Art of Zen Investing: laat de energie stromen

Adam Smith zei: “als we ons eigenbelang nastreven helpen we het grotere geheel”. John Nash vult dat aan: “als we zowel ons eigenbelang als het belang van de groep waar we op dat moment in zitten dienen, maken we echt optimale beslissingen die zowel de groep als onszelf verder helpen”. 

Theoretische lessen
Wat kunnen we leren van de theoretische uiteenzettingen van Adam Smith en John Nash? En hoe vertalen we dat naar de praktijk? We leren drie dingen van de vorige blogs: 

1. Ons economische stelsel is gebaseerd op een misvatting. Adam Smith zei dat in een volkomen concurrentie (zie hieronder) het maatschappelijke belang wordt geoptimaliseerd als het eigenbelang wordt nagestreefd. Wij hebben dat vertaald naar: competitie is de basis van al het handelen in een vrije markt (economie) en het eigenbelang nastreven dient het maatschappelijk belang.

2. In de praktijk is het niet mogelijk om een volkomen concurrentie te hebben, oftewel een concurrerende markt die de volgende eigenschappen heeft:
• Producten zijn homogeen (hetzelfde dus alleen in prijs te vergelijken). Dit is niet het geval.
• Er bestaat vrije toetreding tot een betreffende markt. Nee, in de meeste markten is er geen vrije toetreding.
• Er zijn veel aanbieders en vragers in een markt. Bedrijven zijn prijs nemers en hebben een relatief klein marktaandeel. Dit is ook niet het geval. Kijk bijvoorbeeld naar de energiemarkt. Er zijn slechts een paar aanbieders waardoor deze bedrijven de prijs kunnen neerzetten in plaats van aannemen.
• De markt is transparant en informatie voor iedereen gelijkmatig beschikbaar. Dit is ook niet het geval, en zelfs technisch onmogelijk omdat iemand die dichter bij de bron zit eerder toegang heeft tot informatie.  

3. Volgens John Nash zat Adam Smith ernaast. Nash kwam tot de conclusie dat het nastreven van zowel het individuele als het collectieve belang leidt tot het werkelijke optimum voor alle participanten. Dit heet het ‘Nash evenwicht’. 

Praktijklessen
In dit stukje maken we een klein linkje naar iets dat je spiritueel zou kunnen noemen. Maar dat valt eigenlijk wel mee. Ik begin met een quote van Albert Einstein. 

“De intuïtieve geest is een godsgeschenk, het rationele verstand een dienaar. We hebben een maatschappij geschapen die de dienaar vereert en het geschenk is vergeten.”

Albert zegt het volgende: we hebben een hoofd om mee te denken en we hebben ook een intuïtieve geest. Ik noem dat hier eventjes het hart. We hebben ons hoofd om mee te denken en ons hart om te volgen. Er bestaat leven of werken vanuit het hoofd en leven of werken vanuit het hart. Om even terug te gaan naar John Nash en zijn theorie: met het hoofd denken is rationeel, ofwel gefocused op het individu, onze persoonlijke wereld. Vanuit het hart leven is intuïtief, ofwel gefocused op het collectief. Volgens Albert is ons rationele verstand een dienaar en het hart het godsgeschenk. We zijn vergeten dat ons hart de weg zou moeten wijzen. We leven in een omgekeerde maatschappij waar we denken dat als we ons eigenbelang voorop zetten, we de maatschappij dienen.

Dus om een heel lang verhaal kort te maken: indien we vanuit het hart zouden leven en dus vanuit het hart onze zaken zouden doen, dienen we het collectief (en onszelf) en helpen we de maatschappij verder. Leuke theorie, zul je misschien denken, maar hoe doe je dit in de praktijk? 

Wat is geld?
Daarvoor gaan we eerst inventariseren hoe we zaken doen en welk gedeelte uit het hoofd komt en welk gedeelte uit het hart. Geld is waar het om draait in de economie. Geld is mijn inziens slechts een middel, energie. 

Geld heeft volgens de economische wetenschap 3 definities

1: Geld is een ruilmiddel
2: Geld is een rekenmiddel
3: Geld is een oppotmiddel (sparen)

De twee definities van geld die geen probleem opleveren zijn geld als rekenmiddel en geld als ruilmiddel. Het probleem, of liever gezegd de illusie, zit hem bij de derde definitie. Door geld op te potten potten we energie op. In een optimaal functionerend organisme (lees: de maatschappij) stroomt energie optimaal. Door het (te veel) oppotten van geld stroomt de energie in de economie niet optimaal. De neiging om geld op te potten komt voort uit de neiging alleen aan onszelf te denken en geen rekening te houden met het collectief.

Het is natuurlijk helemaal prima om geld te sparen. Alleen als de angst voor een crisis opduikt, voordat de crisis er daadwerkelijk is, gaan we vanuit angst stoppen met geld uitgeven. We houden de hand op de knip. En hierdoor krijgen we juist een crisis omdat de energie binnen het organisme ‘de maatschappij’ niet meer stroomt. De maatschappij erkent dit en daarom hebben we centrale banken die de rente kunnen bepalen en daarmee ons spaargedrag, ons oppotgedrag, proberen te beïnvloeden.

Eigenbelang vs collectief belang
Indien we uit eigenbelang handelen gaan we ons geld oppotten. We gaan bij de goedkope supermarkt onze spullen kopen in plaats van bij de kleinere zaken. Terwijl we juist dan ons geld zouden moeten uitgeven bij de kleinere kruidenier zodat ze kunnen blijven bestaan. We zouden bij de duurdere speciaalzaken kunnen blijven kopen en hetzelfde geld kunnen uitgeven als we iets minder zouden consumeren, of bijvoorbeeld minder vlees zouden eten (zie dit artikel van Trouw voor meer daarover). De grote supermarkt heeft als hoogste doel om geld te verdienen en zoveel mogelijk op te potten. De kleinere zaakjes zullen het geld dat ze verdienen juist weer uitgeven. Dit laatste geval dient het collectief, onze economie meer, dan het eerste geval. 

Indien we zowel aan de groep denken als aan onszelf maken we beslissingen die het collectief, in dit geval de economie, dienen. Dit heet het ‘Nash-evenwicht’ en dit is wat we kunnen leren van John Nash en zijn theorie van het prisoner’s dilemma. 

John, dank je! Ik groet je met diep respect…

Volgende week ga ik een kleine inventarisatie maken van waar we nu zijn: de huidige staat van ons economische systeem. Houden wij, (grote) bedrijven en/of regeringen, zich aan the Art of Zen Investing? 

Het vorige en volgende blog in de reeks The Art of Zen Investing
Afbeeldingen vbnb: D. Dibenski/Wikimedia Commons, Dadara

Tim van der Vliet
Tim van der Vliet is econoom, werkte 13 jaar op de beurs, deed post-doctorale studies (CFA) en gooide ongeveer 3 jaar geleden het roer om. Nu schrijft hij over zingeving. Geïnspireerd door Japan, de stad Amsterdam en door zijn beursleven heeft hij een erg praktische kijk op spiritualiteit ontwikkeld die hij 'Zen from Amsterdam' noemt.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *