De berg van de duizend kinderen

In het grensgebied van de departementen van de Haute-Loire en de Ardèche heb je een berg waar eens duizend kinderen van de dood werden gered. Een prachtig verhaal. Wat is het toch dat mensen zo gefascineerd zijn door spoken en ander geestengespuis ?

Het spookt op plekken waar ooit akelige dingen gebeurden, en hoe akeliger en bloederiger de moordpartij, hoe liever. Nou ja, rare mensen heb je altijd gehad – en trouwens, wie houd er niet van een goede, ingenieuze thriller ? Toch geef ik de voorkeur aan plekken waar mooie gebeurtenissen hebben plaatsgevonden. Er zijn daar geen spoken. Nee, van gespook, van griezelig gefluit en gefluister en van gekletter met kettingen ontdaan, zijn die plekken als het ware schoongewassen : je loopt er rond en je kunt er volop van het ruisen van de wind, van het gekwetter van vogeltjes, van de aanblik van het landschap, de weiden, de bossen, de bloemen genieten. Er zijn hier destijds goede dingen gebeurd. Hier hebben duizend kinderen gezongen, en hun zingen zal nog tijden lang naklinken. Een pantser tegen het kwaad, het monster…

Le Chambon-sur-Lignon
Ik heb het over een waar verhaal, dat in 1994 werd verfilmd. De film heet ‘La colline aux mille enfants’. De realisator is Jean-Louis Lorenzi, en hoewel het om een Franse TV-film gaat, speelt een Nederlandse actrice er een van de hoofdrollen in : Jip Wijngaarden. Dezelfde die destijds de rol van Anne Frank speelde in de toneelbewerking die Jeroen Krabbé maakte van ‘Het dagboek van Anne Frank’. Het is het verhaal van een protestantse gemeenschap die in het heetst van de oorlog, eerst tijdens het verradersregime van Pétain, daarna tijdens de Duitse bezetting, aan ongeveer vijfduizend Joden onderdak verschafte. Dit onder de bezielende leiding van een plaatselijke predikant, André Trocmé, en van zijn tweede man, Edouard Theiss.

Het stadje Le Chambon-sur-Lignon werd vanouds gekenmerkt door zijn concentratie protestanten. In de tijd van de hugenoten-vervolgingen verborgen de bewoners van het stadje, en ook de boeren in de omgeving, voortvluchtige predikers die clandestien de goede boodschap brachten, en daarmee hun leven op het spel zetten. André Trocmé wist bij zijn gemeenteleden op deze oude, ingebakken mentaliteit van verzet appèl te doen. Hier geschiedt onrecht, onschuldige mensen worden vernederd, gemaltraiteerd, vermoord, bovendien gaat het om leden van het oude volk uit wie onze heiland is voortgekomen – er was in die dagen veel moed voor nodig om dit soort dingen op de kansel te verkondigen. Maar zijn preken misten hun uitwerking niet, telkens wanneer een opgejaagde familie bij hem aanklopte wist hij wel een onderduikadres voor hen te vinden, soms op de meest afgelegen boerderijen.

Kinderen
Waarom heet de film ‘De berg van de duizend kinderen’ ? Waarom ‘berg’ ? Omdat Le Chambon-sur-Lignon en de hoogvlakte er omheen op zo’n duizend meter boven de zeespiegel liggen. En waarom ‘duizend kinderen’ ? – Ja dat is het nu juist wat zo’n extra dimensie geeft aan het verhaal. Pasteur André Trocmé had twee jaar voor het uitbreken van de oorlog in Le Chambon een kostschool opgericht voor protestantse kinderen. Tijdens de oorlogsjaren heeft hij ongeveer duizend Joodse kinderen weten te redden door ze tijdelijk op de kostschool in te schrijven, onder valse namen. Wanneer ambtenaren van de inlichtingendienst ‘naar boven’ kwamen om te inspecteren, dan was er even niets Joods meer aan die kinderen, het waren kleine protestantjes.

De kleine Myriam Godstein heette voor de gelegenheid Lisa Dupont, de kleine Uri Mendelsohn Jean Lenoir. In de film is dit allemaal prachtig weergegeven. Prachtig, omdat het allemaal erg menselijk blijft. Pasteur Trocmé (Fontaine in de film) is een autoritair, coleriek persoon – een huistiran, maar zo eentje die het bij echtelijke ruzies glansloos aflegt tegen zijn lieve, zachtaardige vrouw. De Joodse kinderen zijn kinderen, geen cherubijntjes. En de grote kwajerik in de film, een hoge piet in dienst van het criminele regime van Pétain, verricht vlak voordat hij door de maquis wordt doodgeschoten nog een goede daad.

Cimade
Die kinderen bleven in de regel niet langer dan een paar maanden op de kostschool. Het was een etappe op weg naar het vrije Zwitserland. Sinds het begin van de oorlog bestond er in Frankrijk een uitgebreid netwerk bestaande uit mensen die Joden met name vanuit interneringskampen in Zuid-West Frankrijk naar Zwitserland smokkelden. Deze kampen waren rond 1938 opgericht om daar Spanjaarden onder te brengen die na de overwinning van Franco uit hun land waren uitgeweken. Deze Spanjaarden wisten zich al gauw zelf te beredderen, toch raakten de kampen niet leeg. Sinds de Franse capitulatie in 1940 en de vestiging van het pétainistische régime, werden er steeds meer Joodse families, die kort tevoren uit Duitsland waren gevlucht, in ondergebracht. In het kamp van Gurs troffen deze voortvluchtigen twee vrouwen aan, die er dienst deden als verpleegsters: Madeleine Barot en Jeanne Merle d’Aubigné.

Deze twee vrouwen speelden een beslissende rol bij de oprichting van een instantie die in Frankrijk nog steeds een grote bekendheid geniet, de Cimade (Comité inter mouvements auprès des évacués). Toen de deportaties van Joden naar Oost-Europa begonnen, en toen min of meer duidelijk werd wat hen daar te wachten stond, wisten Madeleine Barot en Jeanne Merle d’Aubigné met behulp van anderen een vluchtroute naar Zwitserland te organiseren, met overal op die weg veilige contacten en onderduikadressen. Een vaste etappe op die weg was Le Chambon-sur-Lignon, de ‘berg van de duizend kinderen’. Het eindpunt was Genève, en ik ben nogal trots op mijn grootvader Visser ‘t Hooft, secretaris-generaal van de Wereldraad van Kerken, omdat hij actief betrokken was bij wat de laatste etappe van de reis betekende, de opvang in Zwitserland. Bij de begrafenis van mijn grootvader, in 1985, was een van de sprekers Madeleine Barot, die mijn grootvader als een van zijn grootste ‘vrienden’ beschouwde.

De Cimade houdt zich vandaag de dag nog steeds bezig met het vraagstuk van de opvang van vluchtelingen. Tot een paar jaar geleden was de Cimade de enige non-gouvernementale instantie die vrij toegang had tot de huidige vluchtelingenkampen. Deze exclusieve positie heeft meneer Sarkozy hen ontnomen, omdat de Cimade zich in zijn argus-ogen te kritisch opstelde ten aanzien van zijn vluchtelingenbeleid. De toestanden in de vluchtelingenkampen zijn schrijnend ! Er is geen ander woord voor. Nu hebben ook andere instellingen toegang, waarvan sommige zich laten voorstaan op hun betrekkelijke ‘neutraliteit’. Zodat de kritiek aan eenduidigheid inboet. Als de Cimade een aanmerking maakt, dan kan de regering nu zeggen : die-en-die andere instelling zegt niets, dus zo erg is het niet. Tja, dat schijnt tegenwoordig regeren te zijn, mensen tegen elkaar uitspelen…

En zo werden er op een berg duizend kinderen gered. Duizend – op de hoeveel die vernietigd zijn ? We zijn het hen verplicht voor vluchtelingen te zorgen, we zijn het hen verplicht ons te verzetten tegen ‘meldpunten’, we zijn het hen verplicht heel precies de actualiteit te blijven volgen, ook die van de steeds wredere economische politiek ! – want het monster ligt altijd op de loer.

Caspar Visser t Hooft
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *