De ontdekking van de man (deel I)

Marja Ruijterman neemt haar ervaringen met mannen onder de loep. Een persoonlijke reflectie in twee delen.

Aanwezig

In mijn familie waren de vrouwen meer aanwezig door de lachsalvo’s, sappige verhalen en kibbelarijen. De mannen werkten en als ze erbij waren vielen ze me niet zo op. Op school had ik een vriendje waar ik muziek mee maakte en dat was een lieve, zachte jongen. Van de andere wat wildere jongens was ik bang. Naar de meisjes keek ik op. Ze waren pittig en direct en ik voelde me altijd wat kleiner, wat in werkelijkheid ook zo was. Ik was erg klein in verhouding als ik de foto’s bekijk. Zie zelfs dat ik met een gebogen ruggetje tussen de anderen sta om mezelf nog kleiner te maken.

Lesbische gevoelens

Op mijn vijftiende had ik een relatie met een Cubaan: Jesus. Hij woonde op een zolderkamer aan een gracht en als ik riep gooide hij de sleutels naar beneden. Dat riep hilarische momenten op als ik “Jesus, Jesus!” naar boven schreeuwde en er inderdaad even later een witte enveloppe naar beneden kwam. Wij gingen naar de bioscoop en omdat ik wel geld had en hij niet gaf ik hem een tientje om de kaartjes te betalen. Dat vond ik heel gewoon omdat het gek stond als ik dat zou doen als meisje. De film ging over iemand die lesbische gevoelens had en ter plekke wist ik: ‘dat ben ik!’ Dat was het einde van onze relatie. Vond het al vreemd dat toen hij opbiechtte met een collega van me hand in hand te hebben gezeten, ik jaloers was op hem in plaats van op haar. Had er verder niet bij stil gestaan. Nu werd het me heel duidelijk. Hij heeft me nog een tijdje bedreigt en het waren mijn vader en de buurjongen die me naar mijn werk brachten. Dat soort dingen ben ik totaal vergeten en dat komt nu bij me op. Zo zie je hoe we onszelf één richting in kunnen denken. Achteraf ben ik ze dankbaar voor hun bescherming.

Radicaler

Toen ik op mijn achttiende als vrijwilligster werkte in het COC, deed ik dat eerst samen met mijn toenmalige geliefde samen met mannen. Meestal begreep ik niets van de gesprekken. Het waren studenten die het over marxisme hadden op een manier die voor mij niet te volgen was en wij vrouwen zorgden voor de koffie. De vrouwen van het COC vroegen wat we toch met die mannen moesten en nodigden ons uit. Tja, daar begreep ik beter wat er gezegd werd al was het me nog allemaal niet zo duidelijk. Universitaire taal was voor mij abacadabra, ik kwam maar niet door de avondmavo heen. Wel voelde ik me meer thuis en was altijd wel weer verliefd op één van de vrouwen die ik dan op een heel hoog voetstuk zette. Ik werd radicaler, wat lekker voelde omdat ik nu iemand leek te zijn, en woonde op mijn vierentwintigste in een voormalig kraakpand het NRCgebouw, hartje Amsterdam, in een vrouwengroep.

Mannen: haat en liefde

In het begin was ik de enige lesbische vrouw en werd woedend als er een man mee at. De geliefden van mijn medebewoonsters keek ik boos aan omdat ze man waren. Tot het moment dat ik ooit huilend thuis kwam. Er was iets naars gebeurd en ik wilde met één van mijn buurvrouwen praten. Er was niemand thuis behalve de man die beneden woonde. Hij nodigde me uit binnen te komen, schonk me een glas wijn in die we dronken voor de open haard, hij luisterde naar mijn leed en van het één kwam het ander. O jé… de volgende ochtend sloop ik naar mijn kamer uit angst dat mijn woongroepvrouwen zouden zien dat ik bij een man had geslapen. Heb het pas veel later opgebiecht.

Afbeelding: Pensiero via Compfight cc

Marja Ruijterman
Marja Ruijterman geeft trainingen en is spreekster en columniste. Ze heeft verschillende boeken geschreven (zie hier). Verder houdt ze zich bezig met coach-trajecten over communicatie, zelfvertrouwen, leiderschap, werken en leven vanuit rust en innerlijke kracht.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *