Carnaval (1)

Het is weer zover, de verkleedkleren mogen uit de kast! Het is carnaval. Waar komt dit feest nou vandaan en wat is de betekenis ervan? Adrem, het magazine van de Remonstranten, plaatste er een artikel over dat vandaag op Zinweb te lezen is. Meer uit Adrem lezen? Klik hier.

Van 2 tot 4 maart 2014 viert het zuiden van Nederland weer carnaval. Eén grote maskerade! 
Hoewel ‘wij’ remonstranten over het algemeen misschien weinig hebben met dit katholieke feest, kan het geen kwaad om hier eens wat dieper op in te gaan. Ondanks dat de eerste associaties vooral verkleedpartijen, vrolijke hoempamuziek, veel gehos en overmatig drankgebruik zijn, heeft het wel degelijk een diepere functie. Graag neem ik u dan ook mee naar de (mogelijke) oorsprong en tradities rondom dit wonderlijke feest.

Omkeringsfeest
Het Carnavalsfeest is een zogenaamd ‘omkeringsfeest’.  Tijdens zo’n feest, mag een ieder even uit zijn dagelijkse rol stappen. Dat heeft een dubbele functie: enerzijds kan hierdoor stoom worden afgeblazen – iets wat zeker vroeger erg belangrijk was, omdat afkomst allesbepalend was voor wat je wel en niet kon doen – en anderzijds had het een moraliserende en disciplinerende functie. Het maakte duidelijk hoe het leven zou ontsporen als de vaste orde zou worden losgelaten.  Dit wordt goed tot uitdrukking gebracht door schilders als Hieronymus Bosch en Pieter Brueghel de oude. Een bekend schilderij van Brueghel beeldt de strijd uit tussen de carnavalsvierders en de mensen die aan het vasten zijn. Zulke feesten zijn van alle tijden en culturen geweest. Ze bestonden in de oudheid al bij de Grieken, in Egypte, Mesopotamië, de Germanen en de Romeinen. Mensen vermomden zich, wisselden van rol of van sexe en er was een tijdelijke opheffing van de sociale ongelijkheid. Een slaaf of bediende werd een ‘meester’ van het feest. Het feest werd soms afgesloten met de doden van deze meester, of met het ritueel verdrinken, onthoofden of in brand steken van een (strooien) pop. Meestal ging zo’n feest ook gepaard met allerlei uitspattingen.  Ondanks de kerstening van de westerse wereld, bleven deze feesten populair.

Oorsprong van het woord ‘carnaval’
Eerst even over de naam ‘carnaval’. Het is niet zeker waar deze naam vandaan komt. De katholieke kerk houdt het op een verbastering van ‘carne levare’, het ‘weghalen’ van het vlees. Immers, Carnaval – ook wel vastenavond genoemd – wordt gevierd vlak voorafgaande aan de grote vasten tot Pasen. En tijdens die periode mochten er geen vlees en vleesproducten worden gegeten.  Een andere mogelijkheid is dat het woord is afgeleid van ‘carne vale’ ofwel: het ‘vaarwel’ van het vlees. Tenslotte wordt nog gedacht aan ‘carris navales’, de scheepswagens, die tijdens de feestelijkheden van Carnaval door de stad of het dorp werden gereden.

Middeleeuwse Zottefeesten
Tussen de 6e en 15e eeuw komen de kerkelijke zotte- of narrenfeesten in zwang. Ze worden aanvankelijk uitsluitend in de kloosters gevierd in de dagen na kerst. Uit de koorknapen wordt een kindsbisschop gekozen, die een mis voordraagt (28 december staat op de katholiekekalender nog steeds als de dag van de onnozele kinderen). Later koos men een zottenbisschop of ezelspaus. Deze hield dubbelzinnige schertspreken, er werden onzinnige rituelen bedacht en veel gedronken. Rond het jaar 1000 werd het feest ook verplaatst naar de periode waarin hij nu ook nog wordt gevierd.

Door de tijd heen werd het tevens meer een feest van het ‘gewone volk’ en werden hoogwaardigheidsbekleders uit de wereldlijke en geestelijke wereld belachelijk gemaakt. Daarvoor werden vermommingen en maskers gebruikt. Er kwamen nepmissen, waarbij men geen ‘amen’ zei maar een boer liet, plakken bloedworst werden als hostie gebruikt op het altaar en schoenzolen werden verbrand in plaats van wierook. Van degene die het laatste de kerk uit was, werd zijn broek naar beneden getrokken. Omdat het feest te vaak uit de hand liep, werd het bij het Concilie van Basel in 1431 verboden.  Ondanks dit verbod, bleef het feest populair tot aan de reformatie. Op dat moment wordt het in de Nederlandse steden die een protestants stadsbestuur kregen, verboden. Zo ook bij voorbeeld in 1629 in ’s Hertogenbosch. Pas vanaf de Franse tijd, in 1794, werd het feest in Nederland weer toegestaan.

Foto: Radio Nederland Wereldomroep/Flickr.com

Vanessa van Koppen-Enters
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *