Column: Hoe om te gaan met cynisme? Door Hans Feddema

Het cynische denken, Peter Sloterdijk wijdde al ruim 2 decennia terug er een kritische studie aan en het is nu actueel door de biografie over Willem Frederik Hermans, de man van ‘Ik heb altijd gelijk’, die ooit de ‘ongekroonde koning van het cynisme’ heette, ook wel de ‘homo cynicus’ of ‘teleurgestelde idealist’ bij uitstek. Dat laatste kan, maar is een perceptie, waar niet een ieder het mee eens hoeft te zijn. Door Hans Feddema

Gemangelde idealisten?

Dus dat cynici vaak voorheen wat gemangelde idealisten zijn. Die perceptie zou niettemin wel die van Peter Sloterdijk kunnen zijn, van wie ik in m’n januari-column stelde dat hij cynisme ziet als een ‘teveel aan kennis’ en als ‘meer negatief’ dan positief of wel als een ‘te neer geslagen visie’ en  ook een ‘gebrek aan vertrouwen’. Omdat Klaas straks waarschijnlijk het ‘leven in vertrouwen’ centraal zal stellen, kom ik er nog even op terug. Dit tevens omdat Filosofisch Magazine van nu aan cynisme een omvangrijk essay wijdt, geschreven door filosofe Alicia Gesinska. 

Hoe om te gaan met stress?    

Dat nummer is ook verder de moeite waard. Onder meer omdat filosoof Ger Groot daar in een artikel laat weten ‘doodmoe te zijn van al zijn werk’, maar er toch ‘niet zonder te kunnen’, een dilemma waar velen zich in herkennen wellicht. Het antwoord van Ger Groot is, dat hij ‘wel z’n hoogleraarschap door de stress van z’n werk heeft neergelegd’, – (geen ‘peanuts’, dat doe je niet zo maar, zoals allen die vervroegd met pensioen gingen, zullen beamen, maar anderzijds ook de huidige stress geen peanuts is, zagen jullie de stresstest van Katja Schuurman op NL2, dus ‘hoe onder stress nog te kunnen presteren’?) – maar Groot ‘niettemin nu na z’n vakantie verlangt naar zijn bureau, de dagelijkse stapels post en zijn beeldscherm’. Dit typeert de stress, de volle inbox van velen en de hectiek van deze tijd.

Herkenning en mogelijk ook weerstand, dus dat dit niet de bedoeling kan zijn of dat rust en meditatie mogelijk het antwoord is. Trouwens ook reflectie over het leven, of we wel of niet bestaan, dan wel of heksen al of niet bestaan, zoals de filosoof Markus Gabriel tevens in dit magazine van Filosofie van nu doet, namelijk betogend dat alles, ook ons bestaan maar een perceptie is en dat het bestaan van heksen, alleen ‘begrepen kan worden als verschijnen in een zinsveld’, bijv. in dat van ‘gestoorde geest van de Spaanse Inquisitie’. 

Cynisme als desillusie, apathie en het glas steeds ‘half leeg’ i.p.v ‘halfvol’ zien?  

Hoe dit ook zij, ik richt me nu weer op het cynisme als moraal-filosofisch fenomeen, dat nog steeds niet helemaal weg is. Cynisme begon overigens als school in het oude Griekenland. Heel anders dan nu was dat toen een levenswijze, een soort anti-moralisme en een zich bewust willen zijn van de eigen lichamelijkheid. Reden dat van Diogenes, de oudste cynicus wellicht,  het gerucht gaat dat hij uit protest tegen het loochenen van de sexuele drift door platonisten en stoïcijnen eens in het openbaar zou hebben gemasturbeerd.

Is dit antieke cynisme anti-moralistisch/preuts anarchisme? Het postmoderne cynisme is in elk geval heel iets anders. Dit lijkt meer, nu de vroegere grote verhalen voorbij zijn, meer het ‘in niets geloven’ of alles zien als negatief dan wel desillusie. Naast 1) desillusie is 2) apathie ook een kenmerk evenals 3) zelfvervreemding en in plaats van levenslust en levenskunst 4) een soort ‘tristesse de vivre’. Ik begrijp het wel als de postmoderne mens teleurgesteld is over 5) ‘het gebrekkige in al het goede’, maar als je dat alle accent geeft en ‘blind bent voor het goede in al het gebrekkige’ kan het toch dat we een negatieve proces in gang zetten, zou ik willen stellen. Reden dat ik minder gelukkig ben met cynisme. Te meer omdat er zo ook het gevaar is, dat we zoals Sloterdijk stelt via de desillusie en apathie ‘tot nihilisme kunnen vervallen’, waardoor de postmoderne cynicus, zoals ook Alicia stelt ‘zijn eigen grootste slachtoffer wordt’.    

Leven als een leerproces

Hoe dan ook, ik zeg dit alles vooral analytisch, ook om onszelf er bewust van te doen zijn, als we soms ook bij vrienden veel cynisch schouderophalen tegenkomen of hen vooral de donkere kant van de dingen accent zien geven. Zelf probeer in deze tijd van de kwantumfysica, nu ik ook weet dat alles energie en ‘aantrekking’ is, ook vanuit het besef van het belang van leven als een leerproces de energie van authentieke blijheid uit te stralen, althans me niet te veel over te geven aan zwartgalligheid. Bovendien zie ik als socioloog in de cultuuromslag of de ‘kanteling van bewustzijn’ (Jan Rotmans), die nu gaande is, juist ook een sterke onderstroom van positivisme. 

Afbeelding: One Way Stock via Compfight cc

Hans Feddema
Hans Feddema is antropoloog en publicist en organisator van het Filosofisch Café Leiden. Hij studeerde geschiedenis en antropologie. Na zijn studies aan de Vrije Universiteit en aan de Universiteit van Amsterdam was hij jarenlang werkzaam als universitair docent, onderzoeker, journalist en politicus. In 1989 was hij een van de ruim tien oprichters van GroenLinks.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *