Een mening zegt wat

“De mens maakt zichzelf; hij is niet meteen helemaal af, hij maakt zichzelf door de keuze van zijn moraal, en de druk der omstandigheden is van dien aard dat hij er géén kan kiezen. Wij definiëren de mens slechts met betrekking tot zijn engagement.” – Jean-Paul Sartre in L’existentialisme est un humanisme.

Wat is een mening? En wat is het om een mening te hebben? ‘Oh, je zegt maar wat’, ‘Oh, ze zeggen zoveel’, maar al te vaak doen we alsof het niets voorstelt om een mening te hebben. Iedereen heeft er wel een, er zijn zat van mensen die er een heleboel hebben. Het is makkelijk om het gesproken woord af te doen als een lukrake uitspraak, of om op de relativiteit van een mening te wijzen.

De betekenis van het begrip “mening” bepalen is moeilijker dan het lijkt. Van Dale laat ons weten dat het simpelweg de ‘manier is waarop je over een bepaalde zaak denkt’, en stelt het daarmee gelijk aan een gedachte. Daarbij laat het woordenboek een essentieel element achterwege: een mening kan uitgesproken worden; sterker nog een gedachte die uitgesproken wordt, is meestal ook een mening. En misschien is een mening zelfs niets, als ze niet uitgesproken wordt.

Iets zeggen is een daad verrichten.

In zijn How to do Things with Words (1962, ) beschreef de taalfilosoof J.L. Austin zijn revolutionaire interpretatie van taalhandelingen of taaldaden. Iets zeggen is volgens hem al een daad verrichten, en dat wordt doorgaans onderschat. Maar al te vaak wordt de kracht van taal gerelativeerd. Austin schrijft over performatieve taalhandelingen, dat zijn uitspraken die niet beschrijvend zijn, maar die wat doen of in ieder geval wat pogen te doen. Hij zoekt en beschrijft de meest duidelijke taalhandelingen die daden zijn in de meest letterlijke zin van het woord, zoals spijtbetuigingen of een belofte. Op die manier kan niemand ontkennen dat een taaldaad een echte daad is.

John Searle neemt deze theorie van Austin een stapje verder, en analyseert het psychologische element achter uitspraken. Searle onderscheid binnen de Austin’s performatieve uitspraken, de expressieve taaldaden als daden die emoties of overtuigingen trachten over te brengen. Austin en Searle houden zich beiden vooral bezig met het analyseren van de taal(betekenis), maar door hun werk krijgen we wel scherper in beeld wat het betekent om ‘iets te vinden’. Een mening uitspreken kan gelijk gesteld worden aan een daad verrichten.

Publiek debat
In andere takken van de filosofische sport vinden we ook denkers die meer status verlenen aan ‘iets zeggen’. Zo laat de existentialistische filosoof Jean-Paul Sartre in zijn magnus opus Het zijn en het niet (1943) zien hoe je bent wat je doet – en dus ook wat je zegt. Al heb je wansmaak, het is jouw smaak en het zegt iets over wie je bent. Sartre geloofde dan ook dat als je niet durft uit te komen voor je mening, je je ook niet daadwerkelijk kunt realiseren tot wie je bent. Een mening is niet alleen een taalhandeling, het is zelfs geen echte mening tot hij kenbaar gemaakt is, zou Sartre zeggen.

Hij sprak zich dan ook zo veel mogelijk uit in het publieke debat. Engagement was voor hem cruciaal om zijn bijdrage te kunnen leveren aan de samenleving. En het was niet alleen maar grootspraak voor Sartre: in zijn latere jaren verloor hij veel aan populariteit door zijn verdedigingen van bewegingen als de Maoïstische splintergroeperingen, de Algerijnse onafhankelijkheidsstrijders en de Rote Armee Fraktion (RAF). Voor Sartre was er letterlijk geen verschil tussen wie je bent en wat je zegt; en voor hem telde elke mening.

Jean-Paul Sartre is niet alleen de filosoof die veel waarde hecht aan meningen, zijn denken wijst ons gelijk ook op een probleem: de mening blijkt integraal verbonden te zijn aan haar uiting. Dat wordt bevestigd met een rondje langs de grote filosofen, stuk voor stuk spreken ze over de vrijheid van meningsuiting – niet over de mening op zich. Want er is vrijheid nodig om een mening te kunnen uiten; en dus ook om echt een mening te kunnen ‘hebben’.

Leessuggesties:

Voor een goede inleiding op of meer overwegingen over de verhouding van taal en betekenis, zie M. Stokhof: Taal en Betekenis, een inleiding in de taalfilosofie (2009).

Over Sartre is een gerenommeerde biografie geschreven door Annie Cohen-Solal, Sartre’s beroemde literaire kracht is terug te vinden in zijn memoires: De Woorden (2005).

Dit artikel is onderdeel van een drieluik. Het volgende deel “Een mening is een vrijheid” verschijnt donderdag (24 maart).

Afbeelding: CC by Boomerang

Lentegevoel

Jaren geleden zag ik een ontroerend stukje video-art n.a.v. een bijbelverhaal. Wat een prachtig schilderij is,

de-ontmoeting-tussen-Maria-en-Elisabeth-Jacopo-Pontorno-foto-Antonio-Quattrone-226x300

Jacopo Pontormo: De ontmoeting tussen Maria en Elizabeth (de Maria-Visitatie). Circa 1528-29; olieverf op paneel; 202 x 156 cm. Hangt in de kerk Pieve di San Michele Arcangolo Carmignano, Italië. © Antonio Quattrone

was door Bill Viola vertaald naar levend beeld: The Greeting

Een ontmoeting tussen twee zwangere vrouwen. De manier waarop ze elkaar begroetten, het kind bij zich dragend, de warmte die daaruit sprak, keer op keer bekeek ik de beelden. Ik probeerde de woorden op te vangen, de blikken te lezen, hun handen te voelen, hun stem te horen.

Wieteke van Zeil besprak ooit in de Volkskrant het bewuste schilderij. Zij koppelde het aan haar lentegevoel, maar legde ook een verband met het dagelijks leven en hoe dit een routine kan worden. “Op zo’n lentedag is het alsof je even opnieuw ziet wat er al was en dat is de mooiste breuk in routine die er is. De routine die er in de herfst en winter in sloop, toen we zonder het te merken op een doffe, automatische piloot gingen. Uur in, uur uit, dag in, dag uit, week in, week uit. Werken, boodschappen doen, koffie-automaat, file rijden, vaatwasser uitruimen. Je leven hoeft niet miserabel te zijn om er op z’n tijd in vast te draaien. Het gebeurt zo, als je ongemerkt alles compleet vanzelfsprekend bent gaan vinden. Routine bestaat voor wie het niet door heeft.”

“Leren dat je een keuze hebt wát te denken” – David Foster Wallace

Er is een speech uit 2005 van de auteur David Foster Wallace, ‘This is Water’, die hij gaf aan jonge studenten van een universiteit. Pak een kop koffie zou ik zeggen, zoek ‘m op YouTube en ga er even voor zitten – het is een van de mooiste, geestigste en waarste speeches die ik ooit beluisterde. Het gaat precies hierover: routine. Wat die studenten nog niet weten dat ze te wachten staat, die andere kant van het volle leven waarop ze zich voorbereiden: de dingen die je dag in, dag uit, gaat doen, jaar in, jaar uit, en de doodse verveling en ergernissen die daarmee gepaard gaan. ‘Leren hoe te denken’, zoals vaak wordt gezegd op universiteiten, betekent volgens Wallace: leren dat je een keuze hebt wát te denken. Hoe betekenis te geven aan de dingen, een ander perspectief te zien. Als je dat bewustzijn niet ontwikkelt, schiet je op een dag in een groef van diepe, onbewuste routine. Dan vind je het normaal om te schelden op een fietser die je afsnijdt en zal dat elke dag weer gebeuren.

De auteur begint met een parabel: een oude vis komt op een dag twee jonge vissen tegen en zegt: ‘Goedemorgen jongens, hoe is het water?’ Waarop de ene jonge vis de andere aankijkt en zegt: ‘What the hell is water?’ Werkelijke vrijheid, zegt Wallace, heeft met aandacht te maken, met de discipline om te kiezen hoe je tegen dingen aan wilt kijken, dát het ook anders kan. Het alternatief is doodse routine. De speech raakt des te meer omdat David Foster Wallace drie jaar later het leven zelf te moeilijk vond, en het zich benam.
Aan het einde van de speech wenst hij de studenten een bewustzijn toe van alles wat echt is en essentieel, wat verborgen lijkt maar recht voor onze neus staat. Dat we ons blijven herinneren: ‘Dit is water, dit is water’.”

Wat voor mij een (over)bekend verhaal uit de bijbel was, werd een nieuwe beleving. Ik zag iets wat echt en essentieel is: ontmoeting tussen twee gewone vrouwen met een eigen verhaal over geboorte en mens-zijn. De lente laat ons opnieuw kijken. Alsof we elk jaar opnieuw geboren worden.

Column: Midden

“Daar zit best wat in”, denk je dan. “Dat is ook wel weer waar”, mompel je nog in jezelf. “Wat een onzin”, schreeuw je tegen je beeldscherm. De televisie ratelt zachtjes door terwijl je de krant leest. Met je rechterhand scroll je nog wat door je timeline. Daar zit je dan. Tussen je duizend meningen. Column door Kalle Brüsewitz. Lees meer

Op Denkles - Sebastien Valkenberg

Recensie ‘Op Denkles’ – klein leed, grote gevolgen

Het voorwoord van het boek van Sebastien Valkenberg ‘Op Denkles’ (2015) is meteen al doordrongen van de schrijvers liefde voor de discussie, niet te verwarren met ‘de frustratie over het gebrek er aan’. In elk hoofdstuk ontmantelt Valkenberg één alles lamleggende discussiedooddoener. Voor de waarheidsgetrouwe en feitelijke onderbouwing hiervoor valt hij terug op de bron, de Grote Denkers.

Met een treffend gedachte-experiment maakt hij direct duidelijk wat het ‘probleem’ is. Kritisch denken is nodig voor waarheidsvinding, maar is de mens daar wel toe uitgerust? Of zijn valkuilen voor het denken vanuit evolutionair psychologisch oogpunt onvermijdelijk? Zo is uitvoerig wikken en wegen tijdens de vroegere jacht levensbedreigend en zorgen evolutionaire patronen ervoor dat de hersenen niet altijd zorgen voor een natuurgetrouwe weergave van de realiteit.

Het oeuvre van Plato zou verschrompelen tot een werkje met de omvang van de Donald Duck.

Gedachte-experiment Plato

Om de schade van discussie smorende dooddoeners als ‘iedereen heeft zijn eigen waarheid’ of ‘je kunt niet alles verklaren’ aan te tonen past Valkenberg de hedendaagse dooddoeners toe op het oeuvre van de Griekse filosoof Plato.

’Stel je voor wat er zou overblijven van het oeuvre van de Griekse filosoof Plato. Dat bestaat uit dialogen tussen Socrates en diens opponenten, vaak de sofisten. De onderliggende aanname is dat tijdens een discussie onderliggende argumenten aan bod komen. Om het een tikkeltje hoogdravend te zeggen: de uitwisseling van ideeën is onmisbaar voor het proces van waarheidsvinding. Dat proces zou in de kiem worden gesmoord als Socrates als reactie had gekregen: ‘Dat zeg je nu wel, maar iedereen heeft zijn eigen waarheid.’ Einde discussie. Het oeuvre van Plato zou verschrompelen tot een werkje met de omvang van de Donald Duck.’’

‘Je kunt niet alles verklaren’

Zo is ‘je kunt niet alles verklaren’ een dooddoener die graag wordt gebruikt door gelovigen, zegt Valkenberg. Met deze uitspraak gaan gelovigen in tegen de stelligheid van de wetenschap, waar niet-verklaarbare verschijnselen buiten de discussie vallen.

Volgens Valkenberg komen dooddoeners voort uit slordig denkwerk. ‘Het zijn manieren om je overtuigingen te beschermen.’ De oplossing? Terug naar de bron, de lessen van de Grote Denkers. Daarin wordt duidelijk dat accurate onderbouwing cruciaal is voor discussie.

Met het aanhalen van menig filosoof en historiek, en daar is Valkenberg niet zuinig mee, ontmaskert hij de dooddoeners één voor één.’ De soms sarcastische ondertoon is niet te missen. Er komen diverse verklaringsmodellen aan bod, waarmee de lezer de neiging tot het aanwenden van dooddoeners beter leert begrijpen.

Valkenberg schrijft helder en bevlogen en legt de filosofische en historische theorieën die hij noemt uitgebreid uit. Wat dat betreft is het boek inderdaad, zoals hij het zelf noemt, een Beginners Guide to Critical Thinking. Alhoewel het boek niet in de categorie ‘voor dummies’ valt. Zonder voorkennis over filosofie of een beetje geoefendheid in kritisch denken moet je je hoofd er wel flink bij houden.

De titel Op Denkles, met ondertitel: Hoe wapenen we ons tegen ‘Iedereen heeft zijn eigen waarheid’ en andere modieuze denkbeelden schept verwachtingen. Behalve dat we terug moeten naar de bron en zo kritisch leren denken om goed onderlegd in een discussie tot waarheid te komen, heb ik het gevoel dat de echte les nog moet beginnen.

Geen overbodige luxe.

Over de auteur

Sebastien Valkenberg (1978) is publicist en filosoof. Hij schreef eerder Het laboratorium in je hoofd (2006) en Geluksvogels (2010) en meest recente boek Op Denkles (2015), waarvoor hij de Theodor Award won, de prijs voor het meest opmerkelijke boek van het jaar. Hij schrijft onder andere ook voor Trouw, Elsevier en NRC Handelsblad.

Over het boek

Op Denkles
Sebastien Valkenberg (1978)
Uitgeverij Ambo – Anthos, 2015

Bron foto: sebastienvalkenberg.nl

Eenheidsworst, hoe meningsuiting meningsvorming beperkt

Voetbalsupporters, ondernemers, studenten, ministers, artiesten en ieder ander kunnen op social media en discussiefora hun mening ventileren. Door de grote diversiteit aan personen op deze platforms zou je denken dat er een grote verscheidenheid aan informatie en zienwijzen ontstaat. Maar schijn bedriegt. 

Van grote filosofen als Desiderius Erasmus en John Locke leren we dat aan vrijheid van meningsuiting een verantwoordelijkheid vooraf gaat. Pas wie zelf kennis kan vergaren, kan zich beroepen op de genoemde vrijheid. In de praktijk echter, blijken we niet zelden in onze naaste omgeving te zoeken naar invloedrijke personen en nemen we hun mening over als ware die de onze, zonder dat enig verder denkwerk wordt verricht.

Deze individuen, die wij (gaan) zien als opinieleiders, interpreteren nieuwsberichten van de publieke media en spelen vervolgens hun versie van dit nieuws door aan het publiek. Dit proces van beïnvloeding staat in de communicatiestudies bekend als de two-step-flow theorie.

Ondergeschikt

Deze communicatietheorie werd geïntroduceerd in 1944 door het onderzoeksteam van Paul Lazarsfeld en is, meer dan een halve eeuw later, actueler dan ooit. In het landschap van sociale media en discussiefora lijken berichten van de gevestigde media ondergeschikt aan meningen van individuen. Daar komt bij dat waar het bereik van opinieleiders zich voor het digitale tijdperk beperkte tot mond-tot-mond berichtgeving (WoM – word-of-mouth), dit nu is verschoven naar elektronische mond-tot-mond (eWoM) verspreiding met een veel breder bereik. Volgens hoogleraar Communicatiewetenschap Fred Bronner hernieuwt deze verschuiving het concept van opinieleider.

De scheidslijn tussen journalistieke mediabijdragen, meningen van opinieleiders en de ontvangers wordt steeds vager.

Met internet, sociale media en discussiefora hebben we niet alleen toegang tot een ongekende hoeveelheid informatie, ook de scheidslijn tussen journalistieke mediabijdragen, meningen van opinieleiders en de ontvangers van berichten wordt steeds vager en er ontstaat een wildgroei van zowel deskundige als ongefundeerde meningen.

Neem bijvoorbeeld de receptenblogs over een ‘gezonde levensstijl’ die als paddestoelen de grond uit schieten. In plaats van zelf na te denken over wat goed voor ons is, is er blijkbaar een behoefte aan mensen die hun interpretatie van ‘gezond’ met ons delen – in de vorm van recepten welteverstaan. Deze foodies zijn dus in feite opinieleiders met een enorme achterban. 

Solide argumentatie

Sociale media en discussiefora kunnen het proces van oordeelsvorming verrijken en zijn derhalve middelen voor zelfrealisatie, waarmee elk individu gehoord kan worden. Maar kan er worden gesproken van uitwisseling van weloverwogen meningen – of überhaupt van oordeelsvorming – zonder solide argumentatie? Wat is een mening waard die is geleend?

Dat mensen zich door elkaar en door de media laten beïnvloeden, is niets nieuws en zal waarschijnlijk altijd zo blijven. Maar sociale media maken het ons lastiger het kaf van het koren te scheiden en de deskundigen onder de opinieleiders te herkennen.

Foto: Carlos de la Orden@Freeimages.com

e kijkt door een beslagen spiegel

Bron van alle zonden: jezelf te serieus nemen

In onze tijd van assertiviteit, autonomie en zelfbeschikking is het heel belangrijk om je eigen mening te vormen. Soms is dat best lastig. In de klas van onze dochter moest er een essay worden geschreven – met een eigen mening. Een vriendin had onder haar tekst geschreven dat dit haar visie was, “alleen weet ik niet zeker of dit wel mijn eigen mening is”, had ze erbij geschreven. We worden erop getraind onze mening klaar te hebben. Waarschijnlijk meer nog dan in omringende landen. Het valt in elk geval mijn vrienden uit België op.

Lees meer

Zinweb-themaspecial: Voorbij de mening

Themaspecial: Voorbij de mening

Meningen, hoe komen ze tot stand en wat doen we ermee? We laten ons allemaal wel eens onze mening ontvallen. Gevraagd of ongevraagd. Tegen onszelf, voor een bescheiden publiek of in het publieke debat. Bij een mening hoort flink wat denkwerk, omdat we informatie gebruiken om tot onze mening te komen, toch?

Lees meer

Reizen in China

Reizen in 4 stappen

Een reis ondernemen is een manier om je blikveld te verruimen; om in aanraking te komen met andere gewoonten dan je zelf bent gewend, om nieuwe denkwijzen op te doen en om buiten je eigen kenbare wereld te treden. Wanneer in een samenleving roerige tijden zijn aangebroken, helpen de verhalen van reizigers om inspiratie te vinden voor nieuwe manieren van denken en handelen. De Vereniging Vrijzinnig Hervormden Kampen/Noordoostpolder heeft het thema Reiziger, voor haar 4-delige reeks van Zondag Anders Bijeenkomsten, slim gekozen. Zondag 17 januari was de aftrap en de volgende bijeenkomst is op 14 februari.

Lees meer

Vrijzinnigheid in het basisonderwijs: De Dialoogschool

‘Vrij Zinnig’ onderwijs

Vrijzinnigheid in onderwijs? Waar vind je dat als ouders? En hoe geef je levensbeschouwelijk onderwijs dat kinderen aanspreekt? Zinweb.nl ging op bezoek bij Tom Schoemaker, de ontwikkelaar van de ‘Dialoogschool’. 

"Kinderen zijn uit zichzelf ontzettend bezig met hun levensbeschouwing. De Dialoogschool ondersteund kinderen in deze ontdekking."

“Kinderen zijn uit zichzelf ontzettend bezig met hun levensbeschouwing. De ‘Dialoogschool’ ondersteund kinderen bij deze ontdekking.”

“Kinderen moeten levensbeschouwelijk worden ondersteund en uitgedaagd in het bijzonder onderwijs van nu”, vindt Tom Schoemaker. Hij geeft les op de Pabo in Arnhem en ontwikkelde, in samenwerking met basisscholen uit de omgeving ‘De Dialoogschool’. Bij deze manier van lesgeven staat de ontwikkeling van het kind centraal en wordt er vanuit dat principe gekeken welke tradities en levenshouding daarbij past.

Tom Schoemaker leert zijn studenten op welke manier ze hun leerlingen kunnen ondersteunen zodat ze veilig kunnen opgroeien en zich kunnen ontwikkelen als levensbeschouwelijke identiteit. Want dit is minstens zo belangrijk als rekenen en taal.

 

 

 

 

Voor meer informatie over de ‘Dialoogschool’, of in contact komen met Tom Schoemaker? Klik hier

Recensie: De achterkant van het tapijt van Willem Gooijer

Een zoektocht naar de rol van het toeval in de wereld. Het was deze ondertitel waardoor ik een geweldige zin kreeg om dit boek te lezen.  Ik nam aan dat deze zoektocht zich zou richten op de betekenis van toeval in ons leven. Maar helaas, niets bleek minder waar te zijn. Een recensie door Birgitta de Leeuw. Lees meer