De Andere Weg (2)

Het is 1573. De moeder van Nelleken besluit zich openlijk aan te sluiten bij de doopsgezinden. Door te kiezen voor een nieuw geloof, waar de samenleving niets van moet hebben, brengt ze het leven van zichzelf en dat van haar kinderen in gevaar. Nelleken probeert wanhopig het gezin voor een drama te behoeden, maar of dat gaat lukken? 

In het kinderboek ‘De Andere Weg’ vertelt schrijfster Mireille Geus over het vol overgave kiezen van een geloof, wat niet door de buitenwereld geaccepteerd wordt. In het verhaal komen de vragen: ‘Tot hoe ver kan en mag je gaan voor je overtuiging?’ En: ‘Is iemand alleen een goed mens als hij het goede gelooft?’, steeds weer terug.

5 oktober is de officiele presentatie van het boek in de doopsgzinde kerk van Leeuwarden (klik hier voor meer info). In aanloop naar die presentatie publiceert Zinweb in samenwerking met Mireille Geus enkele fragmenten uit het boek.

In het tweede fragment wordt weer beschreven hoe Nelleken met haar moeder een doopsgezinde bijeenkomst bezoekt. Dit keer wordt het echter gevaarlijk. Heeft u het vorige fragment nog niet gelezen? Klik dan hier.

De Andere Weg
‘Welkom broeders en zusters,’ zegt de oudste. Deze man hebben ze niet eerder gezien. Hij is vrij stevig en heeft een baard. ‘De schout en zijn soldaten zijn naar ons op zoek. Dat we tegen geweld zijn, maakt ons een makkelijk doelwit. We zullen niet strijden of vechten en geven ons over. Maar we zullen niet buigen als ze ons verhoren of zelfs martelen. We blijven bij onze opvattingen! Wij vinden en blijven vinden wat we geloven. Zoals we geloven in de volwassenendoop, zuiver leven, geen eden zweren en elkaar steunen en dat ieder van ons zelf verantwoordelijk is voor zijn ziel. Maar laten we elkaar helpen waar het kan.’

Hij pakt de Bijbel en leest een stuk voor. De oudste is nog maar net begonnen met voorlezen als er een windvlaag door de menigte gaat. Een windvlaag die de groep mensen uit elkaar waait. Maar het is geen windvlaag. Het is de schout met zijn soldaten en ze zijn gekomen om hen op te pakken. 

Een blinde paniek maakt zich van Nelleken meester. Ze wil zich omdraaien en wegrennen. Haar hart gaat nog sneller slaan en er komt een waas voor haar ogen. 

‘Rustig,’ hoort ze haar moeder zeggen. ‘Kom, we gaan hierheen.’ Ze trekt Nelleken een kant op. Nelleken voelt iemand vlak langs haar lopen. Ze weet niet of het een andere doopsgezinde is of dat het een soldaat is of de schout zelf. Weg, denkt Nelleken alleen, we moeten hier zo snel mogelijk weg!

Haar moeder houdt haar stevig vast en trekt haar mee. Na een tijdje staan ze samen midden in het struik- gewas. Ze staan zo stil als ze kunnen en proberen ook hun jagende adem niet te laten horen aan iemand die vlak langs hen loopt.

‘Zie je?’ zegt Nelleken bijna onhoorbaar als het weer rustig is. Naast de angst komt ook een enorme steekvlam van boosheid omhoog. Ze hadden thuis moeten blijven! Moeder had nooit mogen gaan. Nelleken denkt aan haar vader, aan zijn rustige blik en aan zijn handen om die van haar.

‘Het komt goed,’ zegt moeder net zo zacht terug. Ze aait de baby onophoudelijk. Nelleken weet niet hoelang ze hier zo samen staan. Om zich heen hoort ze mense

gillen. Het geschreeuw van de schout en zijn soldaten. Er worden mensen aangehouden en meegenomen. Nel- leken bedekt af en toe haar oren, maar dat helpt niet, ze hoort toch alles. Pas na een heel lange tijd, als Nelleken denkt dat het al bijna licht zou moeten worden, wordt het eindelijk stil. De schout is weg en veel doopsgezinden zijn opgepakt. De overgebleven mensen komen uit hun schuilplaatsen.

Waar zijn haar broertjes? Ze durft hun naam nog steeds niet te roepen, ze is bang dat er toch nog soldaten zijn achtergebleven. Iedereen die tevoorschijn komt praat zacht.

‘Wij volgen Christus zoals hij het bedoelde, waarom willen ze ons dat verbieden? We doen toch niemand kwaad?’ vraagt moeder zich hardop af. ‘Ssst,’ zegt Nelleken.

Opeens schieten er twee schimmen op hen af en die klampen zich aan hen vast. Het zijn de jongens! Nelleken knuffelt haar broertjes. Ze geeft snel een heleboel kusjes op hun hoofd en overal waar ze hen zo snel kan raken. ‘Waar zaten jullie?’ vragen ze tegelijk aan elkaar.
De jongens beginnen een verhaal over hun goede verstopplek. En Nelleken wijst naar het bosje waar zij zaten. Maar het is te donker voor de jongens om het goed te kunnen zien.

‘Kom,’ zegt moeder, ‘we gaan naar huis.’

 Nieuwsgierig geworden naar het boek? U kunt het bestellen via deze link. Of door een mail te sturen of te bellen naar de Algemene Doopsgezinde Societeit Mail: info@ads.nl Tel: 020-6230914


Claudia Pietryga
Claudia deed zowel een sociaal-agogische als journalistieke opleiding en is alweer bijna tien jaar freelance journalist. Ze schrijft het liefste over maatschappelijke onderwerpen en publiceerde onder meer stukken in de Flair, Hallo Jumbo, Spits, Het Parool, diverse blogs, lokale bladen en uiteenlopende (online) media voor met name ondernemers.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *