The Meaning of Money

De betekenis en waarde van geld

Arjo Klamer is hoogleraar in de economie van kunst en cultuur aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en bespreekt wat geld echt is, hoe we er tegen aankijken en of het gelukkig kan maken.

Op zich is geld niks. Dat wat geld heet te zijn, heeft van zichzelf geen waarde. Want wat kan je nu met die ronde dingetjes, de stukjes papier, en de cijfertjes op jouw computerscherm? Niet veel. Papier brandt en met die ronde dingen kan je sommige apparaten openen. Met de cijfertjes kan je echt helemaal niks.

En toch denken mensen van alles over die munten, die biljetten en bedragen op een bankrekening. Ze denken dat hoge cijfers rijkdom, status en macht betekenen, en lage cijfers armoede. Iemand met een stapel biljetten maakt indruk. De reden van dat alles is een afspraak, een sociaal contract, dat bepaalt dat je die munten, die biljetten en die cijfers kan ruilen voor iets waardevols. De mensen in de eurolanden hebben met elkaar afgesproken dat we allemaal de op zichzelf waardeloze dingen accepteren als betaling voor iets waardevols. En zo kan het gebeuren dat in een euroland 50 cent goed is voor een lolly, een biljet van vijftig euro voor een maaltijd met wijn in een goed restaurant, en de cijfers 500.000 kan je inruilen voor een mooi huis, althans buiten de grote steden. Zonder die afspraak zijn de munten, biljetten en cijfers net zo waardeloos als een doos kralen of schelpen.

Ook met die afspraak blijft geld niets meer dan een middel. Het vergemakkelijkt het handelen met elkaar. Doe ik iets waardevols voor een ander, dan is het handig om geld te krijgen als beloning, want dan hoef ik niet direct aan te geven welke waardevolle goederen of diensten ik wil als tegenprestatie. Met geld koop ik tijd, ik kan die beslissing uitstellen. De ene ruil wordt mogelijk door de andere ruil uit te stellen. Dat maakt geld zo handig en praktisch. En dat is het vanwege de afspraak dat het geld dat iemand ontvangt van de één ook “geldt” voor een willekeurige ander.

Waarom houdt geld mensen dan zo bezig als het louter een middel is dat werkt dankzij een afspraak? Een belangrijke reden is dat om een ruil met geld mogelijk te maken, we met geld moeten gaan rekenen. Wil iemand die auto, ring, nier of dochter van u, en u wilt ruilen, dan zult u de gewenste goederen in geldeenheden moeten gaan meten. We spreken van de prijs. Dus wat is de prijs van die auto van u? De ring? De nier? Uw dochter?

Door al het gereken, gaan we denken dat alleen wat in geld gemeten kan worden, waardevol is.

Maar meestal zijn we niet zo aan het rekenen. Als een student een briljante opmerking maakt, waardeer ik dat zonder een geldbedrag te noemen. Dat doen zou zelfs averechts kunnen werken: voordat je het weet, gaan studenten het voor het geld doen. In mijn omgang met collega’s, ambtenaren, vrienden, en familieleden speelt geld geen rol. Alleen wanneer we in een markt opereren worden we gedwongen in prijzen te denken en dus met geld te rekenen. In de markt gaat het over weinig anders. In de financiële markten bijvoorbeeld zijn handelaren voortdurend bezig met het rekenen in euro’s en in tal van andere munteenheden. Maar daarmee is niet gezegd dat alles een prijs heeft. Die dochter van u zeker niet. En de nier?

In westerse landen sluiten we van alles en nog wat van markten uit. Dus is er geen handel in dochters en nieren of andere organen. Vrienden en echtgenotes koop je ook niet. Sterker nog, alles wat echt belangrijk is, kunnen we niet kopen. Kunst, bijvoorbeeld, is niet te koop. Ja, u kunt kunstwerken kopen maar de waardering ervan zult u toch zelf moeten ontwikkelen. Geloof is niet te koop en vakmanschap ook niet. We kunnen alleen hulpmiddelen kopen zoals advies, ruimtes, programma’s, en boeken natuurlijk.

Het instrumentele denken
Dringt het besef door dat we zoveel doen zonder geld, dan begint de fascinatie voor geld en het rekenen met geld te bevreemden. Inderdaad, waarom willen mensen zoveel in geld rekenen? Waarom bepalen we rijkdom en armoede op basis van hoeveelheden geld? Ik ga met de Canadese filosoof Charles Taylor, mee die het gooit op het dominante instrumentele denken van nu.

Bepalend in organisaties en het publieke leven zijn de middelen.

Bedrijven zijn bezig met de maximalisatie van winst en overheden met economische groei. Ook persoonlijk is de neiging groot middelen het speerpunt van het handelen te maken, zoals “persoonlijke ontwikkeling”, en “andere mensen helpen.” Dat alles klinkt misschien goed maar de vraag is iedere keer “Waarom?” of beter “Waar is dat goed voor?” “Voor meer winst?” “En waar is dat dan goed voor?” “Waar is economische groei goed voor?” En persoonlijke ontwikkeling? Andere mensen helpen? Blijf de vraag herhalen en dan komt er uiteindelijk iets heel anders uit als antwoord.

De “waarom of waartoe” vraag blijft meestal achterwege in deze intstrumentalistische tijd. Ook als we resultaten benoemen, blijven het middelen. Want met middelen kunnen we rekenen. Middelen kunnen we vaak prijzen en dus in geldeenheden uitdrukken. Dat is fijn in een instrumenteel kader. Dus rekenen we als het enigszins kan in prijzen. En daarom lijkt het alsof geld allesbepalend is. Maar dat kan en mag het niet zijn. Het leven wordt uiteindelijk niet bepaalt door kwantiteiten maar door kwaliteiten.

Om de fixatie op de middelen te ontlopen helpt het de vraag aan de ander te wijzigen. Vraag je “wat wil je?” dan gaat het antwoord bijna altijd over middelen. Vraag daklozen, verslaafden, en mensen met te weinig geld: “wat is belangrijk voor u?” en vrijwel niemand, zo is mijn ervaring, begint over geld. Daklozen hebben het eerder over “ergens bij horen” en “iets voor anderen kunnen betekenen.” Hebben ze het over geld dan vraag ik waar dat goed voor is. Uiteindelijk komt vrijwel iedereen op iets dat wezenlijk voor hen is. Natuurlijk helpt geld, want geld is een handig middel om van alles en nog wat te kunnen realiseren. De vraag is wel wat dat is.

Een experiment
Laten we een experiment doen om de vraag van wat dan zo belangrijk is door te laten dringen. U verneemt nu, ja nu, dat u 24 miljoen euro op uw bankrekening gestort krijgt. U wilt wellicht weten waarom. U heeft gelijk: het doet er toe waar dat geld vandaan komt. Het maakt wat uit of u het geld “verdiend” heeft of dat de loterij uitbetaalt, dat uw onlangs overleden alleenstaande oom ontiegelijk rijk bleek te zijn, of dat een crimineel het geld op uw rekening heeft geparkeerd. Maar ik leg het waarom nu even terzijde en wil weten wat u straks gaat doen. Gaat u er een huis en een vette auto van kopen? U kunt naar een nachtclub in St. Tropez gaan en een fles champagne voor 120.000 euro kopen. Leuk toch? Of zet u het geld opzij voor uw kinderen? Of gaat u er banen mee creëren door ondernemer te worden? Of gaat u er arme mensen of zielige dieren mee helpen? En wat gaat u doen met uw kennissen die plotseling uw beste vrienden blijken te zijn? U zult snel ontdekken dat het doel van geld niet het hebben ervan is, maar het goed besteden ervan. Geld heeft een bestemming nodig en in het besteden ervan realiseert u de waarde van die 24 miljoen.

Hoe groter het bedrag, hoe groter het probleem.

Daarom worden de meeste loterijwinnaars niet gelukkiger van al het geld; eerder het tegendeel is waar. Daarom kan je teveel geld hebben. Een tachtigjarige die een paar miljard euro op zijn naam heeft staan, heeft inderdaad een groot probleem. Wat gaat hij met al dat geld doen? Gaat hij het leven van zijn kinderen verpesten door hen met al dat geld op te zadelen? Bill Gates heeft er zijn levenswerk van gemaakt om het geld dat hij met Microsoft heeft verdiend, goed te besteden. Erg goed wil het niet lukken want hij blijft geld accumuleren. Zijn probleem wordt dus steeds groter.

Dit alles overwegende, hoe denkt u nu over uw rijkdom, of armoede? U zegt het zelf. Gaat u mee met Piketty en denkt u in financiële termen? Of let u op wat waardevol is? Wat heeft u liever: heel veel geld en geen goede vrienden of net genoeg geld en wel goede vrienden? Hoe maakt u de afweging tussen een kostbaar huis of een warm gezin? Wilt u liever een bescheiden salaris om te doen wat u heel graag doet, of een hoog salaris om voor en met mensen te werken die u niet mag? Ziet u: geld is geen goede graadmeter. En dat is omdat geld slechts een middel is om andere middelen te verkrijgen. Het echte waardevolle in het leven van u en van mij is niet in geld uit te drukken en er niet mee te verkrijgen.

 

Verder lezen…

Arjo Klamer’s laatste boek is In Hemelsnaam! Over de economie van overvloed en onbehagen dat in 2013 verscheen. In 2011 schreef hij samen met Paul Teule en Erwin Bakker Economie voor in bed, op het toilet of in badEn komende maand verschijnt van zijn hand het boek Doing the Right Thing, A value based economy.

Thomas Piketty werd internationaal bekend met zijn boek Kapitaal in de 21ste eeuw (in 2013 verschenen in het Frans en in 2014 vertaald naar het Nederlands).

Charles Taylor verwierf internationale roem vanwege zijn boek Een Seculiere Tijd (Voor het eerst verschenen in 2007, in het Engels) dat gaat over de hedendaagse interpretaties van religie en secularisatie.

 

Afbeelding via Freeimages

Zinweb Redactie
De redactie van Zinweb bestaat uit een team van bevlogen jonge journalisten. De redactie publiceert eigen artikelen of plaatst gastartikelen van experts. Raadpleeg de contactpagina voor een overzicht.
1 antwoord
  1. Avatar
    Matthijs zegt:

    Wat geld zijn waarde geeft is schaarste, daarom zijn schelpen geld, ze zijn schaars.
    Is de euro schaars? Ja. Waarom is hij schaars? Dat is de wet tegen valsemunterij, er staat een straf op het namaken van euros. Dus wat de euro zijn waarde geeft is de straf, wat de euro zijn waarde geeft is geweld.
    En het sociaal contract is een mythe, als ik hetzelfde contract zou toepassen zou men mij opsluiten, dan is er dus een rechtsongelijkheid tussen staat en burger.
    Fiat geld, is dus geen geld, maar een munt, niets meer, niets minder.

    Beantwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *