De Pinkwever

Sinds 1975 ligt Bathmen aan de A1 – “de snelweg van Amsterdam naar Moskou”, grappen ze hier. Dertien jaar nadien kwam ik hier wonen; ik weet niet beter dan dat er een viaduct over de A1 ligt. Sinds ik mijn rijbewijs heb, rijd ik vrijwel iedere avond van de snelweg af, oprit omhoog; stop ik voor de Marsdijk, viaduct over – en ten slotte linksaf over de slinger mijn dorp in. Maar iedere keer als ik halt houd voor de Marsdijk, denk ik aan “De Pinkwever”.

Want ware het mogelijk geweest rechtdoor te rijden, dan kom je daar terecht – op het erf van het bescheiden boerderijtje dat daar, een eeuw vóór de A1 gebouwd werd, voor een wever genaamd Groot Wesseldijk. In ons dorp kreeg je als vanzelf de naam van het huis waar je woonde.

Zo kwam ik in 1988 in aanraking met “De Pinkwèver”, zoals die meneer hier heette. Ik had hem nooit gesproken. Met ds Beerthuis heb ik vier jaar lang iedereen uit onze kerkelijke gemeente bezocht die in het ziekenhuis belandde. Beerthuis was veel sneller, ervarener, bekender en misschien wat minder grondig dan ik: “Als jij deze drie doet, dan doe ik de veertien anderen”.

De man lag alleen, buiten bewustzijn, op een aparte kamer. Ik was begin dertig, beroepen te Bathmen om jongeren te trekken; de jaren voor Battum was ik immers leraar geweest. De snelheid en toekomstgerichtheid van scholieren zat nog helemaal in mijn systeem.

Maar nu, nu nam ik gas terug voor De Pinkwever. Zijn dagen waren geteld  en wat ik daar nu te doen had was me volledig duister. Mijn eerste impuls: Wegwezen. Hij merkt er toch niks van, ik ken hem niet, hij ligt niet op iemand als ik te wachten. Mijn binnenkomen  voelde als inbreuk op zijn privacy.

Maar omdat hij het “toch niet merkte”, en ook omdat ik voelde dat het eerder mijn probleem dan het zijne was, pakte ik toch een stoeltje van de hanger, en ben ik naast zijn bed gaan zitten.

Het heeft een half uur geduurd; een eeuwigheid. Ik heb hem traag zien ademen, zijn werkhanden en gelaat in me opgenomen.

Daar heb ik een belangrijke les geleerd. Want gaandeweg, en langzaam maar zeker  kwam hij bij mij binnen, en ervoer ik een zekere, ja: heiligheid in het stilstaan.

Dit is dus het verschil tussen zin en nut, hoorde ik een stem in mij zeggen. De belangrijkste dingen in het leven hebben geen nut. Muziek, vrijen, kerk, bidden, tafel dekken, kerst, sinterklaas, trouwen, een begrafenis, het aansteken van een kaars; dit alles heeft geen nut: het heeft zin.

Zo stond ik die eerste keer in het Deventer Ziekenhuis (en elke keer later als ik de snelweg verliet) stil bij: “De Pinkwever”. En al heeft meneer Pinkwever geen woord gesproken, hij heeft me veel gezegd. Ik ben hem eeuwig dankbaar. De kwarteeuw dat ik alweer nu zijn vroegere huisje voorbij rijd, groet ik hem met een gemeend “dankuwel”. 

Ivo de Jong
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *