Artikelen door Doopsgezind NL

Doopsgezind NL: Traan

Mijn dochter huilt. Met recht en reden, want ik heb haar gescheiden van haar grootste bezit. Jonge ouders vermoeden waarschijnlijk al dat het om een knuffel gaat. Inderdaad, een vleermuis in dit geval, met de niet bijster originele naam Vleer. Hoe leuk mijn dochter het ook vindt op haar opvang in de regio, zonder Vleer gaat het niet. En nu heb ik hem wat al te rap tussen reserveromper en schone sokken in haar bakje gelegd. Dikke tranen dus. Column uit Doopsgezind NL.

Doopsgezind NL: Wie leidt de Lusthof?

Nazomer, pelgrimagetijd. Eens per jaar pak ik met mijn oeroude soulmate Jan Philipsz Schabaelje – JéPé voor intimi – een pilsje in het tuttige toeristenstraatje van Zoutelande vol Duitsers, achter de Westerscheldedijk. Schabaelje was hier in 1592 op Walcheren geboren, als zoon van een meniste molenaarsfamilie die wegens vervolging ooit Steenvoorde, onder Poperinge, ontvluchtte. Uit Doopgezind NL.

Doopsgezind NL: Worstelen met leiderschap

Nederlanders en leiderschap, het is een ongemakkelijke combinatie. ‘Een leider die bij zijn eerste aantreden te kennen geeft dat hij ook maar een eenvoudige jongen is die niet begrijpt dat hij het woord mag voeren – beter kan in Nederland eigenlijk niet’, zegt professor Yme Kuiper. Hoe komt dat? En waarom hebben doopsgezinden misschien nog wel meer moeite met leiderschap dan de doorsnee-Nederlander? Uit Doopsgezind NL.

Doopsgezind NL: Hogere energetica

‘Op een dag, niet zo lang geleden, werd ik op het Bijlmerplein in Amsterdam aangesproken door een christelijke healer – Jezus voor, Jezus na. Ik had goeie zin, dus ik zei dat ik ook healer was, en: ‘jij hebt het over Jezus, ik noem dat het goddelijke, of soms zelfs het universum… maar eigenlijk is dat allemaal hetzelfde’. Maar dat was niet zo, vond hij. Wat ik deed was toch meer van de satan. Maar bij het weggaan kreeg ik wel een knuffel.’ Uit Doopsgezind NL.

Doopsgezind NL: Alice in Energieland

Elektriciteit komt uit een stopcontact en je moet oppassen dat je de stekker er niet met natte handen in doet, want dan krijg je een schok. Om te koken steek je met een lucifer het gasfornuis aan. ’s Winters brandt de kolenkachel. Zo was dat in mijn kinderjaren. Het liefst had ik het zo gehouden. Maar ik heb er een hoop ongemakkelijke kennis bijgekregen – terwijl de kolen bij de Eemshaven opnieuw branden. Uit Doopsgezind NL.

Doopsgezind NL: Mienskip in Makkum

‘Het kasteeltje’, noemde ds. Jelle P. Keuning de vermaning van Makkum. Niet zo gek bekeken.Het kerkgebouw van de kleine doopsgezinde gemeente van Makkum, op de hoek van de Bleekstraat en de Tuinstraat, is een kloek gebouwtje uit 1910 dat met haar drie klokgeveltjes beeldbepalend is in de buurt. Eenmaal binnen stapt men terug in de tijd. Een weldadige rust gaat uit van de ouderwets betegelde hal en gang, waar de oude ijzeren kapstokhaken nog altijd op kleuterhoogte hangen en het Makkumer aardewerk in de servieskast staat. Uit Doopsgezind NL.

Doopsgezind NL: Gegeven

Op een dag was ik er. Zomaar. Had iemand mij geroepen?

Ik kan het me niet herinneren, wat niet zo gek is, want ik kan me sowieso niet zoveel van dat moment herinneren. Het eerste wat ik deed was mijn moeder roepen, hetgeen de omstanders opvatten als huilen. Meteen daarop begon ik te groeien. Ik groeide en groeide, niet alleen mijn lijf, maar ook mijn zintuigen en mijn denkvermogen. Ik begon de wereld te zien en te horen.
Column door Carolien Cornelissen.