De spirituele bypass

Egbert Oldenboom – Er zijn mensen die praten over zingeving en spiritualiteit als anderen over voetbal en het weer. Ik hoor niet bij die groep, ik heb altijd wat schroom om over dat soort zaken te spreken of te schrijven. Dat heeft vast ook te maken met mijn opleiding en achtergrond als econoom. Tijdens mijn werk als economisch onderzoeker vertelde ik de afgelopen tijd soms dat ik van plan was om te gaan schrijven. Als collega’s mij vroegen waarover ik wilde schrijven, dan zei ik ook meestal iets als ‘zingeving’ of ‘bewustwording’. 

Spiritualiteit, het S woord, klinkt niet alleen zweverig, veel wat er onder de noemer spiritualiteit geschaard wordt vind ik zelf behoorlijk zweverig. Feng shui, astrologie, spiritisme, numerologie: het heeft voor mij weinig tot niets met zingeving of spiritualiteit te maken. En voor anderen heeft spiritualiteit weer een Rooms Katholieke klank. Het zweverige en al die bijklanken is voor veel mensen aanleiding om zodra het woord spiritualiteit valt, in een soort welwillende ene-oor-in-andere-oor-uit modus te gaan.

Maar ik vind juist de mensen die een zekere reserve hebben niet zelden het meest interessant, het zijn vaak diegenen niet alles voor zoete koek aannemen. Ik merk dat ik mijn woorden aanpas, in verschillende omgevingen gebruik ik andere woorden. Bewustwording, zingeving, het klinkt net wat meer geaard dan spiritualiteit. Toch kan ik het begrip spiritualiteit niet helemaal loslaten, ondanks die ongewenste bijgedachten en associaties. Spiritualiteit is misschien grotendeels hetzelfde als zingeving maar omdat het woord geest (spirit) er in zit, dekt het voor mij net iets beter de lading. Zingeving kan bij wijze van spreken ook gaan over het zoeken van een leuke hobby en dat is niet wat ik bedoel. Om aan te geven dat ik op zoek ben naar inzicht, maar niet alles klakkeloos aanneem, heb ik mijn inspanningen een zoektocht naar ‘kritische spiritualiteit’ gedoopt.

Wat ik in mijn speurtocht naar een kritische vorm van spiritualiteit ontdekte, is dat wat ik versta onder spiritualiteit en geestelijke groei veel te maken heeft met zelfinzicht en het ontdekken van je blinde vlekken. Het heeft voor mij een sterke psychologische inslag. Dat is niet heel gebruikelijk. Veel wat onder het kopje spiritualiteit wordt begrepen, zijn namelijk ideeën die afkomstig zijn uit Boeddhistische hoek: gericht op meditatie, mindfulness en ‘zijn in het hier en nu’. Ik wil niets afdoen aan het belang van meditatie en mindfulness, maar ik mis als het ware een psychologische component. Wat mij ook opviel aan velen die spiritualiteit als dagelijkse kost tot zich nemen, dat ze weinig zelfkennis ten toon spreiden. Het is een soort ongemak dat ik bijvoorbeeld ook heb als ik iets lees of hoor van Eckhart Tolle: alsof hij wel een stukje inzicht te pakken heeft, maar niet het menselijke, psychologische deel. Aan de andere kant miste ik in de psychologische literatuur weer de spirituele kant, dat wil zeggen, de zingevende dimensie.

Het is heerlijk als een schrijver op heldere en overtuigende manier een kapstok biedt voor ideeën die ongestructureerd in je hoofd zwerven. De psycholoog John Welwood zet in zijn boek ‘Toward a psychology of awakening: Buddhism, Psychotherapy and the Path of Personal and Spiritual Transformation’ op heldere wijze uiteen hoe volgens hem de relatie is tussen (oosterse) spiritualiteit en westerse psychotherapie. Zijn achtergrond en levensloop maakt hem daarvoor ook erg geschikt. Hij is begonnen als student in de existentiële psychologie. Deze stroming, beïnvloed door het existentialisme (bekend van Sartre), gaat ervan uit dat veel psychologische problemen veroorzaakt worden door de worsteling met levensvragen: over de zin van het bestaan, de dood e.d. Het is dus een stroming die meer de nadruk legt op zingevingsvragen dan andere stromingen in de psychotherapie. Een bekende naam uit deze stroming is de schrijver-psychiater Irvin Yalom.

Toch bracht de westerse psychologie John Welwood blijkbaar niet wat hij gehoopt had. Hij beschrijft hoe hij in de zestiger jaren in Parijs woonde en de sfeer van het existentialisme bijna kon aanraken. Het centrale thema van het existentialisme is dat het leven absurd, of zinloos is en dat het aan de mens zelf is om zingeving te creëren. Welwood vond dat antwoord uiteindelijk niet bevredigend, want elk houvast dreigde als zand door zijn vingers te glippen. Voor z’n gevoel kon hij steeds weer opnieuw beginnen, als een Sisyphus zijn steen der zingeving opnieuw de berg oprollen. Totdat hij in het Zen boeddhisme wel een bevredigend antwoord vond: niet het leven is het probleem, maar het ‘ik’ dat betekenis probeert te geven aan het leven. Je zou kunnen zeggen dat de oplossing is het loslaten van het ego. Sterker nog, het proces van desoriëntatie, het naar beneden rollen van de steen van zingeving hoort bij het proces van transformatie, volgens het Boeddhisme. Ik kan me zijn gevoel van opluchting voorstellen, zo’n inzicht kan werken als een oase van zingeving in de woestijn van de zinloosheid.

Persoonlijk raak ik vaak een beetje het spoor bijster zodra het over ego, zelf, ziel etc. gaat en het loslaten c.q. vinden hiervan, omdat er zoveel begrippen worden gebruikt die voor allerlei verschillende stromingen weer verschillende betekenissen hebben. Welwood legt gelukkig helder uit welke betekenissen het woord ego in de westerse psychologie heeft, en hoe deze betekenissen zich verhouden tot begrippen uit het Boeddhisme. Hij laat zien dat de westerse psychologie eigenlijk geen benul heeft waar het in de Boeddhistische traditie om gaat. Veel westerse psychologen (Freud, Jung) hebben de Boeddhistische focus op het loslaten van het ego geïnterpreteerd als een duik in het onderbewuste, als een overgave aan de duistere krachten van de instinctieve oerkrachten. Ten onrechte wordt door veel psychologen meditatie gezien als een afsluiting van de buitenwereld. Waar het Boeddhisme de nadruk oplegt is dat het ego, het ‘ik bewustzijn’ een instrument is om je staande te houden tegen een (bedreigende) buitenwereld, en vervolgens dat het ego uiteindelijk een constructie is. Het is een burcht die wordt tot een gevangenis en verhindert ons om werkelijk de buitenwereld te ervaren. Meditatie is dus geen afsluiting, maar juist een omhelzing van de buitenwereld en alle indrukken die we via onze zintuigen ervaren. Ik zou het omschrijven als alert zijn, maar niet gefocust.

Ik kan me veel voorstellen bij het maken van een zelfbeeld, een constructie die ons beschermt en tegelijkertijd beperkt. Het is me vaker opgevallen dat een identiteit een hele sterke behoefte vervult en dat een identiteit juist ook weer een onvrijheid in zich draagt. Terecht stelt Welwood dat identiteit en identificatie gekoppeld zijn. Zelf weet ik dat mijn identiteit gekoppeld is aan een aantal positieve waarden die ik mezelf toedicht, zoals intelligentie, empathie, integriteit. Ik weet dat deze waarden gekoppeld zijn aan mijn identiteit, omdat ik gekwetst ben als iemand ze in twijfel trekt. Volgens mij is dat de lakmoestest van identiteit en identificatie: het zijn de waarden en beelden die ons persoonlijk kwetsen als ze ter discussie worden gesteld. Dat kan identificatie met een groep (Ajax of Nederland) of een religie of een rol (vader, moeder). Bewustwording en het loslaten van dit soort identificaties lijkt me zeker een stap naar spirituele groei. Sterker nog, vaak overkomt het verlies van een identiteit ons gewoon, bijvoorbeeld door een scheiding of de dood van een geliefde. Welwood:

‘Velen van ons erkennen dat het leven een doorgaand proces is van voortgaande beweging en dat het onmogelijk is om enigszins gracieus door het leven te gaan zonder los te laten waar we zijn geweest. Hoewel we dit verstandelijk weten, is het nog steeds moeilijk om los te laten en is het pijnlijk als oude structuren in elkaar zijgen, zonder onder ons vooraf te raadplegen. Het afbrokkelen van onze identiteit voor onze eigen ogen is extra pijnlijk. Maar het leven is in voordurende flux en dit betekent dat we bereid moeten zijn om door een opeenvolging van identiteitscrises te gaan.’

Na zijn aanvankelijke ‘bekering’ tot het Zen boeddhisme wijst Welwood de beperktheid van de westerse psychotherapie min of meer af. Maar dan stuit Welwood op een merkwaardig verschijnsel. Het blijkt, zo is zijn ervaring, dat veel mensen die voor een Boeddhistische levensvisie hebben gekozen en zich lange tijd wijden aan meditatie, maar een zeer beperkt zelfinzicht ontwikkelen.

‘In mijn zoektocht naar een manier om aan mijzelf te werken en tot een voller begrip van mijn leven te komen, werd ik toenemende mate aangetrokken tot het Boeddhisme. Nadat ik een echte meester had gevonden, en begonnen was te mediteren, ging ik door een periode van aversie tegen westerse psychologie en therapie. Nu dat ik ‘het pad’ had gevonden, werd ik arrogant ten opzichte van andere wegen, zoals veel nieuwe bekeerlingen. In mijn nieuwgevonden spirituele ijver viel ik echter in de tegenovergestelde valkuil – ik weigerde de persoonlijke ‘rommel’ te adresseren.’

En eigenlijk blijkt het Boeddhisme weinig aanknopingspunten te bieden voor het opruimen van je persoonlijke rommel. Sterker nog, het lijkt soms alsof spirituele adviezen soms juist averechts werken. Welwood beschrijft een casus van een vrouw die erg dienstbaar en onderdanig was opgevoed. Zij had een zeer dominante vader die haar sloeg en haar naar haar kamer stuurde als ze in opstand kwam tegen de manier waarop hij haar behandelde. Haar huwelijk loopt slecht en wanhopig raadpleegt ze een spiritueel leraar. Deze raadt haar aan om haar man met compassie te benaderen. Opgelucht accepteert ze dit advies, want het past precies in de rol die ze van nature graag speelt, en speelt in op haar angst voor het tonen van woede. In haar geval was dit echter geen goed advies, want wat zij moest leren was voor haarzelf opkomen. Dat kon zij alleen leren door boosheid toe te laten en te tonen.

Welwood noemt dat met een toepasselijk woord ‘spiritual bypassing’. Dat is het verschijnsel dat spiritualiteit wordt gebruikt om persoonlijke vraagstukken te omzeilen. Zo is het Boeddhistische ideaal van onthechting heel aantrekkelijk voor iemand die bang is voor de kwetsbaarheid die het aangaan van persoonlijke relaties met zich brengt. Maar het gevaar is dat zo iemand zich onder het motto van onthechting terugtrekt en in feite zijn persoonlijke vraagstukken niet oplost, maar vermijdt.

Moeten we dan onze persoonlijkheid loslaten of juist ontwikkelen? Welwood komt met een mooie metafoor. Hij vergelijkt het met het licht dat door een prisma valt en ontbonden wordt in alle kleuren van de regenboog. Het witte licht is het spirituele inzicht dat het Boeddhisme te bieden heeft. Het is, volgens hem, een soort absolute waarheid. Daarnaast bestaat er de relatieve waarheid van de eigen ontwikkeling, de kleuren in onze persoonlijkheid. Het ontwikkelen van deze ‘regenboog van onze persoonlijkheid’ is net zo goed een opdracht als het zoeken naar het witte licht van het absolute inzicht.

Het boek is qua beelden en stijl prachtig is om te lezen en het bevat voor mij ook eye openers, bijvoorbeeld over identiteit maar ook over ‘leegte’ (emptiness) en de spirituele bypass. Ik vind wel dat hij het Boeddhisme veel voorzichtiger benadert dan het westerse ideeëngoed. Hij verklaart de ‘eenzijdigheid’ van het Boeddhistische spirituele model niet als een tekortkoming, maar als een gevolg van de vervreemde geest van de moderne westerse mens. Dat wij, als westerlingen, baat hebben bij psychologisch zelfonderzoek is het gevolg van onze westerse samenleving. Volgens Welwood wordt de westerse mens tijdens zijn opvoeding namelijk minder gesteund door zijn sociale omgeving en staat daardoor wankeler en met minder eigenwaarde in de wereld dan de oosterse mens. Dat mag zo zijn, dat psychologische vraagstukken geen rol spelen in andere samenlevingen, daar geloof ik niets van. Als techniek en mentaal model tijdens meditatie vind ik het onderzoek naar identiteit, leegheid en het beeld van het prisma daarentegen waardevol en bruikbaar. En het witte licht van de absolute waarheid van het Boeddhisme? Ach dat past nu eenmaal niet in mijn persoonlijke zoektocht naar een kritische spiritualiteit. Maar soms kan de fata morgana van een absolute waarheid helpen bij de zoektocht naar de oase van een relatieve waarheid.

Dit artikel stond eerder op de blog: www.meerwaarde.com.

Afbeelding: Pass a method/wikimedia commons

Claudia Pietryga
Claudia deed zowel een sociaal-agogische als journalistieke opleiding en is alweer bijna tien jaar freelance journalist. Ze schrijft het liefste over maatschappelijke onderwerpen en publiceerde onder meer stukken in de Flair, Hallo Jumbo, Spits, Het Parool, diverse blogs, lokale bladen en uiteenlopende (online) media voor met name ondernemers.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *