Beschutting

Drukte

Weer vier gasten voor het Vermoeden. Allen over de komende lijdenstijd, want we werken flink vooruit.
Zangeres Miranda van Kralingen die al zo vaak de sopraansolo’s zong in de passies van Bach. Nabijheid is een belangrijk woord voor haar.
Dan Jim Schilder, zoon van het grote vermaarde Kampense gezin. Topjournalist die nu priester wordt.
Geroepen om zich over te geven.

 

Zeer tegen zijn natuur heeft hij de rots gekust waarop Jezus bloed zweette in Getshemane.
Vandaag mag ik praten met Christa Anbeek die het prachtboek ‘Overlevingskunst’ schreef, nadat dierbaren met bosjes om haar heen het leven lieten.
En nu eerst de verse voorzitter van het CNV, voormalig predikant en zakenman Jaap Smit.
Zou hij al iets weten over de verhouding tussen schouderklopjes en opslag?

Het schijnt dat werknemers veel meer opknappen van een compliment, dan van een fooi.
Nu gaat het met die beiden momenteel volgens mij helemaal niet zo goed.
We zijn vol van zelfredzaamheid en maakbaarheid. En voor wat hoort wat.
Want als je over water wilt wandelen, moet je wel de boot verlaten.
Maar onderweg naar de ondervraagkelder, zie ik een man langs de kant van weg die dat helemaal niet kan en ook niet meer wil. Hij zit zo bewegingsloos in elkaar, dat het even lijkt dat hij dood is. Maar als ik hem aanraak, kijkt hij op.
Ik praat met hem. Niet omdat ik denk hem te kunnen helpen, maar omdat ik hem herken en misschien zijn hulp zoek?

Wat zijn we met z’n allen stoer en flink geworden, maar een schouderklopje zou er wel in gaan.
Wie beschut ons nog, als we net doen alsof we dat zelf kunnen?
De verse voorzitter van het CNV heeft volgens mij een heilige wond op zak.
Een gehandicapt zusje, waardoor hij zich vroeger maar koest en flink hield om niet nog meer tot zorg te zijn.
En dat is waarschijnlijk zijn kracht geworden. Daardoor ziet hij de mens.
Ik zet de pas er stevig in, op weg naar dit gesprek, en voel in m’n zak naar het lieve kaartje.
Gisteravond, toen ik zo uitgeput thuis kwam , vond ik het zomaar.
Als een wonder in een la.
Het is een kaartje van mijn vader. Moet al een paar jaar oud zijn. Op de voorkant een baby in een mooi doopjurkje met daaronder:
‘Arnhem, zondag 1 november 1964.’
Op de achterkant het zwierige handschrift van mijn vader:

Gij toch hebt mij uit de moederschoot getogen.
Gij deed mij vertrouwend rusten aan de borst van mijn moeder;
Aan U werd ik overgegeven bij mijn geboorte.
Van de moederschoot af zijt Gij mijn God.’
Psalm 22 vers 10 en 11


 

 

 

 

Annemiek Schrijver
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *