Aswoensdag

Als kind speelde ik vaak met jongens uit een katholiek gezin, zelf werd ik hervormd opgevoed. Om veel benijdde ik mijn katholieke vriendjes: ze hadden een kerststal, en vierden carnaval! Dat was er bij mij thuis niet bij.

En er waren ook geheimzinnige dingen, woorden die ik niet snapte. ‘Biecht’ was er zo een, een woord dat ik iedere vrijdag wel opving. En ook het askruisje op het voorhoofd van m’n vriendjes een maal per jaar. Dat mocht je niet afvegen, het moest er vanzelf afslijten.  Raadselachtig. ‘Paapse toestanden’ noemde mijn moeder deze dingen. Maar het fascineerde me. Er kwam een soort van heilige ernst over ze als ze het over deze dingen hadden, zo kende ik mijn kameraadjes niet. Ze hadden kennelijk een ander leven, naast het gewone dagelijkse leven, een innerlijk leven dat veel meer invloed had dan alleen de wekelijkse zondagsviering. Vooral het contrast tussen de uitgelatenheid van de carnavalstijd, met verkleden en gekke maskers, en dan daarna de ingetogenheid van aswoensdag.

Carnaval afgesloten met Aswoensdag laat zien dat de Rooms – Katholieke kerk op dit gebied heel veel psychologisch inzicht heeft. Eens per jaar, en ook nog in de saaiste tijd, mag iedereen de sociale verhoudingen met voeten treden. Ieder mag de rol kiezen die hij of zij wil en lekker uit de band springen. De normale standsverschillen tellen niet, de notaris drinkt in de kroeg met de kippenboer. Beter gezegd, ieder gaat met de ander om als gelijkwaardig mens. Letterlijk: de banden die het jaar door gelden zijn voor een korte tijd opgeheven. Alle frustratie en onmin kunnen even uitgeleefd worden. Maar wel in een gecontroleerd tijdsbestek: op Aswoensdag keert alles weer terug in de banden. Ieder voegt zich weer in zijn of haar eigen plaats in het sociale spel en houdt zich aan de bijbehorende regels.

Behalve de kater is er dan ook het met een schone lei beginnen. De duidelijkheid van je eigen plek is zo gek nog niet. De wereld wordt weer betrouwbaar en voorspelbaar. Askruisjes halen we niet meer. Maar het is zo gek nog niet om echt uit de band te springen en je daarna weer in te voegen. Beiden hebben we nodig, en het een kan niet zonder het ander. De uitzinnigheid kan niet zonder de inkeer.

En de bevroede geheimen uit mijn jeugd? Ik heb nu zelf ook een kerststal met kerst. Ik vier weliswaar geen carnaval maar andere vormen voor uitkeer en inkeer zijn ook te vinden! 

Elizabeth van Wensveen
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *