De Allerheiligste Drieëenheid van de Parana

Begin dit jaar bezocht ik La Santísima Trinidad del Paraná, oftewel: De Allerheiligste Drieëenheid van de rivier de Parana. Samen met zoon Bram, die toch al in Paraguay was, bracht ik een bezoek aan de ruïnes van deze zeer heilige stad. Kortweg ‘Trinidad’ is één van de zogeheten Reducties (Reducciones), de steden die de Jezuïeten in de 17e en de 18e eeuw bouwden voor de bekeerde indianenstammen in dit gebied. In Paraguay waren dat de Guarani.

De Jezuïeten gingen uit van het voor die tijd unieke concept dat indianen ook mensen waren en bepaalde rechten hadden. Ze zorgden voor hoogwaardige huisvesting en lieten hen delen in de opbrengst van het land. In hun steden bloeiden kunst en cultuur. Landbouw en veeteelt floreerden.

De Jezuïeten hadden met dit relatief paradijselijke indianenrijk een eigen invloedssfeer in dit deel van Latijns-Amerika. Helaas leidde dit tot scheve ogen bij de gewone Spaanse kolonisatoren en ook bij de Portugese buren, met alle gevolgen van dien. De Portugezen beschouwden indianen vooral als handelswaar – slaven – en de Spanjaarden deden officieel niet aan slavernij, maar hadden een andere manier gevonden om de ‘wilden’ voor hen te laten werken. Op den duur kon deze situatie niet in stand blijven. Toen in Europa de macht van de Jezuïeten taande, werden zij ook uit Latijns-Amerika verdreven. Al dan niet gedwongen werden de indianensteden ontvolkt.

Ruïne
Trinidad, gesticht in 1706, en in korte tijd zeer succesvol geworden, was aan het eind van de 18e eeuw een verlaten stad. De ruïnes zijn goed bewaard gebleven. In een ander land zou een dergelijk uitgebreid ruïnecomplex hoogstwaarschijnlijk een grote toeristische attractie zijn. In Paraguay is het tegendeel het geval. Het kost ons al enige moeite er te komen. De eigenaar van ons hotel, een import Paraguayaan uit Vlaanderen, vertelde ons dat er geen dienstregeling was, maar dat er talloze bussen die kant uit zouden gaan. Dat klopte, alleen stopten die geen van alle bij het kruispunt waar wij ons in de reeds hevig brandende zon hadden opgesteld. Uiteindelijk staken we onze duim op en werden met bagage en al op de voorbank van een zeer oude truck neergezet. Ook in het moderne dorpje Trinidad moesten we nog flink zoeken naar de ruïnes. We liepen naar de ingang en werden toen achterna gerend door een mevrouw die een balie bleek te beheren. Fijn, we konden er behalve tickets kopen ook onze bagage achterlaten, wat gezien de zinderende hitte een hele opluchting was. We waren vooralsnog de enige bezoekers.

We troffen de resten van een ruim opgezette stad. Ooit woonden er 5000 mensen in Trinidad. Aan een enorm rechthoekig plein rijen vierkante huizen, woningen waarvan je je nog steeds voor kunt stellen dat het hier comfortabel leven was. Verder de restanten van twee indrukwekkende kerken, beide voorzien hoogwaardig beeldhouwwerk. Hier zongen ooit de Guarani de mooiste missen van de Europese barok. Hun koor was beroemd in de wijde omtrek. Er was alleen al een kinderkoor van 200 indiaanse jongens en meisjes. Nu rest van dit alles slechts stilte, grasland, restanten van ooit glorieuze gebouwen. Krekelgetsjirp in plaats van koorgezang. De half vergane sculptuur van brandende zondaars in het hellevuur jaagt niemand meer angst aan.

Na ons bezoek aan Trinidad hadden we nog door kunnen gaan naar het nabijgelegen Jesús, voor een volgende Reductie. Het was slechts 10 km verderop. Maar we hebben ervan afgezien, het was inmiddels nog heter geworden, we waren meer toe aan een pot tereré dan aan nog meer spiritualiteit.

The Mission
Voorafgaand aan ons bezoek las ik het boek ‘The Mission’ van Robert Bolt. Thuisgekomen, bekeek ik de filmversie hiervan uit 1986 (GB, regie Roland Joffe). De film beschrijft een dramatisch moment in de geschiedenis van de Reducties. Formeel vielen de Jezuïtische steden onder Spaans gezag. Bij een koloniale uitruil tussen Spanjaarden en Portugezen (het verdrag van Madrid van 1750) werd het gebied echter toebedeeld aan de Portugezen. Officieel werd de Jezuïeten om toestemming gevraagd. Maar het centrale Jezuïtische gezag in Europa had geen keus: als ze niet zouden toestemmen, zou er in Europa korte metten met de orde gemaakt worden. De film beschrijft de reis van de Europese gezant, kardinaal Altamirano (Ray McAnally
), die ter plekke de situatie moet inventariseren en dan een beslissing moet nemen. Maar de eigenlijke hoofdfiguren van de film zijn Mendoza (Robert De Niro!) en pater Gabriël (Jeremy Irons). Rodrigo Mendoza wordt geïntroduceerd als een meedogenloze indianenjager. Hij voorziet zowel de Portugese als de Spaanse kant van slaven. Zijn leven neemt een nieuwe wending als hij in een vlaag van woede zijn geliefde jongere broer vermoordt; die broer was een verhouding begonnen met Rodrigo’s vrouw Carlotta. Verteerd door wrok besluit hij tot een ultieme boetedoening: het dienen van de indianen die hij eerst zo wreed heeft vervolgd. Samen met pater Gabriël reist hij naar de afgelegen Guarani die in het gebied boven de waterval wonen. Het is niet lang voordat kardinaal Altamirano in het gebied zal aankomen en zal komen vertellen dat dit verafgelegen aardse paradijs het middelpunt is geworden van politieke machtsspelletjes. De Guarani begrijpen het niet: God had hen toch geroepen om in deze steden een nieuw bestaan op te bouwen, hoe kan Hij nu bevelen dat ze zo snel mogelijk terug moeten, de jungle in? Het slot van de film laat de tragische afloop zien: de Guarani verzetten zich, maar maken geen schijn van kans tegen de Spaanse en Portugese troepen die nu de buit komen verdelen.

De film zit vol prachtige natuurbeelden van de jungle en de gigantische watervallen van die regio. De muziek is van een andere grootheid uit de jaren ‘80: Ennio Morricone. Een mooie film over een vergeten stuk geschiedenis.

Bron: AdRem juli 2013

Bert Dicou
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *