De staat en wereldburgerschap door Sharon Hagenbeek voor Zinweb.nl

De staat en wereldburgerschap

Ideeën over hoe de wereld te verbeteren door de mensheid te verenigen, zijn van alle tijden. De grote filosofen hebben het daarbij vrijwel niet over de (praktische) grenzen van hun ideeën, ze denken namelijk na over wat grenzen overbodig maakt. Door Sharon Hagenbeek

Er bestaat namelijk niemand die zo’n naargeestige, onbuigzame voorstander van een moreel hoogstaand leven is en zo’n hekel heeft aan plezier dat hij je wel zware arbeid, doorwaakte nachten en een leven als een bedelaar voorschrijft maar je niet opdraagt om de armoede en slechte levensomstandigheden van anderen zoveel mogelijk te verbeteren.“ – Thomas More, in Utopia (1516)

Ideeën over hoe de wereld te verbeteren door de mensheid te verenigen, zijn van alle tijden. De grote filosofen hebben het daarbij vrijwel niet over de (praktische) grenzen van hun ideeën, ze denken namelijk na over wat grenzen overbodig maakt.

Niet-realistische rationaliteit
We vinden dat we de wereld moeten verbeteren, maar hoezeer kunnen we dat realistisch van onszelf eisen? En waar komt dat verlangen om verder dan de plicht te gaan vandaan? De beroemde filosoof Immanuel Kant beantwoord dit soort vragen door aan te tonen dat morele plichten een rationele fundering hebben. Hoe, met andere woorden, we universele mensenrechten kunnen formuleren door rationele argumenten te gebruiken.

Het komt erop neer dat iedereen de plicht heeft een ander onvoorwaardelijk te helpen, zo gebiedt het rationele denken ons. In zijn Naar eeuwige vrede spreekt hij over kosmopolitisme (wereldburgerschap), over hoe eeuwige vrede enkel tot stand kan komen door wereldburgerrecht en dat dan het liefst binnen één wereldstaat.

We zijn zogezegd vóór de wereldvrede.

Een minder strikt logische en meer genuanceerde denker zal weinig moeite hebben om aan te tonen dat dat wereldburgerschap van Kant, vergeleken met de hedendaagse samenleving, een ver verwijderd ideaal is. Volgens Kant is het gewoon een kwestie van ons laten leiden door het verstand, en wanneer we zo denken als wereldburgers, de problemen oplossen. Maar is dat wel zo? Neem Nederland, we zijn zogezegd vóór de wereldvrede.

We werken dan ook hard aan het bevorderen van de internationale samenwerking. In dat werk zijn we zelfs erkend doordat we de eer hebben gekregen om onder andere het Internationaal Gerechtshof te mogen huisvesten. En toch zou je lang moeten zoeken voordat je een Nederlander kunt vinden die bereid is Nederland op te heffen om het te laten samengaan in een wereldstaat, laat staan de nationale identiteit af te schaffen. Maar wat is het dan om Nederlander te zijn? Wat betekent het überhaupt om tot een staat te behoren?

Het lijkt een onmogelijke opgave om te zeggen wat een staat is. Een makkelijk antwoord beroept zich op bestaande geografische of culturele grenzen die staatsrechtelijk erkend worden. Dat is simpel wijzen op wat de situatie nu is, waarbij men zelfs allerlei theorieën kan toevoegen. Bijvoorbeeld dat de mens vanwege uit simpele dierlijke behoeftes heeft leren vechten voor natuurlijke hulpbronnen als een rivier of een stukje grond. En dat daar vervolgens gemeenschappen uit ontstonden die door de eeuwen heen wetten kregen, en zo gestaag uitgroeide tot een land, dat door andere landen erkend werd.

Onuitvoerbare Idealen
Er is een grote kloof tussen het denken over wat een staat is en, wat een staat kan zijn. Probeer maar eens de volgende vraag te beantwoorden: wat zou een staat kunnen zijn? Deze vraag heeft mooie antwoorden opgeleverd, zoals Thomas More’s Utopia. Dat boek bevat een weergave van het leven op het eiland Utopia, de ideale samenleving, waarin alle probleem opgelost zijn met de afschaffing van overheersing, luxe en bezit. Sinds de verschijning van dat boek zijn dit soort niet-realistische ideale staatsinrichtingen dan ook utopieën gaan heten.

Kant’s wereldgemeenschap lijkt dus ook een utopie. Dat is misschien wat neerbuigend naar Kant, want er zijn veel onderzoekers die van mening zijn dat More zijn werk als een satirische kritiek op de samenleving bedoeld had. Een van de redenen voor dat idee ligt de etymologie van het woord Utopia. Het kan namelijk namelijk doordat het met een ‘u’ geschreven is zowel verwijzen naar outopos en naar eutopos. Deze Griekse woorden betekenen respectievelijk ‘niet bestaande plaats’ en ‘goede plaats’. Zijn hele werk kan dus gelezen worden als één vraag: kan een perfecte staat überhaupt bestaan?

Een denkbeeldige perfecte wereld is ver verwijderd van de realiteit

Aan het einde van het boek, sluit More af door te wijzen op de inherente totalitaire houding die komt bij leven in de perfecte staat. Kritiek wordt slecht geduld, immers iedereen die zo wil leven moet zich conformeren en moet de mening delen dat het de beste staatsinrichting is. Aangezien het zo geweldig is in Utopia, heeft de rest van de wereld het gewoon helemaal mis. Met andere woorden: al heb je een idee van wat het goede is, dan betekent dat niet per se dat het een overdraagbaar, uitvoerbaar of houdbaar idee is.

More laat dus zien hoe een denkbeeldige perfecte wereld ver verwijderd is van de realiteit, maar er is nog een belangrijke les van More te leren:

we kunnen nooit met een schone lei kunnen beginnen. De wereld draait door, de grenzen zijn al getrokken, culturen hebben zich al gevormd. Waarom precies zouden we überhaupt nog verder willen kijken, over de grens?

Als we willen weten wat ons over de grens trekt, moeten we kijken naar onszelf, de mens. Bij elke uitleg van het begrip mens waarbij men voorbij biologische feiten wil gaan, richting ideeën, loopt men tegen de verhouding tot andere mensen en de mensheid aan. Wat het betekent om mens te zijn, is intrinsiek verbonden aan hoe we met andere mensen omgaan; en wanneer we denken over de mensheid, overschrijden we automatisch al de bestaande grenzen.

Volgende keer: De wereldgemeenschap zonder grenzen
Lees ook Deel 1: De samenleving en haar burgers

 

Verder lezen…

Het boek Naar eeuwige vrede van Immanuel Kant is bijzonder goed te lezen (in vergelijking met veel van zijn andere werk).

 

Desgewenst is een goede inleiding op het denken van Kant te vinden in: Kant van Roger Scruton dat deel uitmaakt van de Kopstukkenserie

Thomas More’s Utopia is erg goed te lezen.
Dit najaar verschijnt bij de uitgever dit een herziene uitgave.

Foto: Iva Villi @FreeImages.com

Sharon Hagenbeek
Sharon Hagenbeek is afgestudeerd in de Literatuurwetenschappen en Filosofie. Als freelance journalist schrijft zij over deze onderwerpen. Zij is bovendien oprichter en hoofdredacteur van de {tussenwoord} website. Als filosoof houdt zij zich in het bijzonder bezig met het werk van Heidegger en Sartre.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *