De opkomst van de voortplantingsmarkt

Nieuwe ontwikkelingen zorgen voor een nieuw fenomeen: de voortplantingsmarkt. Wat is dit voor vreemde toestand en hoe is deze te reguleren?

Je eigen kind knutselen

In het lange stuk van Britta van Beers, docent rechtsfilosofie aan de VU, wordt een vreemd wereldbeeld uit de doeken gedaan. Het is een angstaanjagend en futuristisch beeld van kinderen krijgen. Zij beschrijft het als volgt

“Voortplantingstechnieken maken het mogelijk embryo’s tot stand te brengen met eicellen en sperma van derden, en deze vervolgens te implanteren bij een draagmoeder. Daardoor zijn in veel gevallen niet alleen de draagmoeder maar ook de wensouders genetisch niet verwant aan het kind. Via internet kun je van over de hele wereld deze ‘voortplantingsdiensten en -goederen’ bestellen. Zijn die eenmaal geleverd, dan kun je je kind bij wijze van spreken in elkaar laten zetten.”

Een samenloop van omstandigheden

Deze nieuwe toestand is de vrucht van een aantal maatschappelijke ontwikkelingen. Technologie maakt dit soort artificiële inseminatie kennelijk inmiddels mogelijk. De mogelijkheid gemakkelijk te reizen en de mogelijkheid via internet alles te regelen maken het grensoverschrijdende mogelijk. Gebrek aan wetgeving of een zwakke natiestaat die rechtsmiddelen niet kan uitvoeren maakt de zwarte markt waarop praktijken plaatsvinden mogelijk.

Het probleem is voor een groot deel recht. Aangrijpend is het verhaal dat Van Beers beschrijft, over een Thaise moeder die commerciële draagmoeder is voor twee mensen. Het blijkt dat ze zwanger is van een kind met het syndroom van Down. De ouders die de opdracht hebben gegeven (“wensouders”) om het kind vragen om abortus. De draagmoeder weigert, de ouders vragen aan het bemiddelingsbureau hun geld terug. Het arme meisje wordt nu een arme moeder met een kind met het syndroom van Down. Juridisch valt daar op dit moment weinig aan te doen.

Verbieden of bemiddelen?

Een vraag die uit het stuk van Van Beers spreekt is: moeten dit soort praktijken verboden worden of moeten ze geïnstitutionaliseerd worden? Op dit moment zijn de praktijken bar en boos. Ligt dat aan wat die praktijk is of aan hoe die wordt vormgegeven? Deze ontwikkelingen doen aan als fundamenteel. Ze zijn zo ingrijpend vernieuwend, dat we nog niet goed weten wat het kan betekenen. 

Van Beers lijkt terughoudend. Ze lijkt licht aan te sturen op het stoppen van de praktijken zelf, wanneer ze bijvoorbeeld schrijft:

“Tot slot laat de juridische nietigheid van draagmoedercontracten zien dat Nederlandse wensouders de verleiding moeten weerstaan te reageren op de perverse prikkels van een markt die de bescherming van contractvrijheid boven de bescherming van mensenrechten plaatst. Het gevaar is dat wensouders het pragmatische beleid opvatten als aanmoediging om kinderen in elkaar te knutselen met de eicellen van onbekende, werkloze Spaanse studentes en de hulp van straatarme draagmoeders.”

Voer voor toekomstige historici

Al eerder beschrijft zij ook het rechtssysteem zelf als moreel behalve alleen pragmatisch: “Het recht is er niet alleen om bepaald gedrag van burgers af te dwingen, maar is ook de weerslag van gedeelde fundamentele waarden en principes”. Haar oproepen klinken zo als verstandig, en tegelijkertijd als een toekomstige roep uit het verleden. Het is goed denkbaar dat historici over honderd jaar terug kijken en dit artikel lezen.

Het is mogelijk dat ze dan met verwondering lezen hoe wij toen debatteerden over deze nieuwe ontwikkelingen. Het is denkbaar dat de status van het kind zelf dan juist is veranderd. Op een manier die ons op dit moment gruwelijk lijkt misschien zelfs. De rechten van het kind kunnen bijvoorbeeld onderdeel worden van een commercieel contract.

Nieuwe waarden en principes

Het kan dat het de andere kant op gaat. Het is wellicht wenselijk dat het recht de weerslag van gedeelde fundamentele waarden en principes blijft. Maar ook die waarden en principes zijn nooit uitputtend fundamenteel. Het is goed mogelijk dat juist die waarden en principes gaan veranderen. En die veranderingen beginnen misschien juist wel met kleine aanpassingen in de wet zelf. Wat waarvan de weerslag is blijft dan onduidelijk.

Dat een romantische idee van kinderen krijgen juist onverantwoord gaat klinken. Haar stelling dat “ouders hun kinderen niet zozeer kiezen maar krijgen” zou over honderd jaar best wel een omgedraaid kunnen zijn.

Lees het volledige artikel Hoe stoppen we de vruchtbaarheidstoerist? door Britta van Beers op de website van Trouw.

Lucas van Heerikhuizen
Lucas van Heerikhuizen is afgestudeerd als master in de godsdienstwetenschappen. Momenteel is hij werkzaam als webdeveloper en WordPress docent. Tevens is hij actief als redacteur voor Zinweb.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *