetrokkenheid; een plek die het niet moet hebben van de buitenwereld maar van de binnenwereld.

Het geringe aantal monniken is geen teken aan de wand: geen maatstaf voor gebrek aan godsdienstige behoefte in onze samenleving. De religieuze behoefte, de vragen van mensen naar God en de omgang met het heilige zijn bij wijze van spreken de dagelijkse klop op de deur. Het is een ervaring van vele kloosterlingen.

Zij die de rust en de stilte zochten worden bepaald niet met rust gelaten. Met een groep jongeren hebben we onlangs een bezoek gebracht aan Slangenburg. De ontvangst was hartelijk, de sfeer erg open. Wat je bij zo’n bezoek weer treft is de grote vertrouwdheid van de monniken met de woorden en beelden van geloven. Woorden en beelden waarvan ze zelf met de nodige ironie erkennen dat ze ermee ‘gehuwd’ zijn. Gehuwd met de binnenwereld van geloven. Met elke dag het vaste ritme van zes diensten in de kloosterkapel. Het verschil tussen buiten en binnen werd ons uitgelegd aan de hand van een treffend voorbeeld: Als je van een zekere afstand een muur beschouwt, zie je daarin een fraaie tekening en raak je mogelijk geboeid door romantische gevoelens. Van veraf komt die muur zo bij je over. Maar als je dicht bij diezelfde muur komt, ziet die er heel anders uit. Is die muur van harde steen, en als zodanig geweldig en verpletterend. Een verschil van veraf en dichtbij. Dichtbij – in de besloten gemeenschap van het klooster – is de contemplatie van het heilige anders dan veraf. Geen kwestie van smaak, maar een kwestie van aanleg en van watje aankan.

Dichtbij en veraf: ergens tussen beide ligt voor ieder van ons persoonlijk het juiste vertrekpunt om scherp in beeld te krijgen datgene waar voor ons alles mee staat of valt. Voor een monnik is dat het ideaal van armoede en overgave, voor een Bonhoeffer de zelfgekozen innerlijke orde van ons bestaan, en voor ons zelfontplooiing en levensritme. Met de blik gericht op ons eigen spel, onze eigen omgang met dichtbij en veraf.

Met woorden ontleend aan Psalm 133: Zie hoe goed is het als broeders (gedacht is aan Ezau en Jakob!) ook tezamen wonen. Daar is zegen, en leven tot in eeuwigheid

Heine Siebrand
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *