Beeldenstormen

Wat dreef mensen om beeldenstormen te ondernemen? Waarom kunnen wij dat nu niet meer goed begrijpen? Een analyse van Annemieke van der Veen.

Een heroïsch verhaal

Heu ja, heu ja, heu ja, hoera! Of wat zouden ze geroepen hebben, de beeldenstormers in 1566 als ze de beelden van de muren trokken? Van de lagere school herinner ik me een heroïsch verhaal. Mensen die de toen nog rooms-katholieke kerken binnenstormden, de beelden stuk smeten en de muren wit verfden. En ze hadden het grootste gelijk van de wereld, want beelden waren eigenlijk onzin. En ze hadden toch (protestantse) kerken nodig, maar dan natuurlijk zonder die beelden.

Op de middelbare school bleef dat beeld overeind. Bij nalezing van mijn geschiedenisboek (Kroniek) blijken er veertien regels aan gewijd. De oorzaken van de beeldenstorm zijn volgens dat boek niet bekend, maar misschien zijn de arme wevers uit Vlaanderen (waar de beeldenstorm begon) zich bewust geworden van het grote verschil tussen de kerkelijke rijkdom en hun eigen armoede. De invloed van de calvinistische predikanten wordt onduidelijk genoemd. De gevolgen waren, volgens mijn geschiedenisboek aanzienlijk: Alva werd in 1567 naar de Nederlanden gestuurd om de daders te straffen, het calvinisme uit te roeien en om een absoluut bestuur in te stellen in plaats van het bestaande, waarin de Nederlandse gewestelijke Staten onder andere het recht hadden de belastingen van Filips II te weigeren. Dat absolute bestuur was de aanleiding tot de opstand die we de Tachtigjarige Oorlog noemen.

De reformatie

In de kerkgeschiedenis vallen de beeldenstormen in de Nederlanden niet samen met de reformatie, hoewel ze natuurlijk wél met elkaar in verband staan. De reformatie laat men meestal beginnen in 1517, als Luther zijn 95 stellingen tegen de aflaten opstelt en volgens het mooie (maar waarschijnlijk historisch onjuiste) verhaal op de deur van de slotkerk van Wittenberg vasttimmert. Al vanaf zijn promotie in 1512 was Luther de Bijbel aan het vertalen, en gaandeweg ontdekte hij daarin het accent dat een mens niet rechtvaardig wordt op grond van eigen verdienste, maar omdat God hem – om Christus’ wil – rechtvaardigt. Een aflaat betekent rechtvaardiging in ruil voor een (geldelijke) bijdrage, dus op grond van in dit geval zelfs letterlijke eigen verdienste. Dat had in Luthers visie niets meer met God of Christus te maken.

De stellingen verspreidden zich snel en Luther verzeilde in een dispuut tegen de rooms-katholieke kerk, waar hij gedacht had een intern dispuut te voeren. In de Duitse landen gold na een onrustige tijd het principe dat de vorst van een land bepaalde welke religie er toegestaan was, de katholieke of de lutherse. De Nederlanden bleven nog lang vallen onder de Spaanse tak van de Habsburgers, katholieken dus. De lutherse reformatie drong mede daarom hier niet sterk door, Luther zelf vond verzet tegen de overheid niet goed.

Reformatie in de Nederlanden

In de Nederlanden is de reformatie sterker bepaald door Zwingli en vooral Calvijn (naast een belangrijke wederdoperse / doopsgezinde stroom). Zwingli, begonnen als priester, raakte onder de invloed van Luthers reformatorische gedachten en bestudeerde ook zelf de Bijbel in de grondtalen. Anders dan Luther trok hij daaruit de conclusie dat de wereldlijke overheden, als ze ‘buiten het richtsnoer van Christus handelen’, afgezet kunnen worden. Ook was de mis (het avondmaal) niet zelf elke keer weer een offer, maar een herdenking van het offer van Christus. Hij had een goed contact met de raad van Zürich, en al snel was Zürich een protestantse stad, en Zwitserland een reformatorisch land.

Genève zocht, zoals de naastgelegen streken, politieke onafhankelijkheid, en deed dat via de reformatie. Eerst Farel en iets later Calvijn werden aangesteld als stadspredikant. Uiteindelijk werd in Genève het reformatorisch kerkmodel ontwikkeld: ouderlingen en predikanten besturen samen de kerkelijke gemeente, in theorie onafhankelijk van de wereldlijke overheid. Calvijn besteedde veel aandacht aan het onderwijzen van de gemeente, in prediking en in geschrift. De kerkdiensten en kerken versoberden, net zo als het openbare leven.

De beeldenstorm van 1566

Omdat de Nederlandse vorst Filips II rooms-katholiek bleef, werd in de Nederlanden de reformatie opgebouwd langs de calvinistische weg. In het geheim werden gemeenten en synoden opgericht. Het verzet tegen de eenheidsstaat van Filips II en tegen de maatschappelijke nood kon bij de reformatie aanknopen. De reformatie werd zwaar vervolgd, maar de calvinisten werden steeds sterker. Enkele edelen en kerkenraden stelden een verzoekschrift op om kerken te gebruiken voor protestantse diensten. Dat duurde sommigen te lang. In augustus 1566 begon in Zuidwest Vlaanderen de ‘beeldenstorm’.

In Steenvoorde werden op 10 augustus onder leiding van een predikant de beelden in een klooster stukgeslagen. Door Vlaanderen trokken bendes die in kerken en kloosters de beelden vernielden, soms aangemoedigd door (plaatselijke) predikanten en soms met plaatselijke hulp. Eind augustus was de beeldenstorm via Antwerpen al tot Culemborg en Amsterdam getrokken. In september en oktober bestormde de lokale bevolking boven de grote rivieren vele kerken.

De andere kant van de medaille

Tot zover het heldendicht. Wikipedia kijkt in het artikel over de beeldenstorm met katholieke ogen. Een beeldenstorm is ‘de vernieling op grote schaal van heiligenbeelden en andere objecten van religieuze kunst alsmede van liturgische gebruiksvoorwerpen.’ Termen als kerkschending, vernieling, roof worden niet geschuwd. En dat was het óók, aan de andere kant van de medaille. En natuurlijk was de oorzaak niet theologisch van aard, hoewel wel gelegitimeerd in het beeldverbod uit de wet van Mozes. De oorzaak zal eerder gelegen hebben in maatschappelijke ontevredenheid en de opkomst van een burgerlijke klasse, die zich met het protestantisme kon ontworstelen aan het oude, rooms-katholieke gezag. En al even natuurlijk was het spannend en opwindend om aan een beeldenstorm deel te nemen. Hoge en belangrijke beelden werden omver gehaald, wat net zo ontzagwekkend is als een enorme boom die omvalt. Ook dat ontregelt de bestaande orde.

‘Opvallend genoeg keek het Westen nu naar de aangerichte schade en niet naar de religieuze opwinding.’

Moderne beeldenstormen

Die opwinding en spanning zijn herkenbaar in een aantal beeldenstormen die de afgelopen decennia gewoed hebben. Na de val van de Muur werden in het hele Oostblok beelden van Lenin en Stalin omvergetrokken en vernield. De oude macht had afgedaan, er werd plaats gemaakt voor een nieuwe. Ook de beelden van Saddam Hoessein moesten er aan geloven toen hij werd afgezet.

In maart van dit jaar raasde er een beeldenstorm door Irak. Religieuze argumenten, opwinding en vernietigingsdrift gingen weer aan elkaar gepaard. De verontwaardiging was groot: heiligdommen (van een niet meer bestaande godsdienst) en musea werden vernietigd. De schade aan kunstschatten was groot. Opvallend genoeg keek het Westen nu naar de aangerichte schade en niet naar de religieuze opwinding. Inmiddels begrijpen we die niet meer zo goed, en inmiddels zouden we ook hier geen fysieke beeldenstorm meer laten plaatsvinden. ‘Geestelijke’ beeldenstormen kunnen wel, zoals Wim Wattel in zijn artikel elders in dit nummer laat zien. Misschien moeten die zelfs wel en in elk geval laten ze een frisse wind waaien.

Afbeelding: twee collages van beelden en eventueel een omgevallen boom.

Dit artikel is geschreven door Annemieke van der Veen.

VrijZinnig
Dit artikel verscheen eerder in het blad VrijZinnig. VrijZinnig is het kwartaalblad van de Vereniging van Vrijzinnige Protestanten, een beweging voor eigentijds geloven.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *