De waanzin van de kruisiging

Pasen is al voorbij, maar toch kon de redactie van Zinweb het niet laten om de volgende tekst van Dennis Coenraad te plaatsen over de lijdenstijd van Jezus Christus. Zie het als een terugblik en overdenking over wat Jezus en zijn lijdenstijd voor ons betekent. Een tekst die zeker ook na Pasen nog tot de verbeelding spreekt!

Dennis Coenraad – Mijn verhaal in de lijdenstijd gaat over de zin van een Corpus Christi als antwoord op de waanzin van de wereld. (Corpus Christi is het Latijnse woord voor Lichaam van Christus). Een belangrijk jaarlijks terugkerend thema in de christelijke kerk is de kruisiging van Jezus. Hij wordt vermoord na de meest beestachtige foltering.

De verwerking van deze brute moord van Jezus maakt dat zijn volgelingen zinnige ja waanzinnige verhalen gaan schrijven. In wezen is hun schrijven al een vorm van kunst bedrijven. Zo ordenen ze de werkelijkheid. De waanzin wordt als het ware verteerd met verhalen. Zo kan deze waanzin een plek krijgen in het leven van de nabestaanden van Jezus. Angst wordt gereduceerd zodat er een ontkramping ontstaat waardoor menselijk verkeer weer mogelijk wordt.

In wezen geeft de kerk een kunstzinnig antwoord in haar vieringen. ‘Het Woord’: de oude bijbelverhalen worden voorgelezen en vinden een antwoord in preek en voorbede. Een liturgie die goed gevierd wordt, verbindt het verleden via het nu met de toekomst. Zo vindt de doorgang van de geschiedenis plaats. Zo wordt waanzin geïntegreerd. Aan de waan van de dag wordt zin gegeven.

Twee krachtbronnen: In mijn zoeken naar de diepte van het leven van de mens, kom ik er steeds op uit dat er twee krachtbronnen op het aardse leven inwerken: intuïtie (bovenbewust/hemel) en instinct (onderbewust/aarde).

Jezelf afstemmen op de kennis van het verleden is je afstemmen op je onderbewuste oerdriften. Let wel, de hele geschiedenis is namelijk zowel voedingsbodem als gifbodem voor het ‘nu’. Jezelf afstemmen op ‘hemelse’intuïtie is contact maken met de bedoeling en de richting van je leven. Jezelf gereed maken voor wat je toe komt, afstemmen op de toekomst dus.

Een voorbeeld ter verduidelijking: Tijdens de paasnacht wordt er voor de Janskerk vaak een paasvuur aangestoken. Je zou dit kunnen zien als het oervuur, de drift, het instinctieve magma. Onbewuste krachten zichtbaar gemaakt door het symbool ‘vuur’. Dit vuur bevindt zich voor de deur van de kerk. Er wordt hier namelijk een overgangs-rite gesymboliseerd. De paaskaars wordt aan het oervuur aangestoken. Een conceptie waaruit iets nieuws geboren wordt. Het driftmatige wordt op menselijke maat gesneden. Het vuur wordt getemd zodat we ons er mee kunnen verwarmen in plaats van dat het ons verteert.

Zo wordt het licht van Christus de kerk binnen gedragen en via het doopvont opnieuw geboren. En we delen het licht van de intuïtie door elkaars kaarsje aan te steken. Door zo liturgie te vieren maken we die bovenbewuste kracht zichtbaar. We verruimen ons bewustzijn. We nemen als het ware stukjes onderbewuste en stukjes bovenbewuste op in ons dagelijks bewustzijn. Zo leren we de waanzinnige werkelijkheid te verwerken. Zo raken we dieper verbonden met de hemel alsook de aarde. Zo gaan wij onze eigen kracht begrijpen en hopelijk inzetten. Middels dat kaarsje maak je jouw bewustzijn en dat van je buurvrouw wakker. Je saneert ook de grond waarop je staat.

Symbolisch wordt de dierlijke oerdrift ten dienste gesteld aan het menselijke en het menselijke wordt ten dienst gesteld aan de goddelijke intuïtie. Het is dus een bepaalde ordening: de orde van de dienst.
De betekenis van het woord religie is ‘verbinden’. Het is het verbinden van jezelf met oervuur: het aardse magma, en het licht van Christus. Door zo te leven probeer je steeds meer de waanzin te transformeren tot een zinvol leven.
Het is dus een ceremonie om de waanzin te transformeren. Om het aanschijn van de aarde te vernieuwen.
Je kan het ook vergelijken met een boom die door de zwaartekracht met zijn wortelgestel in de aarde wortelt. Hij laat zich aantrekken door het magma van de aarde. Met al zijn driftkracht penetreert hij de aarde. Zijn takken echter worden door het zonlicht aangetrokken. Deze intuïtieve zonnekracht trekt de bladeren naar zich toe. Zo verheft de boom zich via de aarde naar de hemel. Is de verhouding tussen aarde en hemelkracht in balans dan kan de boom zich helemaal overgeven aan deze krachten. Hij wordt een loflied voor de Heer van de machten.

Waanzin ontstaat als het evenwicht tussen het instinct en intuïtie uit balans is.
Als de aantrekkingskracht naar een kant gaat bijvoorbeeld. Zo kan het zijn dat een ontaarde predikant of priester die los van de gemeente staat een boodschap verkondigt die niet te verteren is. Waarom is die niet te verteren? Omdat hij ongegrond is! Het hangt van het bewustzijn af van de gemeente in hoeverre de balans weer hersteld wordt. Andersom 
kan ook: de gemeente is zo huiverig voor het transcendente dat het haar kracht om visionair te (ge)loven opgeeft. Dan stagneert de blijde boodschap in zwaarmoedigheid.

Geen Crucifix maar een Corpus Christi
Leven kan twee kanten op: het ontaardt in verwildering, het veredelt zich tot menselijke maat. Een goede verhouding tussen sterk en zwak maakt wat verstard is organisch: Het verbindt hemel en aarde. Geboren worden betekent deel hebben aan deze krachten. Mijn corpus christi laat een autonoom lichaam zien. Het is een synthese tussen hard en zacht.

Het lichaam van Christus vindt zijn maat en vorm door zijn botten. Het zijn de sterke botten die houvast bieden aan het zwakke vlees om een richting op te gaan. De menselijke maat van het Goddelijke is het verinnerlijken van de wet. Hierdoor gaat de zachte opstanding van Zijn lichaam in vervulling.

Dictatuur spijkert mensen vast aan zijn wet. Een crucifix is een zacht lichaam vastgespijkerd op een hard kruis: een antithese waardoor het verbond tussen hemel en aarde verwoest wordt. Dogma’s ontaarden door het verloop van de tijd in clichés waarin de menselijke vrijheid wordt beknot. De opstanding van de mens ligt in zijn vermogen zich te bevrijden uit het georganiseerde cliché.

Vrijblijvendheid (het schiet alle kanten op) wordt vrijheid door het verinnerlijken van de wetten van het leven. Het leven krijgt een doel: wat wil ik doen om vrijheid te realiseren. Jezus, een mensenzoon hield zich vast aan de wet van het leven, bleef trouw aan de menselijke maat van het Goddelijke. Door dit voorbeeld wil Hij troosten wie lijden aan dictatuur.

De lijdenstijd is de tijd die nodig is om de wet en de bewegingsvrijheid af te stemmen op het doel. De vreugde van de wet is de bewegingsvrijheid ervaren door op weg naar het doel te gaan.

Uit eigen ervaring kan je dan zeggen: ‘’Ik Ben’ is de weg, de waarheid en het leven’.
Door de eeuwen heen verhardt de kerk in haar neiging de tijdgeest te willen ketenen binnen haar clichés.
De bewegingsvrijheid van de kunstenaar breekt deze beperkingen open door te vernieuwen. In dit proces opent hij wegen naar vrijheid.

In dit maatschappelijk proces kan een eigentijds museum de rol van intermediair spelen. Het Catharijneconvent als museum tussen vluchtige tijdsgeest en verstarde traditie. Het museum zou ondersteunend kunnen werken aan het wordingsproces waarin de cultuur zich aan het verjongen is. Waarin de identiteit van de mens vanuit zijn traditie opnieuw geïdentificeerd en verhelderd wordt.

Tot slot de iconografie van het kruis: In de katholieke traditie is de antithese tussen kruis en corpus nagenoeg definitief in de vorm van een crucifix. De protestantse traditie kiest als symbool het kruis: een martelwerktuig. Het accent bij deze laatste wordt gelegd op de niet zichtbare, opgestane Heer.

Door de lijdenstijd heen naar het licht. Mijn Corpus Christi maakt zichtbaar de vervulling van de wet door Christus. Als consequentie van de vervulling van de wet is hier een gaaf lichaam van Christus te zien: ‘Hier is mijn lichaam’. 

Dennis Coenraad
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *